Notarieel examen 2004

Meerkeuzevragen

IV.11. Vraag - antwoord: Bert Zeeroud is overleden op 20 oktober 2001. Ingevolge eigenhandig testament is zijn erfenis vervallen aan Francine Dificil, echtgenote in tweede huwelijk, en aan zijn drie
neven Piet, Jef en Omer Zeeroud. De gemoederen tussen de erfgenamen zijn heel gespannen; en het testament in voordeel van de echtgenote in tweede huwelijk wordt betwist door de neven. Deze hebben zelfs een strafklacht ingediend, waarbij zij beweren dat het geschrift niet van de overledene is.
De Ontvanger van de registratie van Dendermonde dringt aan op indiening van een aangifte van nalatenschap, en zal overgaan tot ambtshalve taxatie.
Slechts één van de vier volgende beweringen is juist. Dewelke?

A. De aangifte van nalatenschap kan enkel ingediend worden, als alle erfgenamen deze willen tekenen, eventueel “onder voorbehoud van alle recht op burgerlijk gebied”.

B. De aangifte kan enkel ingediend worden na de afhandeling van de strafklacht, omdat deze een invloed zal hebben op de devolutie.

C. De ambtshalve taxatie, zonder indiening van een aangifte, kan betwist worden voor de rechtbank, door verzet aan te tekenen tegen het dwangbevel.

D. Er moet een aangifte onverwijld ingediend worden, de onenigheid is immers geen overmacht; zonodig kunnen de erfgenamen afzonderlijk een aangifte indienen.