Examen 2001: meerkeuzevragen

VRAGENLIJST nr V - MEERKEUZEVRAGEN -     Voor elk van de dertig vragen van deze vragenlijst is er maar ťťn juist antwoord. Een juist antwoord geeft 3 punten. Voor een foutief antwoord zullen maximum 2 punten afgetrokken worden. Bij niet beantwoorden van een vraag worden geen punten afgetrokken. Het totaal aantal behaalde punten wordt gedeeld door drie : deze vragenlijst zal voor dertig punten in aanmerking komen in het totaal aantal punten van de schriftelijke proef.
    Gelieve de vragen enkel en alleen te beantwoorden op in het rood gedrukt blad, volgens de onderrichtingen in de "praktische onderrichtingen" gegeven.


V.1.    Wanneer echtgenoten, gehuwd onder het stelsel van de wettelijke gemeenschap, een stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten en toebedeling van de gemeenschap aan de langstlevende, willen aannemen
A.    moeten zij de grote procedure volgen met name inventaris en homologatie door de rechtbank.
B.    kunnen zij de kleine procedure volgen, met name zonder inventaris en zonder homologatie door de rechtbank.
C.    moeten zij de grote procedure volgen, met publicatie in het Belgisch Staatsblad en homologatie door de rechtbank, maar zonder voorafgaande inventaris.
D.    moeten zij een voorafgaande inventaris opstellen en de grote procedure volgen, maar zijn zij vrijgesteld van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

V.2.    Een minderjarig kind, zes jaar oud, overlijdt en laat goederen na. De grootouders van moederszijde komen op in de wettelijke nalatenschap van hun kleinzoon
A.    als de vader en de moeder van het kind vooroverleden zijn.
B.    in alle gevallen.
C.    als het kind geen broer of zuster van moederszijde (uit dezelfde moeder geboren) nalaat, en de moeder vooroverleden is.
D.    als het kind geen broer of zuster nalaat en de moeder vooroverleden is.

V.3.    Schenkingen tussen samenwonenden zijn
A.    onherroepbaar, behalve in geval van beŽindiging van de samenwoning.
B.    in alle gevallen herroepbaar overeenkomstig artikel 1096 B.W.
C.    onherroepbaar.
D.    onderworpen aan het stilzwijgend ontbindend beding van het voortduren van de samenwoning.

V.4.    Arthur Dikhuid heeft voor 100.000 Euro de blote eigendom van zijn aandelen in de b.v.b.a."Garage groene zone", waarvan hij de enige aandeelhouder is, aan de oudste van zijn drie kinderen, Michel, verkocht. Onlangs is Arthur die zich het levenslang vruchtgebruik heeft voorbehouden, overleden. De koop is stilgehouden en de twee andere kinderen, Henri en Jozef, zijn niet op de hoogte ervan. U moet de nalatenschap afwikkelen. Welke rechtsregeling vindt toepassing.
A.    de verkoop blijft alleen beheerst door het gemeen recht van de koopovereenkomsten.
B.    de koopprijs moet in ieder geval als een schenking worden ingebracht in de nalatenschap bij het overlijden van Arthur, als in te brengen schenking.
C.    de koopprijs wordt beschouwd als een schenking vrijgesteld van inbreng.
D.    de aandelen in de b.v.b.a. worden beschouwd als zijnde het voorwerp van een schenking bij vooruitmaking aan Michel; hun waarde moet toegevoegd worden aan de massa bedoeld in artikel 922 B.W.voor de berekening van het voorbehouden gedeelte, en de schenking wordt aangerekend op het beschikbaar gedeelte.

V.5.    Prosper Dupont schenkt bij authentieke akte aan zijn kleinzoon Louis, zes jaar oud, een aan hem toebehorende bouwgrond. De schenking mag aanvaard worden door zijn echtgenote, grootmoeder van het kind:
A.    alleen als de vader en de moeder van het kind niet aanwezig zijn omdat ze in de onmogelijkheid verkeren zich te verplaatsen naar het notariskantoor.
B.    in geval de vader en de moeder van het kind gescheiden leven of uit de echt gescheiden zijn.
C.    in alle gevallen.
D.    als alleen de vader of de moeder van het kind in leven is.

