Consulaties - examen kandidaat - notaris 8 maart 2003

 

 

Consultaties - Clausules

vraag 1

I. advies. over de keuze van de rechtbank te Dendermonde:

De partijen kiezen vrij de rechtbank bij dewelke de procedure zal ingeleid worden. De notaris mag deze keuze akteren.

Over de gewenste regeling omtrent de kinderen:

In het algemeen: a) uit artikel 302 1° lid en 376 1° lid BW vlogt dat de wetgever thans uitgaat van het basisgegeven van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen. Er moet echter wel duidelijk vermeld te worden op welk adres de kinderen worden ingeschreven in het bevolkingsregister.

b) andere systemen en combinaties blijven mogelijk, bijvoorbeeld de exclusieve uitoefening. Belangrijk is dat de echtgenoten, welk systeem ze ook aannemen, voor voldoende duidelijkheid zorgen aangaande wat zij beschouwen als vallen respectievelijk onder het gezamenlijk / exclusief ouderlijk gezag.

c) De rechtbank beschikt sedert de echtscheidingswet van 30 juni 1994 (artikel 1290 lid 2 Ger.W) over een inhoudelijke en opportuniteitscontrole wat betreft de afspraken en regelingen met betrekking tot de minderjarige kinderen. Het belang van het kind is thans een grondvoorwaarde die de openbare orde raakt, niet alleen wat het onderhoudsgeld betreft, maar ook wat de regeling betreft van de wijze van uitoefening van het ouderlijk gezag.

Recht op persoonlijk contact

In het bijzonder wat de uitoefening van het recht op persoonlijk contact (NB terminologie 'hoede- en bezoekrech: bestaat niet meer) volgt uit de wet dat dit thans een eigen recht is van het kind dat de openbare orde raakt en zodat hierover geen dading kan gesloten worden, zoals bijvoorbeeld volledige afstand van rechten en plichten ten aanzien van het kind, met als tegenprestatie het vrijgesteld zijn van het betalen van onderhoudsgeld.

Een overeenkomst waarin de man aanvaardt het recht op persoonlijk contact niet uit te oefenen.

Onderhoudsbijdrage (artikel 203 - 203bis BW)

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de onderhoudsbijdrage (contributio) waarover wel een overeenkomst mogelijk is en de onderhoudsverplichting (obligatio) waarover geen overeenkomst mogelijk is.

Het is dus mogelijk dat bedongen wordt dat één van de ouders geen onderhoudsgeld moet betalen: immers, zodra het kind levensonderhoud, opvoeding en opleiding geniet in overeenkstemmig met de middelen van beide ouders, heeft het geen vorderingsrechten meer tegen één van beide ouders, en doet een dergelijk tussen de ouders bedongen 'geen bijdrage' clausule geen afbreuk aan het eigen vorderingsrecht van de minderjarige.

2. Clausule in verband met de kinderen

Wat betreft hun minderjarige kinderen komen pertijen overeen wat volgt:

1. Ouderlijk gezag: Daar de vader zich in het buitenland zal vestigen zal de moeder ex zal de moeder exclusief het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen uitoefenen. De kinderen zullen bij haar ingeschreven worden in het bevolkingsregister.

2. Recht op persoonlijk contact (niet 'bezoekrecht'). Zolang de vader in het buitenland verblijft zal jij zijn recht op persoonlijk contact uitoefenen tijdens de grote schoolvakantie gedirende de eerste 15 dagen van de maand juli. Wanneer de vader in België verblijft zal hij zijn recht op persoonlijk contact uitoefenen iedere weekend van zaterdag 9uur tot zondag 20 uur. Hij zal de kinderen afhalen en terugbrengen bij de moeder.

Nota: Er moet een preciese regeling voorzien worden, wat niet belet dat partijen onder elkaar kunnen overeenkomen over andere praktische modaliteiten. De vader is ook niet verplicht zijn recht op persoonlijk contact daadwerkelijk uit te oefenen. Een volledige 'verzaking' aan zijn recht op persoonlijk contact zou misschien door de rechtbank aanvaard worden, doch partijen moeten ervan verwittigd worden dat het risico bestaat dat de Produreur des Konings hiertegen bezwaren zou kunnen hebben.

