Het vermogen van de notaris |
Dit volgt uit artikel 24 bis wet notarisambt
10 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit betreffende het beheer van de door een notaris
ontvangen sommen, effecten en geldswaardige papieren aan toonder en betreffende het
toezicht op de boekhouding van de notarissen.
Bron : JUSTITIE.FINANCIEN
Publicatie : 12-01-2002
Inwerkingtreding : 12-01-2002
Dossiernummer : 2002-01-10/30
Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Het beheer van de door een notaris ontvangen sommen, effecten en
geldswaardige papieren aan toonder.
Art. 2-8
HOOFDSTUK III. - Het toezicht op de boekhouding van de notarissen.
Afdeling 1. - Personen belast met het toezicht.
1. Commissie van toezicht op de boekhouding.
Art. 9-19
Afdeling 2. - Organisatie van de controle.
1. Periodiciteit.
Art. 20-31
HOOFDSTUK IV. - Professionele vennootschappen van notarissen.
Art. 32
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
Art. 33-36
Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
- " de wet op het notarisambt " : de wet van 25 <vent se> jaar XI op het
notarisambt, zoals laatst gewijzigd door de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van de wet
van 25 <vent se> jaar XI op het notarisambt en aangevuld door de wet van 4 mei 1999
tot aanvulling van de wet van 25 <vent se> jaar XI op het notarisambt, met de
artikelen 38, 5, 76, 1 , 78 tot 85 en 95 tot 112;
- " het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 " : het koninklijk besluit
nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en
de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin
krachtens de wet van 31 juli 1934;
- " de overdrager " : de notaris-titularis of de geassocieerde notaris-titularis
die ophoudt zijn ambt uit te oefenen als gevolg van de aanvaarding van zijn ontslag, van
zijn afzetting, het bereiken van de leeftijdsgrens of vernietiging van zijn benoeming of
de rechtverkrijgenden van de overleden notaris-titularis;
- " de overnemer " : de notaris die in opvolging van de overdrager benoemd
wordt.
HOOFDSTUK II. - Het beheer van de door een notaris ontvangen sommen, effecten en
geldswaardige papieren aan toonder.
Art. 2. Elke notaris moet een onderscheid maken tussen zijn priv -rekeningen en zijn
professionele rekeningen.
Hiertoe is het hem verboden om in het kader van de uitoefening van zijn beroep van notaris
een professionele rekening te openen bij een kredietinstelling, indien die niet vooraf
verzaakt heeft aan het principe van eenheid van rekeningen alsmede aan de wettelijke en
conventionele compensatie, dit zowel tussen de priv - en professionele rekeningen van de
notaris als tussen zijn verschillende professionele rekeningen.
Art. 3. De sommen bedoeld in artikel 34 van de wet op het notarisambt moeten uiterlijk bij
het verstrijken van de in dat artikel voorziene termijn, voor rekening van de
gerechtigde(n), op een bijzondere rekening op naam van de notaris en onder een
afzonderlijke rubriek gestort worden.
De bijzondere rekening moet worden gehouden bij een van de volgende instellingen :
- een kredietinstelling ingeschreven op n van de lijsten bedoeld in de artikelen 13 en
65 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen;
- de Deposito- en Consignatiekas.
Art. 4. De instelling bedoeld in artikel 3, tweede lid, van dit besluit wordt door de
notaris aangeduid, tenzij alle gerechtigden het eens zijn over de keuze van een andere
instelling.
Het beheer van de bijzondere rekening berust uitsluitend bij de notaris.
Art. 5. Moeten in de Deposito- en Consignatiekas worden gestort, alle sommen van welk
bedrag ook die door de gerechtigde(n) niet zijn teruggevorderd, noch aan hem of hen zijn
overgemaakt twee jaar na het afsluiten van het dossier naar aanleiding waarvan zij door de
notaris werden ontvangen.
Die deposito's worden ingeschreven op naam van de gerechtigde(n), die door de notaris
wordt of worden aangeduid. Zij worden door de Deposito- en Consignatiekas ter beschikking
van de gerechtigde(n) gehouden tot het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 25
van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935.
Art. 6. De effecten en geldswaardige papieren aan toonder bedoeld in artikel 34bis van de
wet op het notarisambt moeten uiterlijk bij het verstrijken van de in dat artikel
voorziene termijn in open bewaarneming worden gegeven op naam van de notaris en onder een
afzonderlijke rubriek, voor rekening van de gerechtigde(n).
De open bewaarneming gebeurt bij een instelling bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste
streepje, van dit besluit.