V.6.    De ouders Wittebol-Suiker hebben zich borg gesteld voor de verbintenissen aangegaan door hun zoon Felix, wegens een hypothecaire lening die Felix en zijn echtgenote Francine hebben afgesloten bij de Geefhier Bank, kredietinstelling erkend om hypothecaire leningen toe te staan in BelgiŽ. Ten gevolge van de financiŽle moeilijkheden van Felix en zijn echtgenote, moeten de ouders de achterstallige betaling van 3.000 Euro op zich nemen.
A.    Zij kunnen de wettelijke indeplaatsstelling verkrijgen wanneer zij de maandelijkse afbetalingen in naam van hun kinderen betalen.
B.    Zij kunnen de wettelijke indeplaatsstelling verkrijgen wanneer zij de maandelijkse afbetalingen in eigen naam betalen en aan de kredietinstelling vragen om in de plaats gesteld te worden.
C.    Zij kunnen de wettelijke indeplaatsstelling verkrijgen als de schuld solidair bedongen werd.
D.    Zij kunnen de wettelijke indeplaatsstelling niet verkrijgen.

V.7.    Horst Bieger, van Duitse nationaliteit, is gehuwd te Monaco op 30 oktober 1986 met Mevrouw Marianne Pinson, van Monegaskische nationaliteit. Zij hebben geen huwelijksovereenkomsten gesloten, noch vůůr noch na het huwelijk. Op het ogenblik van het huwelijk woonde de heer Horst te Aix-en-Provence, alwaar de echtgenoten zich gevestigd hebben na het huwelijk, en waar zij een tiental jaren verbleven. Nadien kwamen zij in Brussel wonen, waar zij thans nog steeds verblijven.
    Zij hebben besloten bij onderlinge overeenkomst uit de echt te scheiden in BelgiŽ, daar al hun roerende en onroerende goederen zich in dit land bevinden. Zij stellen U de vraag welk hun huwelijksstelsel is. U antwoordt hen dat, in toepassing van het Belgisch internationaal privaatrecht, zij gehuwd zijn onder het:
A.    Duits wettelijk stelsel.
B.    Belgisch wettelijk stelsel.
C.    Frans wettelijk stelsel.
D.    Monegaskisch wettelijk stelsel.

V.8.    In een testament dat men aan u voorlegt, komt het volgende beding voor in aansluiting op een bijzonder legaat : "Als bij het overlijden van de legataris het onroerend goed dat ik hem vermaak nog in natura aanwezig is in zijn nalatenschap,, zal dat onroerend goed toekomen aan de Koning Boudewijnstichting". De legataris vraagt u of dit beding is:
A.    een verboden erfstelling over de hand.
B.    een last die de legataris belet over het goed te beschikken en hem verplicht het goed bij zijn overlijden aan de Koning Boudewijnstichting over te laten.
C.    een beding dat voor de legataris geen enkele verplichting met zich meebrengt, maar als het goed bij zijn overlijden nog in natura in zijn nalatenschap aanwezig is, komt het toe aan de Koning Boudewijnstichting.
D.    een beding dat slechts de wens uitdrukt dat de legataris het goed aan de Koning Boudewijnstichting legateert.

V.9.    Een kredietinstelling verstrekt een hypothecair krediet aan een rijksinwoner voor de aankoop van zijn woning. Om bekleed te zijn met de uitvoerbare kracht
A.    kan de akte opgesteld worden als kredietakte of als leningsakte.
B.    moet de akte, onder andere, de termijn en de eisbaarheidsvoorwaarden vermelden.
C.    moet de akte niet noodzakelijk de interestvoet en de termijn en de eisbaarheidsvoorwaarden preciseren.
D.    kan de akte onderhands verleden worden, vergezeld van een volmacht tot hypothekeren.

V.10. Een erfdienstbaarheid van riolering om het afvalwater over de eigendom van de buurman te laten afvloeien
A.    is altijd een niet voortdurende en een niet zichtbare erfdienstbaarheid.
B.    is een niet zichtbare erfdienstbaarheid, voor zover ze niet veruitwendigd is door platen en zichtbare constructies.
C.    is in alle gevallen een zichtbare erfdienstbaarheid.
D.    is nooit een een erfdienstbaarheid in de juridische betekenis van het woord.