3. Onderhoudsbijdrage:

De avder zal een de moeder geen onderhoudsbijdrage voor levensonderhoud en opvoeding van de kinderen moeten betalen zolang de moeder over de middelen beschikt om hen een passend levensonderhoud, opvoeding en opleiding te verschaffen.

4. Herziening:

Ingeval van gewijzigde levensomstandigheden is herziening mogelijk van deze overeenkomst, daar de hierboven voorzienen regeling geldt onverminderd de toepassing van artikel 203 en 203bis BW (artikel 303 afgeschaft)

 

Vraag 2

eerste geval (In het geval dat de ouders er niet voor terugschikken onmiddellijk registratierechten (schenkingsrechten) en aktekosten te betalen.

1. Schenking aan de 3 kinderen afzonderlijk met voorbehoud van vruchtgebruik en aanwas en tussenkomst van de andere kinderen om in te stemmen (artikel 918 BW)

2. Schenking - verdeling (dubbele akte)

1° schenking van de blote eigendom in onverdeeldheid aan de 3 kinderen met voorbehoud van vruchtgebruik en aanwas van het vruchtgebruik aan de langstlevende onder hen.

2° Verdeling van de goederen in blote eigendom tussen de 2 kinderen.

Voordeel: de meest zekere oplossing: geen gevaar van inbreng en/of inkorti,g bij de overlijdens van de ouders.

3. Ouderlijke boedelverdeling

iets minder kosten (geen dubbelen akte) doch minder zekerheid: eventueel gevaar van inkorting indien grote waardeschommelingen tussen de data van de akte en van het overlijden.

tweede geval (Ingeval zijn over geen financiële reserves beschikken en dus ook niet wensen registratierechten en belangrijke aktekosten te betalen)

1. Indien de ouders geen kosten willen spenderen blijft de mogelijkheid van testamentaire beschikkingen.

2. Een testamentaire ouderlijke boedelverdeling van de gemeenschapsgoederen is echter niet mogelijk omdat een conjunctief testament nietig is.

 

 

Vraag 3

artikel 8 par. 3 wet 4 november 1969 ingevoegd door wet 7 november 1988.

Informatie

Een loopbaanpacht is een pacht van vaste duur die gelijk is aan het verschil tussen het ogenblik dayt de pachter 65 jaar wordt en zijn huidige leeftijd, met een minimum van 27 jaar (indien meerdere pachters, leeftijd van de jongste)

De apchter moet dus jonger zijn dan 37 jaar.

Onderpacht en pachtoverdracht zijn mogelijk zonder overschrijding van de duur.

Een authentieke pacht is aan te raden

2. Voordelen voor de eigenaar

Einde van de pacht op welbepaalde datum. geen pachtvernieuwing of pachtverlenging (tenzij mits akkoord van de eigenaar)

Zekerheid dat de goederen vrij komen op de vastgestelde datum.

3. Nadelen voor de eigenaar:

Bevriezing van zijn onroerend landgoed voor een lange periode: zeer moeilijke verkoopbaarheid.

Sterk verminderde verkoopwaarde zeker in het begin van de periode.

 

Vraag 4

1. Over de nalatenschap van Pierre.

Bea erft enkel indien Pierre haar testamenteit tot legataris heeft aangesteld.

2. over de levensverzekering

a. Burgerrechtelijk: Bea is begunstigde van de levensverzekering. Dit is een beding ten behoeve van een derde. zij verkrijgt dit ingevolge een eigen recht (ius proprio) Het is verder zonder belang of ze al dan niet testamentair erfgenaam is van Pierre.

b. Fiscaal: zij zal op dit voordeel successierechten betalen (artikel 8 w. Succ.) tegen het tarief 'alle andere personen' (zie verder 4) in het Waalse Gewest is de gelijkschakeling met het tarief 'tussen echtgenoten' enkel van toepassing als de verklaring van wettelijke samenwoning meer dan 1 jaar voor het overlijden werd afgelegd.

