III.3.
Keuzevraag
Michel Vanlobel wordt door zijn schoonvader uitgenodigd om een
minderheidsparticipatie van 33 % te nemen in zijn familiebedrijf, in
ruil waarvoor een bestuursmandaat wordt aangeboden binnen de NV Stap
voor Stap, met zijn twee schoonbroers, die ook elk houder zijn van 33 %
van de aandelen. Michel Vanlobel stelt zich de vraag welke
vennootschapsrechtelijke en/of statutaire regelingen enerzijds een
verzekerde vertegenwoordiging binnen het bestuur kunnen garanderen, en
anderzijds zorgen dat het
aandeelhouderschap binnen de familie blijft.
A.
Welke vennootschapsvormen zijn aan te raden om dit te verwezenlijken en leg uit waarom en hoe?
B. Welke elementen moeten zeker opgenomen worden in de
statutaire
clausule(s) om het beoogde doel te bereiken (in de hypothese dat de
rechtsvorm van de NV behouden wordt)?