Examen 2003 oproep in het Belgisch Staatsblad

PROGRAMMA VAN HET VERGELIJKEND EXAMEN GOEDGEKEURD EN GEPUBLICEERD IN B.S.

B.S. van 21 januari 2003, ed. 1, p. 2002
Ministerieel besluit van 13 januari 2003 houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen
Het programma van het vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissie van het notariaat, op 27 september 2002, is goedgekeurd en ziet er als volgt uit :

A . De schriftelijke en mondelinge proeven zullen over de volgende onderwerpen handelen :

1° het notarieel recht als dusdanig, met inbegrip van de deontologie en de notariële boekhouding ;

2° de volgende juridische materies met betrekking tot het notariaat :
a . het personenrecht (natuurlijke en rechtspersonen), zakenrecht, erfrecht, schenkingen en testamenten, het verbintenissen-recht, de overeenkomsten, het huwelijksvermogensrecht en de zekerheden;
b . het handelsrecht, het vennootschapsrecht, het economisch recht en het financieel recht;
c . het gerechtelijk recht;
d . het publiek, het administratief recht en het milieu-recht;
e . het fiscaal recht;
f . het agrarisch recht;
g . het internationaal privaatrecht;

3° de menselijke aspecten in contacten met cliënten, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars, alsmede collega's ;

4° de bekwaamheid in :
a . het voorstellen van billijke en juridische geschikte oplossingen;
b . het beheer van een notariskantoor, de werkorganisatie ervan en het vermogen om de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren;
c . het voorkomen van en bemiddelen bij conflicten tussen cliënten, tussen deze laatsten en medewerkers van een notaris, alsmede tussen medewerkers onderling.


B. De schriftelijke proef zal bestaan uit meerkeuzevragen, vragen waarop een bondig antwoord wordt gevraagd, verbetering van akten of delen van akten, praktische gevallen, consultaties en het opstellen van clausules.
De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met de leden van de Benoemingscommissie die het vrij staat de kandidaat over het volgende te ondervragen :
a . zijn visie omtrent het notarisberoep, zijn motivaties voor een carrière in het notariaat, alsook de ervaring opgedaan sinds het afstuderen aan de universiteit;
b . antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent punten 1° tot 4° hierboven en/of het verder uitdiepen van antwoorden van de schriftelijke proef.


FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

13 JANUARI 2003. - Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen


De Minister van Justitie,
Gelet op de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, inzonderheid op artikel 39, § 2, opnieuw opgenomen bij de wet van 4 mei 1999;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 november 2002,
Besluit :
Artikel 1. Het programma van het vergelijkend jaarlijks examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen, bedoeld in artikel 39, § 2, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissies van het notariaat op 27 september 2002 dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 13 januari 2003.
M. VERWILGHEN

JAARLIJKS VERGELIJKEND EXAMEN VOOR DE RANGSCHIKKING VAN KANDIDAAT-NOTARISSEN
PROGRAMMA
A . De schriftelijke en mondelinge proeven zullen over de volgende onderwerpen handelen :
1° het notarieel recht als dusdanig, met inbegrip van de deontologie en de notariële boekhouding;
2° de volgende juridische materies met betrekking tot het notariaat :
a . het personenrecht (natuurlijke en rechtspersonen), zakenrecht, erfrecht, schenkingen en testamenten, het verbintenissen-recht, de overeenkomsten, het huwelijksvermogensrecht en de zekerheden;
b . het handelsrecht, het vennootschapsrecht, het economisch recht en het financieel recht;
c . het gerechtelijk recht;
d . het publiek, het administratief recht en het milieu-recht;
e . het fiscaal recht;
f . het agrarisch recht;
g . het internationaal privaatrecht;
3° de menselijke aspecten in contacten met cliënten, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars, alsmede collega's;
4° de bekwaamheid in :
a . het voorstellen van billijke en juridische geschikte oplossingen;
b . het beheer van een notariskantoor, de werkorganisatie ervan en het vermogen om de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren;
c . het voorkomen van en bemiddelen bij conflicten tussen cliënten, tussen deze laatsten en medewerkers van een notaris, alsmede tussen medewerkers onderling.
B. De schriftelijke proef zal bestaan uit meerkeuzevragen, vragen waarop een bondig antwoord wordt gevraagd, verbetering van akten of delen van akten, praktische gevallen, consultaties en het opstellen van clausules.
De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met de leden van de Benoemingscommissie die het vrij staat de kandidaat over het volgende te ondervragen :
a . zijn visie omtrent het notarisberoep, zijn motivaties voor een carrière in het notariaat, alsook de ervaring opgedaan sinds het afstuderen aan de universiteit;
b . antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent punten 1° tot 4° hierboven en/of het verder uitdiepen van antwoorden van de schriftelijke proef.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 januari 2003 houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen.
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN

