Notarieel examen 2004

Meerkeuzevragen

IV.18. Vraag - antwoord: Notaris Pieter Vanbol en zijn gebuur apotheker Lucien Pille zijn twee oude
vrienden. Zij kennen mekaar sedert de collegejaren.
Op 29 februari 2004, om 17u30, vraagt Lucien aan Pieter hem een vriendendienst te bewijzen. Hij vertrekt ’s anderendaags ’s morgens op reis naar Zuid Afrika, en hij is, in de drukte van de reisvoorbereiding, vergeten het geld dat hij in kas houdt, naar de bank te brengen. Het gaat over een som van 10.550,00 EUR.
Hij vraagt aan zijn vriend Pieter of hij dit geld voor de duur van zijn vakantie bij hem mag deponeren.
Hoe moet of mag notaris Vanbol reageren?

A. Hij moet weigeren daar de anti-witwaswetgeving hem dit verbiedt.

B. Hij mag het geld aanvaarden, doch moet de toelating van de voorzitter van de kamer vragen.

C. Hij mag het geld aanvaarden en het veilig in zijn kluis opbergen in een omslag met de vermelding van de naam van Lucien Pille.

D. Hij mag het aanvaarden en opbergen, doch moet de CFI-cel (Cel voor Financiële Informatie) in het kader van de anti-witwaswetgeving hierover inlichten, zonder dit mede te delen aan zijn vriend.