V.11. Wanneer een notaris een erfenisaangifte opstelt op verzoek van een cliŽnt
A.    moet hij dezelfde formaliteiten vervullen als voor een authentieke akte en is hij aansprakelijk zoals bij het opstellen van een elke zodanige akte.
B.    stelt hij slechts een onderhandse akte op waarvoor hij niet aansprakelijk is.
C.    is hij aansprakelijk wanneer hij aanvaardt dat in de aangifte gegevens vermeld worden waarvan hij weet dat ze niet juist zijn.
D.    kan hij aan de partijen geen raad geven over de inhoud van de aangifte en moet hij zich beperken tot de rol van opsteller.

V.12. Wanneer een man drie kinderen heeft uit een vorig huwelijk en die bij geldig testament aan zijn partner (waarmee hij niet gehuwd is) het vruchtgebruik nalaat van het huis dat hij bewoonde bij zijn overlijden
A.    dan zijn de kinderen in alle gevallen verplicht deze testamentaire beschikking te eerbiedigen.
B.    de kinderen kunnen weigeren het legaat van het vruchtgebruik af te leveren wanneer de waarde van het huis meer bedraagt dan het beschikbaar deel, maar zij moeten het beschikbaar gedeelte aan de partner van hun vader afstaan.
C.    de kinderen kunnen de omzetting van het vruchtgebruik vragen binnen de vijf jaar na het overlijden van hun vader.
D.    de kinderen kunnen vragen dat het vruchtgebruik beperkt wordt tot het beschikbaar gedeelte, door het vruchtgebruik in de tijd te beperken tot een vruchtgebruik dat gelijk is in waarde aan het beschikbaar gedeelte.

V.13. Robert Thťrieur overlijdt op 2 februari 2001en laat als enige wettige erfgenamen achter zijn twee kleinzonen Alain en Alex, die bij plaatsvervulling voor zijn enige, vooroverleden, zoon opkomen. Bij eigenhandig testament heeft hij het beschikbaar gedeelte van zijn nalatenschap vermaakt aan Alex. Deze verkrijgt van de nalatenschap:
A.    drie zesden van de nalatenschap.
B.    vier vijfden van de nalatenschap,
C.    vier zesden van de nalatenschap.
D.    zes achtsten van de nalatenschap.

V.14. In de juridische betekenis van het woord beoogt de formaliteit van de apostille
A.    een soort van bevestiging van de handtekening die betrekking heeft op de parafen of handtekeningen van onderhandse akten.
B.    het aanbrengen van een officiŽle zegel waardoor een Belgische rechter bevestigt dat een buitenlandse notariŽle akte, die met dat zegel bekleed is, van de verbindende kracht in BelgiŽ geniet.
C.    een formule opgelegd door een internationale overeenkomst om de echtheid te bevestigen van handtekeningen van openbare akten verleden in een van de Staten die de overeenkomst ondertekend hebben.
D.    een visa door de Administratie van het kadaster aangebracht op de documen-ten die bestemd zijn voor een notaris die belast is met het verlijden van een akte die betrekking heeft op een in BelgiŽ gelegen onroerend goed.

V.15.    Alhoewel niet wettelijk gesanctioneerd, houdt de notariŽle confraterniteitsplicht in dat een Belgische notaris:
A.    zich onthoudt aan een collega die een akte-ontwerp heeft opgesteld te doen opmerken dat het ontwerp een onjuistheid bevat.
B.    zijn ambt kosteloos te verlenen aan een collega die op hem beroep doet om een akte te verlijden waarvoor hijzelf ratione personae niet bevoegd is.
C.    weigert in rechte te getuigen, om reden van het beroepsgeheim, indien zijn getuigenis een collega in het gedrang kan brengen.
D.    zijn kandidaatstelling bij de verkiezing van de voorzitter van de Kamer van notarissen intrekt wanneer een oudere collega zich ook kandidaat stelt.

V.16. Op 1 mei 1998 heeft Paul Brugmans aan Lode Hardemans een woning verhuurd waar de huurder zijn hoofdverblijfplaats zal vestigen. Paul en Lode hebben een schriftelijke overeenkomst gesloten, die geregistreerd werd voor een termijn van 18 maanden, zonder indexclausule. De overeenkomst bepaalde alleen dat zij voor een jaar verlengd werd wanneer ze niet beŽindigd werd bij het verstrijken van de termijn van 18 maanden. Lode betrekt de woning vandaag nog steeds en hij betaalt nog altijd de oorspronkelijk overeengekomen huurprijs van 20.000 fr. per maand. Paul raadpleegt u want hij wil de huurprijs indexeren. U moet hem antwoorden.
A.    er is geen indexatie.
B.    indexatie te rekenen vanaf 1 november 2001.
C.    jaarlijkse indexatie volgens de index van de consumptieprijzen, vanaf 1 mei 2002.
D.    jaarlijkse indexatie volgend de gezondheidsindex.

V.17. Vader Omer Goedhart schenkt 2.000.000 BEF aan zijn dochter Bertha onder de vorm van gift van hand tot hand. Hij heeft samen met zijn dochter het volgend onderhands document ondertekend :
"Ik, ondertekende Omer Goedhart verklaar op heden 28 april 2001 een som van 2.000.000 BEF in speciŽn te hebben geschonken aan mijn dochter Bertha als voorschot op mijn nalatenschap.
Ik ondertekende Bertha Goedhart erken deze som als schenking op voorschot op de nalatenschap van mijn vader ontvangen te hebben. Brussel, 28/04/2001 (Handt.)".
    Daar vader Goedhart aan het document vaste datum wil geven, vraagt hij raad aan zijn notaris, en vraagt hem of hij niet best het ondertekend document zou laten registreren. Welk is het juiste antwoord van de notaris ?
A.    Dit document is verplichtend te registreren binnen de vier maanden, tegen het vast recht (1.000 BEF).
B.    Dit document is niet verplichtend te registreren, doch als het geregistreerd wordt zal het schenkingrecht verschuldigd zijn.
C.    Dit document dient verplichtend geregistreerd te worden binnen de vier maanden tegen het schenkingrecht.
D.    Steek het document in een gesloten en gezegelde omslag en laat de omslag registreren tegen het vast recht van 1.000 frank.

V.18. Om in BelgiŽ tegenover derden gevolgen te hebben moet de echtscheiding door onderlinge toestemming van de Belg Prosper Dumont en zijn Portugese echtgenote Teresa Bileza de Oliveira, op 10 november 2000 uitgesproken door de burgerlijke rechtbank van Lissabon, verplichtend
A.    voorafgegaan zijn door een inventaris opgesteld door een Belgische notaris, van alle roerende en onroerende goederen die de echgenoten in BelgiŽ bezitten.
B.    aan de vijf voorwaarden, vermeld in artikel 570, alinea 2 van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek, voldoen.
C.    voldoen aan de grondvoorwaarden voor de echtscheiding door onderlinge toestemming opgelegd door het interne recht dat door de Belgische IPR regel wordt aangewezen.
D.    overgeschreven zijn in de registers van de burgerlijke stand van de laatste gemeenschappelijke woonplaats in BelgiŽ of bij gebreke van een dergelijke woonplaats in BelgiŽ, in de registers van de burgelijke stand van het eerste district van Brussel.

V.19. Om de partijen te identificeren in een akte die moet worden overgeschreven in de registers van het hypotheekkantoor, moet de Belgische notaris
A.    zich ertoe beperken de artikels 11 en 12 van de wet van 25 VentŰse van het jaar XI, zoals gewijzigd door de wet van 4 mei 1999, in acht te nemen.
B.    de identiteit en de woonplaats van de partijen vermelden uitsluitend op grond van de verklaringen die zij onder ede voor hem afleggen of door twee personen die aan de voorwaarden voldoen om instrumenterende getuigen te zijn.
C.    de artikels 11 en 12 van de wet van 25 VentŰse van het jaar XI in acht nemen, zoals gewijzigd door de wet van 4 mei 1999, en door een bijzondere vermelding de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de partijen bevestigen.
D.    de artikels 11 en 12 van de wet van 25 VentŰse van het jaar XI in acht nemen, zoals gewijzigd door de wet van 4 mei 1999, en bovendien de nationaliteit van de partijen, zo zij vreemdeling zijn, vermelden door de formaliteit van de inschrijving ervan.

V.20.    Alleen een Belgische notaris is bevoegd voor het verlijden, in BelgiŽ, van :
A.    een akte van bekendheid.
B.    een huwelijkscontract tussen twee Marokkanen.
C.    een eenvoudige adoptie-akte door een Belg van Belgisch kind.
D.    een akte van nederlegging en beschrijving van een eigenhandig testament.

V.21. Wanneer dient een notaris zijn repertorium te laten viseren door de registratie ?
A.    Vůůr 31 januari van ieder jaar.
B.    Binnen de eerste 10 dagen van de maanden januari, april, juli en oktober van ieder jaar.
C.    Binnen de eerste 15 dagen van januari en juli van ieder jaar.
D.    Binnen de 15 dagen volgend op het verzoek van de bevoegde Inspecteur van de Administratie van Registratie.

V.22.    Op welk ogenblik heeft de fiscale Administratie het recht om kennis te nemen van de inhoud van een eigenhandig geschreven testament ?
A.    Vanaf de inschrijving in het repertorium van de notaris.
B.    Vanaf de inschrijving in het C.R.T.
C.    Vanaf het overlijden van de testator.
D.    Vanaf de de datum van de akte die de neerlegging onder de minuten vaststelt en waarin de notaris het testament beschrijft.

V.23.    De aanwezigheid van de vrederechter is vereist bij een van de volgende gerechtelijke verkopingen. Dewelke ?
A.    Verkoping uit de hand van een onroerend goed na uitvoerend beslag tegen een meerderjarige schuldenaar.
B.    Verkoping uit de hand van een onroerend goed van een gefailleerde.
C.    Openbare verkoping van een onroerend goed dat gedeeltelijk toebehoort aan een onder voorlopig bewind gestelde meerderjarige.
D.    Openbare verkoping van een onroerend goed, eigendom van een verkwister.

V.24.    Het recht op toewijzing bij voorrang, ingevoerd in het Burgerlijk Wetboek door de Wet van 14 juli 1976 :
A.    slaat uitsluitend op de voornaamste gezinswoning.
B.    is voorbehouden aan de echtgenote (vrouw) ten aanzien van de voornaamste gezinswoning in het gemeenschappelijk vermogen ingebracht door de echtgenoot (man).
C.    is van toepassing ongeacht het huwelijksstelsel.
D.    mag ten aanzien van een gemeenschappelijk onroerend goed gevraagd worden door de echtgenoot die een echtscheiding wegens feiten vordert en bekomt ten laste van de andere echtgenote.

V.25.    Jef Debel gaat een krediet aan bij de Fortich Bank ter financiering van de aankoop van zijn villa. Er wordt hem een kredietopening van 12.000.000 BEF toegestaan onder de volgende modaliteiten :
a) hypothecaire kredietakte met verwijzing naar een onderhands bijvoegsel waarin worden vermeld: bedrag van het krediet, opnamemodaliteiten, intrestvoet, aflossingstabellen ; deze akte houdt hypotheekvestiging in tot zekerheid van een bedrag van 2.500.000 BEF in hoofdsom en 250.000 BEF bijhorigheden ;
b) hypothecaire volmachtakte voor een hoofdsom van 9.500.000 BEF en 500.000 BEF bijhorigheden.
    Hoe wordt het ereloon berekend voor de kredietakte {eerste akte, sub a)] ?
A.    Barema G op 12.000.000 BEF.
B.    Barema G op 12.250.000 BEF.
C.    Barema F op 2.500.000 BEF.
D.    Barema F op 2.750.000 BEF.

V.26. Notaris Gaston Notamus, te Hekelgem, is er in geslaagd, na maanden discussies in een ingewikkeld erfenisdossier, een minnelijk vereffeningsakkord te laten onder-tekenen tussen de 28 legatarissen. De notaris heeft hierbij :
A.    als derde-beslisser gehandeld.
B.    een arbitrage-opdracht volbracht, in de zin aan dat woord gegeven door de Belgische wetgever.
C.    een bemiddelingsopdracht uitgevoerd, in de zin van de wet van de wet van 19 februari 2001 (Belg. Staatsbl., 3 april 2001).
D.    gehandeld zoals in de notariŽle praktijk gebruikelijk is en gestreefd naar een consensus tussen de partijen.

