Examenreglment

Reglement van het vergelijkend examen
A. SCHRIFTELIJK GEDEELTE
1. Verloop van het schriftelijk gedeelte
Het schriftelijk gedeelte duurt vijf uur. Een pauze van een uur wordt ingelast drie uur na het begin van de proef.
De kandidaten schrijven hun naam, voornaam en woonplaats op de aangeduide plaats op de examenbladen en worden daarna verzocht dit gedeelte te overplakken met de bijbehorende zelfklever.
Gedurende de proef wordt het gebruik van GSM of van elke andere vorm van communicatiemiddel strikt verboden.
Behoudens toelating van de Commissie,is het gebruik van informaticamaterieel, fotografisch en kopieapparatuur met uitzondering van zakrekenmachines, verboden;
mag elke kandidaat die beslist om toch niet deel te nemen aan het examen, de zaal slechts verlaten een uur na het begin van de proef.
2. Verbetering
De Commissie kan de verbetering van de antwoorden van eenzelfde vragenlijst aan eenzelfde ploeg van ten minste twee van haar leden toevertrouwen.
De verbetering van de meerkeuzevragen gebeurt aan de hand van modelantwoorden opgesteld door de Commissie.
Voor de verbetering van de andere vragen, stelt de Commissie een lijst op van de elementen waarnaar de kandidaat, naar haar oordeel, zou moeten verwezen hebben, of van de moeilijkheden die hij had moeten aanvoelen. De leden die de antwoorden verbeteren, zijn door deze lijst niet absoluut gebonden.
3. Kwotering en deliberatie
In het totaal worden honderd punten aan het schriftelijk gedeelte toegekend. De Commissie kan met fracties van punten werken.
Op verslag van de leden die de antwoorden op een gestelde vraag of praktisch geval verbeterd hebben, kan de Commissie, bij meerderheid van haar leden, beslissen dat er geen punten toegekend worden aan de antwoorden op die vraag of praktisch geval, indien uit de verbetering van de antwoorden blijkt, dat deze substantieel en voor de overgrote meerderheid van de kandidaten afwijken van de modelantwoorden of lijsten door de Commissie opgesteld. Deze beslissing moet genomen worden bij aanvang van de deliberatie en vooraleer de identiteit van de deelnemers aan de schriftelijke proef gekend is door diegenen die de antwoorden verbeterd hebben.
Wanneer de Commissie meerkeuzevragen voorziet, wordt voor dit onderdeel van het schriftelijk gedeelte maximum de helft van het totaal van de voor het schriftelijk gedeelte toegekende punten, voorbehouden. Het resterend gedeelte van het puntentotaal wordt toegekend aan de analyse en/of de oplossing van de andere vragen of praktijkgevallen.
Elke ploeg van leden dat verbeterd heeft, deelt aan de Commissie de voorlopige kwoteringen die hij voortstelt mee. De deliberatie gebeurt in de schoot van de Commissie.
B . HET MONDELING GEDEELTE
1. Verloop van het mondeling gedeelte
Elke kandidaat wordt door de Commissie ondervraagd.
De Commissie kan niettemin beslissen om zich op te delen in groepen van minstens twee leden, waarvan ten minste één notaris en één extern lid. In dat geval wordt elke kandidaat achtereenvolgens ondervraagd door elke groep. Wanneer de Commissie zou beslissen om zich op te delen in twee groepen van vier leden, kan elke groep tot de ondervraging van de kandidaten overgaan voorzover in elke groep minstens drie leden aanwezig zijn.
Het mondeling gedeelte duurt minstens twintig minuten. Indien de ondervraging voor groepen gebeurt, ondervraagt elke groep de kandidaat gedurende ten minste vijftien minuten.
2. Kwotering en de deliberatie
In het totaal worden honderd punten toegekend aan het mondeling gedeelte. De Commissie kan met fracties van punten werken.
Elk examinerend lid geeft een voorlopige kwotering na de ondervraging van elke kandidaat.
In ieder geval wordt voor elke kandidaat gedelibereerd door de Commissie. De deliberatie vindt plaats na de ondervraging van de laatste kandidaat van de dag.

C . GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
VOOR BEIDE GEDEELTEN
De kandidaten mogen gedrukte wetboeken gebruiken. Deze mogen geen andere documenten bevatten, al dan niet vastgehecht. Evenwel mogen de kandidaten wettelijke teksten of fotokopies aanhechten van recente, nog niet wetswijzigingen. Persoonlijke aantekeningen in de wetboeken zijn toegelaten.
Wanneer zij dit nodig vindt, kan de Commissie aan de kandidaten de documentatie en/of het materiaal welke zij nuttig acht ter beschikking stellen.
Indien fraude werd vastgesteld kan de Commissie, na de kandidaat gehoord te hebben, beslissen om deze uit de rangschikking te weren.


D . RANGSCHIKKING VAN DE KANDIDATEN
1. Voorlopige rangschikking
De Commissie stelt slechts na het afsluiten van het mondeling gedeelte, de voorlopige rangschikking op van de kandidaten op basis van de resultaten behaald op het schriftelijk en het mondeling gedeelte.
Het schriftelijk en het mondeling gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van elke kandidaat en dus voor zijn voorlopige rangschikking.
2. Definitieve rangschikking
Niemand mag kennis nemen van de adviezen die ingewonnen werden door de Minister van Justitie over de kandidaten dan nadat de Commissie de voorlopige rangschikking heeft vastgesteld.
Alvorens de definitieve rangschikking vast te stellen, beslist de Commissie of ze bepaalde kandidaten die opmerkingen hebben geformuleerd, overeenkomstig artikel 39, § 4, van de wet van 25 ventôse jaar XI, zal horen.
Wanneer uit het advies van de procureur des Konings blijkt dat een kandidaat geen blanco strafregister heeft, of het voorwerp uitmaakt van vervolgingen voor een strafrechtbank, of van een opsporingsonderzoek, of van een gerechtelijk strafonderzoek of van een bemiddeling in strafzaken, zal de Commissie de aard van de overtreding onderzoeken, de datum, het aantal en de weerslag ervan op het uitoefenen van het notarisambt. Na onderzoek van die elementen en het horen van de kandidaat op zijn verzoek, zal de Commissie beslissen over het aantal in mindering te brengen punten, zonder dat de penalisatie vijftig punten overschrijdt.
De Commissie mag, bij een zeer gunstig advies van het Adviescomité, die advies uitbracht over de kandidaat, een bonificatie toekennen van maximum tien punten. Ze kan, in geval van ongunstig advies van dit Comité maximum tien punten in mindering brengen op het puntenresultaat van de kandidaat, na het horen van de kandidaat op zijn verzoek.
De definitieve rangschikking volgt tenslotte uit de punten behaald door elke kandidaat, in voorkomend geval aangepast zoals hierboven vermeld.
Gedaan en goedgekeurd te Brussel, op 27 september 2002.
Voor de Nederlandstalige benoemingscommissie voor het notariaat,
Marc CLAEYS BOUUAERT
Voorzitter van de Commissie.