 


Notariaat. - Vergelijkend examen voor de rangschikking van kandidaat-notarissen voor het jaar 2003. - Oproep tot de kandidaten
Bij toepassing van artikel 39 van de wet van 25 ventôse Jaar XI tot organisatie van het notarisambt, zullen weldra de Nederlandstalige en Franstalige benoemingscommissies voor het Notariaat overgaan tot de inrichting van het vergelijkend examen tot selectie en rangschikking van kandidaten tot een benoeming tot kandidaat-notaris voor het jaar 2003.
De kandidatuurstelling met bijlagen moeten, op straffe van verval, bij een ter post aangetekende brief, binnen de maand te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking in het huidig nummer van het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 35, § 2, alinea 2, van de wet van 25 ventôse jaar XI, hetzij uiterlijk op 17 februari 2003 om middernacht, verstuurd worden, aan het volgend adres :
Federale Overheidsdienst Justitie
Vergelijkend examen voor rangschikking van kandidaat-notarissen voor het jaar 2003.
Dienst Personeelszaken 3 P/R.O. I
t.a.v. Ilse Schellemans
Waterloolaan 115
1000 BRUSSEL
De poststempel geldt als bewijs.
Op straffe van onontvankelijkheid, dienen de bijlagen voorzien door het koninklijk besluit van 30 december 1999 (Belgisch Staatsblad , 8 januari 2000) bij de kandidatuurstelling worden gevoegd, te weten :
1° een uittreksel uit de geboorteakte (of een ander wettelijk document afgeleverd ingeval de geboorteakte door overmacht niet kan gereproduceerd worden);
2° een eensluidend verklaard afschrift van het diploma van licentiaat in het notariaat (niet het afschrift van licentiaat in de rechten);
3° een eensluidend verklaard afschrift van het stagecertificaat bedoeld in artikel 36 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt (te weten het stagecertificaat afgeleverd door de Voorzitter van de Nationale Kamer van Notarissen);
4° een bewijs van nationaliteit daterend van na de bekendmaking van deze oproep tot de kandidaten (dit getuigschrift moet in elk geval worden bijgevoegd, ook wanneer de nationaliteit op andere documenten staat vermeld);
5° een getuigschrift van goed gedrag en zeden daterend van na deze bekendmaking van de oproep tot de kandidaten;
6° een verklaring op erewoord van de kandidaat met vermelding van de periode(s) en de plaats(en) van tewerkstelling in het notariaat;
7° een gedetailleerd curriculum vitae houdende voor de uitoefening van het notarisambt relevante informatie.
Iedere kandidaat wordt verzocht melding te maken van zijn adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres waar hij kan bereikt worden. De kandidaten die in het buitenland gedomicilieerd zijn, worden verzocht woonplaats te kiezen in een gemeente van België.
Een gewone fotokopie van de kandidatuurstelling en van de zeven bijlagen moeten bij deze aangetekende zending worden gevoegd.
Zowel de originele bundel als de bundel in fotokopie moeten worden genummerd en samengehecht.
Er zal geen verzoek tot aanvulling van een onvolledig dossier worden verstuurd. Elke betrokkene dient er zorgvuldig op toe te zien dat zijn dossier alle nodige documenten bevat.
Enkel de personen van wie de kandidatuur door de Minister van Justitie ontvankelijk wordt verklaard, zullen toegelaten worden tot de schriftelijke proef.
De bevoegde Benoemingscommissie zal bij aangetekend schrijven tot de kandidaten, die ontvankelijk worden verklaard, een oproep richten voor het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen.