V.27.    Juffrouw Elsa Trollet werd in 1992 aangeworven als secretaresse van notaris Jan Blomme. Het bediendencontract voorziet in de betaling van een veertiende maand. In december 1999 heeft notaris Blomme deze veertiende maand niet uitbetaald aan de betrokkene. Na maanden geduld te hebben uitgeoefend, besluit Elsa Trollet om een geding in te spannen voor de arbeidsrechtbank, maar intussen werd notaris Blomme op 25 maart 2000 opgevolgd door notaris Marc De Vrucht.
    Elsa Trollet moet de zaak inleiden :
A.    tegen Jan Blomme
B.    tegen Marc De Vrucht
C.    tegen zowel Jan Blomme als Marc De Vrucht
D.    naar keuze van de aanlegster hetzij tegen Jan Blomme hetzij tegen Marc De Vrucht.

V.28. Bij een vrijwillige openbare verkoping wordt een goed toegewezen aan de heer Henry Lecomte, onder de opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van een conventioneel recht van hoger bod (geregeld volgens de bepalingen van art. 1592 en volgende Ger.W.). De heer Henry Lecomte verklaart aan de notaris dat hij waarschijnlijk command zal verklaren en vraagt hem hoe te werk te gaan.
    Wat moet de notaris hem antwoorden om te vermijden dat een registratierecht geheven wordt op een tweevoudige eigendomsoverdracht?
A.    De akte van commandsverklaring moet verleden worden binnen de 24 uur na de toewijzing en binnen dezelfde termijn ter registratie worden aangeboden of betekend aan de ontvanger van Registratierechten betekend bij deurwaardersexploot.
B.    Er kan in dit geval geen akte van kommand verklaring verdelen worden doch kan een akte van overdracht van het voorwaardelijk recht verleden worden vůůr het verstrijken van de termijn van hoger bod.
C.    De akte van kommandsverklaring moet verleden worden bij gerechtsdeur-waarder exploot of bij notariŽle akte en betekend worden aan de Ontvanger van Registratierechten uiterlijk op de eerste werkdag volgend op de dag waarop de termijn voor het hoger bod verstrijkt.
D.    De akte van kommandsverklaring moet verleden worden door de notaris die het Proces-Verbaal van hoger bod opstelde of aan hem betekend worden, en moet ontvangen / verleden worden voor het verstrijekn van de termijn voor hoger bod.

V.29.    In welk van de hierna volgende gevallen heeft de pachter een recht van voorkoop ingevolge de Landpachttwet ?
A.    in geval van ruiling met opleg.
B.    Wanneer een mede-eigenaar in overdeeldheid die conventioneel toegetreden is tot de onverdeelde eigendom van de landbouwgrond, de aandelen van de andere mede-eigenaars in de onverdeeldheid inkoopt.
C.    in geval van verkoop van de landbouwgrond aan een gemeente,

D.    bij inbreng in vennootschap.

V.30.    Dokter No verkocht een woonhus aan James Bond die er zijn voornaamste verblijfplaats wil vestigen. De verkoopbelofte dd 1 februari 2001 is als volgt opgesteld "Tussen Julius No, woonachtig te Laken, en James Bond, woonachtig te Waterloo, werd overeengekomen dat de eerstgenoemde aan de tweede een huis met grond verkoopt gelegen in Goldfingerstraat nr 7 te Laken, voor de prijs van 34 miljoen BEF. Akte te verlijden voor 30 april en onder de opschortende voorwaarde dat ingeval de koper zijn hypothecaire lening niet bekomt vůůr 10 april 2001, de verkoop zonder gevolg blijft ".
    Bij brief van 10 april 2001 laat de Fortich Bank weten dat de lening wordt toegekend. De authentieke verkoopakte werd verleden voor notaris Albert Leroy, te Laeken, op heden 28 april 2001, om 9 u.
    De eigendomsoverdracht van dit goed is gebeurd op :
A.    1 februari 2001.
B.    10 april 2001.
C.    19 april 2001, bij de afgifte van de sleutels en de ingenottreding.
D.    28 april 2001.