3. over het beding van aanwas

a. burgerrechtelijk: kanscontract (ten bezwarende titel) gelijke levensverwachting, Bea verkrijgt de helft

b. fiscaal: Er zullen registratierechten moeten betaald worden. verklaring leggen binnen de 4 maanden na het overlijden (artikel 31, 2°) Wetboek registratierechten. De rechten zijn 12,5% eventueel 6% indien bij de akte 6% werd betaald. In de verklaring moet de waarde van het huis op datum van het overlijden worden geschat.

4. over de aangifte van nalatenschap

De aangifte moet ingediend worden op het bevoegde registratiekantoor te Namen (Waalse Gewest) Door de invoering van het nieuwe localisatoeprincipe zijn de successierechten verschuldigd in het Gewest waar de overledene gedurende de laatste 5 jaar het langst zijn fiscale woonplaats heeft gehad. Dit moet trouwens in de aangifte worden vermeld. Het zijn de successierechten van dat Gewest die verschuldigd zijn.

 

Vraag 5

Nicj Taalop (de vader) zal in de oprichtingsakte alleen als stichter optreden, gezien hij op meer dan 1/3de van het kapitaal inschrijft (art. 450 Vennootschapwet) en zal dus alleen het financieel plan ondertekenen, terwijl de 2 zonen in de akte zullen optreden als eenvoudige inschrijvers. Daarvan moet melding gemaakt worden in de akte.

2. Aan elk van de 2 zonen kunnen maximaal 150 aandelen zonder stemrecht (max 1/3de aandelen artikel 48 Vennootschapswet) toegekend worden op de 270 aandelen waarop zijj inschrijven. Daardoor bekomt de vader een stemmen meerderheid in de algemene vergadering doch opgelet ingeval van uitkering van de dividenden moet aan deze aandeelhouders een preferent en opvorderbaar dividend statutair toegekend worden.

Het is geraadzaam aan de vader bij de oprichting van de vennootschap een voldoende aantal (max 450 of de helft van de kapitaalaandelen artikel 542 Vennootschapswet) preferent of stichtersaandelen met stemrecht toe te kennen, ter vergoeding voor de inbreng van zijn know how, waardoor hij opnieuw de meerderheid bekomt in de algemene vergadering.

Vraag 6

 

De heer V.O had ontegensprekelijk het recht het bedrag van de groepsverzekering te innen onder de vorm van een maandelijkse rente: in dit geval wordt deze rente gelijkgesteld met een aanvullend pensioen, welke gefinancierd werd door de bijdragen van zijn werkgever. In casu is artikel 1401, 4° BW van toepassing: waarbij gesteld wordt dat het recht op een pensioen of soortgelijke uitkering eigen is.

Alhoewel het bedrag of emolument van dit pensioen in de gemeenschap valt, zolang deze niet ontbonden is, wordt, overeenkomstog de algemene beginselen van artikel 1405 BW

Deze beginselen dienen eveneens per analogie toegepast te worden voor het geval een kapitaal werd uitgekeerd ivm een rente.

Het bedrag van het kapitaal komt de gemeenschap ten goede zolang de gemeenschap niet ontbonden is, terwijl na de ontbinding dit kapitaal eigen is. In casu, een bilijke oplossing zou kunnen gevonden worden door de overlevingsrechten van de verzekeringsmaatschappij te hanteren (bijvoorbeeld de tabellen van Ledoux). Stel nu dat de overlevingskansen van de man volgens deze tabellen op z'n pensioenregrechtigde leeftijd 16 jaar bedragen, en dat de gemeenschap ontbonden wordt 2,5 jaar na zijn vertrek met pensioen, dan zal aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding moeten toegekend worden van 2,5/16den van het verzekerd kapitaal van 600 000, terwijl de effectenportefeuille als eigen vermogen van de man zal beschouwd worden.

 

 

 

Volgende bladzijde >>

rechtinbelgie@2747.com