Het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen zal plaatsvinden op zaterdag 8 maart 2003, in de lokalen van SELOR (Selectiebureau van de Federale Overheid) te 1000 Brussel, Oratoriënberg 20.
De bevoegde Benoemingscommissie zal, per aangetekend schrijven, een oproep tot de kandidaten die toegelaten worden tot het mondeling gedeelte, versturen. Dit gedeelte zal aanvangen in de tweede week van de maand april 2003 en zal plaatsvinden op de zetel van de Benoemingscommissies, Bergstraat 30-32 te 1000 Brussel.
Het ministerieel besluit van 13 januari 2003 houdende de goedkeuring van het programma van het vergelijkend examen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van heden, 17 januari 2003, blz. 1671.
(De pers en de radio worden verzocht dit bericht over te nemen)
Reglement van het vergelijkend examen
A. SCHRIFTELIJK GEDEELTE
1. Verloop van het schriftelijk gedeelte
Het schriftelijk gedeelte duurt vijf uur. Een pauze van een uur wordt ingelast drie uur na het begin van de proef.
De kandidaten schrijven hun naam, voornaam en woonplaats op de aangeduide plaats op de examenbladen en worden daarna verzocht dit gedeelte te overplakken met de bijbehorende zelfklever.
Gedurende de proef wordt het gebruik van GSM of van elke andere vorm van communicatiemiddel strikt verboden.
Behoudens toelating van de Commissie,
is het gebruik van informaticamaterieel, fotografisch en kopieapparatuur met uitzondering van zakrekenmachines, verboden;
mag elke kandidaat die beslist om toch niet deel te nemen aan het examen, de zaal slechts verlaten een uur na het begin van de proef.
2. Verbetering
De Commissie kan de verbetering van de antwoorden van eenzelfde vragenlijst aan eenzelfde ploeg van ten minste twee van haar leden toevertrouwen.
De verbetering van de meerkeuzevragen gebeurt aan de hand van modelantwoorden opgesteld door de Commissie.
Voor de verbetering van de andere vragen, stelt de Commissie een lijst op van de elementen waarnaar de kandidaat, naar haar oordeel, zou moeten verwezen hebben, of van de moeilijkheden die hij had moeten aanvoelen. De leden die de antwoorden verbeteren, zijn door deze lijst niet absoluut gebonden.
3. Kwotering en deliberatie
In het totaal worden honderd punten aan het schriftelijk gedeelte toegekend. De Commissie kan met fracties van punten werken.
Op verslag van de leden die de antwoorden op een gestelde vraag of praktisch geval verbeterd hebben, kan de Commissie, bij meerderheid van haar leden, beslissen dat er geen punten toegekend worden aan de antwoorden op die vraag of praktisch geval, indien uit de verbetering van de antwoorden blijkt, dat deze substantieel en voor de overgrote meerderheid van de kandidaten afwijken van de modelantwoorden of lijsten door de Commissie opgesteld. Deze beslissing moet genomen worden bij aanvang van de deliberatie en vooraleer de identiteit van de deelnemers aan de schriftelijke proef gekend is door diegenen die de antwoorden verbeterd hebben.
Wanneer de Commissie meerkeuzevragen voorziet, wordt voor dit onderdeel van het schriftelijk gedeelte maximum de helft van het totaal van de voor het schriftelijk gedeelte toegekende punten, voorbehouden. Het resterend gedeelte van het puntentotaal wordt toegekend aan de analyse en/of de oplossing van de andere vragen of praktijkgevallen.
Elke ploeg van leden dat verbeterd heeft, deelt aan de Commissie de voorlopige kwoteringen die hij voortstelt mee. De deliberatie gebeurt in de schoot van de Commissie.
B . HET MONDELING GEDEELTE
1. Verloop van het mondeling gedeelte
Elke kandidaat wordt door de Commissie ondervraagd.
De Commissie kan niettemin beslissen om zich op te delen in groepen van minstens twee leden, waarvan ten minste één notaris en één extern lid. In dat geval wordt elke kandidaat achtereenvolgens ondervraagd door elke groep. Wanneer de Commissie zou beslissen om zich op te delen in twee groepen van vier leden, kan elke groep tot de ondervraging van de kandidaten overgaan voorzover in elke groep minstens drie leden aanwezig zijn.
Het mondeling gedeelte duurt minstens twintig minuten. Indien de ondervraging voor groepen gebeurt, ondervraagt elke groep de kandidaat gedurende ten minste vijftien minuten.
2. Kwotering en de deliberatie
In het totaal worden honderd punten toegekend aan het mondeling gedeelte. De Commissie kan met fracties van punten werken.
Elk examinerend lid geeft een voorlopige kwotering na de ondervraging van elke kandidaat.
In ieder geval wordt voor elke kandidaat gedelibereerd door de Commissie. De deliberatie vindt plaats na de ondervraging van de laatste kandidaat van de dag.
C . GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
VOOR BEIDE GEDEELTEN
De kandidaten mogen gedrukte wetboeken gebruiken. Deze mogen geen andere documenten bevatten, al dan niet vastgehecht. Evenwel mogen de kandidaten wettelijke teksten of fotokopies aanhechten van recente, nog niet wetswijzigingen. Persoonlijke aantekeningen in de wetboeken zijn toegelaten.
Wanneer zij dit nodig vindt, kan de Commissie aan de kandidaten de documentatie en/of het materiaal welke zij nuttig acht ter beschikking stellen.
Indien fraude werd vastgesteld kan de Commissie, na de kandidaat gehoord te hebben, beslissen om deze uit de rangschikking te weren.
D . RANGSCHIKKING VAN DE KANDIDATEN
1. Voorlopige rangschikking
De Commissie stelt slechts na het afsluiten van het mondeling gedeelte, de voorlopige rangschikking op van de kandidaten op basis van de resultaten behaald op het schriftelijk en het mondeling gedeelte.
Het schriftelijk en het mondeling gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van elke kandidaat en dus voor zijn voorlopige rangschikking.
2. Definitieve rangschikking
Niemand mag kennis nemen van de adviezen die ingewonnen werden door de Minister van Justitie over de kandidaten dan nadat de Commissie de voorlopige rangschikking heeft vastgesteld.
Alvorens de definitieve rangschikking vast te stellen, beslist de Commissie of ze bepaalde kandidaten die opmerkingen hebben geformuleerd, overeenkomstig artikel 39, § 4, van de wet van 25 ventôse jaar XI, zal horen.
Wanneer uit het advies van de procureur des Konings blijkt dat een kandidaat geen blanco strafregister heeft, of het voorwerp uitmaakt van vervolgingen voor een strafrechtbank, of van een opsporingsonderzoek, of van een gerechtelijk strafonderzoek of van een bemiddeling in strafzaken, zal de Commissie de aard van de overtreding onderzoeken, de datum, het aantal en de weerslag ervan op het uitoefenen van het notarisambt. Na onderzoek van die elementen en het horen van de kandidaat op zijn verzoek, zal de Commissie beslissen over het aantal in mindering te brengen punten, zonder dat de penalisatie vijftig punten overschrijdt.
De Commissie mag, bij een zeer gunstig advies van het Adviescomité, die advies uitbracht over de kandidaat, een bonificatie toekennen van maximum tien punten. Ze kan, in geval van ongunstig advies van dit Comité maximum tien punten in mindering brengen op het puntenresultaat van de kandidaat, na het horen van de kandidaat op zijn verzoek.
De definitieve rangschikking volgt tenslotte uit de punten behaald door elke kandidaat, in voorkomend geval aangepast zoals hierboven vermeld.
