Notarieel examen 2005

Consultaties-Clausules

III.1. VERPLICHTE VRAAG

Pierre WATEENKET, Rijksinwoner en ongehuwd, is ab intestato overleden te Parijs op 20 juni
2004, op de leeftijd van 60 jaar.

De aangifte van nalatenschap werd bij de bevoegde instantie op 15 november 2004
neergelegd. Deze verklaring, volledig conform aan de voorgeschreven vormen, vermeldt het
volgende :

a) De wettelijke erfgenamen zijn de gebroeders Albert en Bernard, evenals de nichten Emilie en
Danielle, dochters van zijn zuster Louise, overleden op 10 augustus 1997. Albert heeft op 14
augustus 2004 regelmatig aan de nalatenschap verzaakt.

b) Het actief dat Pierre nalaat–onder voorbehoud van wat hierna volgt – omvat een terrein
gelegen te Bergen (100.000 EUR) en een bankrekening (175.000 EUR).

c) Het passief van de nalatenschap omvat, naast de begrafeniskosten ten belope van 12.500 euro
(factuur bij aangifte gevoegd), een schuld aangegaan op 30 april 2000 door de overledene
tegen Albert en zijn echtgenote Marie (gehuwd zonder huwelijkscontract op 25 juli 1992), en
tegen Joseph, de vader van Marie. Deze schuld komt voor uit een renteloze lening van
25.000 EUR door Pierre toegestaan voor de helft aan Albert en Marie en voor de andere helft
aan Joseph. De leningsakte werd verleden voor een notaris in Antwerpen (een uitgifte is bij
de aangifte gevoegd) op 30 april 2000.

d) De aangevers vermelden dat Pierre sinds 30 april 2001 geen enkele terugbetaling aan zijn
schuldeisers heeft gedaan.

e) Bij notariële akte van 15 december 1980 heeft Pierre, samen met Danielle, een onroerend
goed, gelegen te Oostende verkregen (Pierre in vruchtgebruik en Danielle in blote
eigendom), voor de prijs van 15.000 EUR. Op de dag van het overlijden vertegenwoordigt dit
goed een verkoopwaarde van 80.000 EUR.

f) Op 11 september 2002, heeft Pierre, bij handgifte, aan zijn vriendin Léontine verschillende
effecten aan toonder geschonken. Deze effecten zijn niet beursgenoteerd. Op 11 september
2002 waren ze 25.000 EUR waard ; op de datum van de aangifte 30.000 EUR. De
verwezenlijking van deze schenking wordt aangetoond met bankdocumenten die zijn
gevoegd bij de aangifte van nalatenschap.

A. Kies twee van de drie vermelde hypotheses en bereken de sommen die
verschuldigd zijn aan de fiscus op de aangifte van nalatenschap van Pierre.
Motiveer Uw antwoord. Schrap de plaats (de lijnen) voorzien voor het antwoord
van de hypothese die U niet kiest !

EERSTE HYPOTHESE : Voor het heffen van de successierechten heeft Pierre
zijn fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest :

TWEEDE HYPOTHESE : Voor het heffen van de successierechten heeft Pierre
zijn fiscale woonplaats in het Waals Gewest :

DERDE HYPOTHESE : Voor het heffen van de successierechten heeft Pierre
zijn fiscale woonplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :

B. ZELFDE VRAAG, maar in geval dat Emilie en Danielle de nalatenschap
hebben aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving.

EERSTE HYPOTHESE : Voor het heffen van de successierechten heeft Pierre
zijn fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest :

TWEEDE HYPOTHESE : Voor het heffen van de successierechten heeft Pierre
zijn fiscale woonplaats in het Waals Gewest :

DERDE HYPOTHESE : Voor het heffen van de successierechten heeft Pierre
zijn fiscale woonplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :