Notarieel examen 2005

Open vragen

5. Vraag - antwoord: Kristien en Filip, gehuwd te Mol in 1977, onder het stelsel van de zuivere scheiding van goederen, hebben een zoon, Johan, met wie de verstandhouding sinds 1996 niet goed is. Vóór hun huwelijk kochten zij ieder een studio in hetzelfde appartementsgebouw, met een beding van aanwas voor het vruchtgebruik. Elke studio heeft een huidige venale waarde van 50.000 Eur.
Tijdens hun huwelijk kochten zij een gezinswoning, huidige venale waarde 250.000 Eur, doch op
naam van Filip alleen.
Filip is in 2001 overleden en Kristien bezit dus het vruchtgebruik op de gezinswoning evenals het vruchtgebruik op de studio van Filip.
Johan heeft echter geld nodig en verkoopt in 2004 dan maar zijn blote eigendom van de gezinswoning en van de studio aan zijn goede vriend Geert. Kristien is in paniek en stelt de volgende vragen aan de notaris:

A. Kan Geert mij uit mijn huis of mijn studio zetten ?

B. Kan ik bekomen dat Geert niets meer te maken heeft noch met mijn huis, noch met mijn studio?

C. Indien we zouden overeenkomen dat ikzelf Geert uitkoop hoe worden de registratierechten dan berekend ?