Gedaan en goedgekeurd te Brussel, op 27 september 2002.
Voor de Nederlandstalige benoemingscommissie voor het notariaat,
Marc CLAEYS BOUUAERT
Voorzitter van de Commissie.
Michel GERNAIJ
Secretaris van de Commissie.
BENOEMINGSCOMMISSIES
Beenhouwersstraat 67
1000 Brussel
De Franstalige benoemingscommissie voor het notariaat is als volgt samengesteld :
Externe leden :
De heer Alain de BRABANT, vrederechter van het kanton Marche-en-Famenne;
Plaatsvervanger : Mevr. Véronique LAURENT, substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Namen;
De heer Jean GOEMAERE, advocaat;
Plaatsvervanger : Arlette CUISENAIRE, juriste;
Mevr. Michèle LAGAE, juridisch raadgever;
Plaatsvervanger : De heer Jean-Louis LECLERCQ, commissaris bij het Eerste Aankoopcomité te Brussel;
De heer Michel VERWILGHEN, emeritus hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de « Université Catholique de Louvain », voorzitter van de Commissie;
Plaatsvervanger : De heer Philippe DE PAGE, buitengewoon hoogleraar aan de « Université libre de Bruxelles »;
Notarissen :
Mevr. Sophie MAQUET, geassocieerd notaris te Brussel, secretaris van de Commissie;
Plaatsvervanger : Mevr. Catherine LAGUESSE, geassocieerd notaris te Ensival-Verviers;
De heer Bernard MICHAUX, notaris te Etterbeek, ondervoorzitter van de Commissie;
Plaatsvervanger : De heer Yves DECHAMPS, notaris te Schaarbeek;
De heer Daniel PIRLET, notaris te Bastenaken;
Plaatsvervanger : Mevr. Véronique DOLPIRE, notaris te Dinant;
Mevr. Marie-Noëlle XHAFLAIRE, notaris te Montzen;
Plaatsvervanger : De heer Charles WAUTERS, notaris te Hannuit.
De Nederlandstalige benoemingscommissie voor het notariaat is als volgt samengesteld :
Externe leden :
De heer Marc BOES, gewoon hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Katholieke Universiteit Leuven, ondervoorzitter van de Commissie;
Plaatsvervanger : De heer Piet TAELMAN, hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Rijksuniversiteit Gent;
De heer Jan GRILLET, hoofdinspecteur (afdelingschef) van de Registratie
Plaatsvervanger : De heer Dominique DESMET, advocaat;
De heer Dirk MEULEMANS, directeur van het Centrum voor Vastgoedrecht KULAK;
Plaatsvervanger : De heer Bernard BUYSE, gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Brussel;
Mevr. Nicole VAN ISTERDAEL, kamervoorzitter van het hof van beroep te Gent;
Plaatsvervanger : De heer Christiaan VERSLYPE, vrederechter van het kanton Veurne-Nieuwpoort.
Notarissen :
De heer Marc CLAEYS BOUUAERT, notaris te Gent, voorzitter van de Commissie;
Plaatsvervanger : De heer Guillaume ROBERTI de WINGHE, notaris te Leuven;
De heer Michel GERNAIJ, notaris te Sint-Joost-ten-Node, secretaris van de Commissie;
Plaatsvervanger : De heer Hugo MEERSMAN, notaris te Etterbeek;
Mevr. Carole GUILLEMYN, geassocieerd notaris te Brussel;
Plaatsvervanger : De heer Carlos DEWAGHTERE, geassocieerd notaris te Jabbeke;
De heer Stefan VAN TRICHT, notaris te Schoten;
Plaatsvervanger : De heer Herbert STYNEN, notaris te Kasterlee.


begin Publicatie : 2003-01-17

 

Vergelijkend examen voor de rangschikking van kandidaat-notarissen voor het jaar 2003. - Erratum
In het Belgisch Staatsblad van 17 januari 2003, bl. 1672, wordt in de vierde en vijfde lijn van Nederlandstalige tekst de woorden « Dit gedeelte zal aanvangen in de tweede week van de maand april 2003. » vervangen door de woorden « Dit gedeelte zal aanvangen, voor de Nederlandstalige kandidaten, op 31 maart 2003 en, voor de Franstalige kandidaten, in de tweede week van de maand april 2003 ».