De instelling wordt door de notaris aangeduid, tenzij alle gerechtigden het eens zijn over
de keuze van een andere instelling.
Het beheer van deze open bewaarneming berust uitsluitend bij de notaris.
Art. 7. Moeten aan de Deposito- en Consignatiekas worden overgemaakt, op de wijze
voorgeschreven door artikel 5 van het ministerieel besluit van 27 maart 1935 tot
uitvoering van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935, alle effecten en
geldswaardige papieren aan toonder die door de gerechtigde(n) niet zijn teruggevorderd,
noch aan hem of hen zijn overgemaakt twee jaar na het afsluiten van het dossier naar
aanleiding waarvan zij door de notaris werden ontvangen.
Die deposito's worden ingeschreven op naam van de gerechtigde(n), die door de notaris
wordt of worden aangeduid. Zij worden door de Deposito- en Consignatiekas ter beschikking
van de gerechtigde(n) gehouden tot het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 26
van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935.
Art. 8. Voor de toepassing van de artikelen 5 en 7 van dit besluit wordt een dossier als
afgesloten beschouwd vanaf de dag dat geen enkele akte nog moet tussenkomen in dat
dossier.
HOOFDSTUK III. - Het toezicht op de boekhouding van de notarissen.
Afdeling 1. - Personen belast met het toezicht.
1. Commissie van toezicht op de boekhouding.
Art. 9. Elk jaar, in de loop van de maand januari, wijst de kamer van notarissen de
voorzitter en de leden van een commissie van toezicht aan, die belast is met de
organisatie van het toezicht op de boekhouding van de notarissen.
Deze commissie bestaat uit ten minste zoveel leden als de kamer er zelf telt.
Art. 10. De leden van de commissie van toezicht worden gekozen :
1 voor de helft onder de leden van het genootschap van notarissen die sedert ten minste
tien jaar het notarisambt uitoefenen;
2 voor de andere helft onder :
- alle notarissen van het genootschap van notarissen;
- de erenotarissen die het notarisambt voor het laatst in de provincie uitgeoefend hebben.
De kamer van notarissen zorgt voor de vervanging van de overleden, verhinderde of
afgetreden voorzitter en leden van de commissie van toezicht. Het aldus benoemde lid dient
het mandaat van zijn voorganger uit.
Art. 11. Voor de notarissen van het genootschap is de aanvaarding van de opdracht van lid
van de commissie van toezicht verplicht; voor de erenotarissen is zij het niet.
2. Deskundigen.
Art. 12. De Nationale Kamer van notarissen stelt ieder jaar, in de loop van de maand
november, de lijst van de deskundigen op die met de controle van de boekhoudingen tijdens
het daaropvolgend burgerlijk jaar kunnen belast worden.
Deze lijst wordt v r 15 december naar elke commissie van toezicht verzonden.
De Nationale Kamer van notarissen kan op elk ogenblik wijzigingen aan die lijst
aanbrengen.
Art. 13. Kunnen slechts op de lijst bedoeld in artikel 12 van dit besluit voorkomen, de
deskundigen die door de Nationale Kamer van notarissen op eigen initiatief of op
voordracht van n of meer commissies van toezicht aangewezen worden en die lid zijn :
- hetzij van het Instituut der bedrijfsrevisoren;
- hetzij van het Instituut van de accountants en de belastingconsulenten die zijn
ingeschreven op de deellijst van de externe accountants overeenkomstig de artikelen 35 en
36 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen.
Art. 14. Voor elke boekhoudcontrole wordt de deskundige aangewezen door de betrokken
commissie van toezicht.
Kan voor een bepaalde controle niet tot deskundige worden aangewezen, diegene die zich in
een positie bevindt die van aard is om een onafhankelijke taakuitoefening, overeenkomstig
zijn beroepsregels, in het gedrang te brengen. De deskundige moet erop toezien dat hij na
zijn aanwijzing niet in een dergelijke positie wordt geplaatst.
In het bijzonder mag noch de deskundige, noch een persoon met wie de deskundige een
arbeidsovereenkomst heeft afgesloten of met wie hij beroepshalve in samenwerkingsverband
staat, voor de notaris wiens boekhouding wordt gecontroleerd, een taak of opdracht
vervullen of vervuld hebben tijdens het burgerlijk jaar waarin de controle moet
plaatsgrijpen, noch tijdens het burgerlijk jaar dat voorafgaat.
Art. 15. De deskundige heeft tot taak :
1 de financi le toestand van het kantoor te controleren;
2 de naleving na te gaan van de gangbare regels inzake het voeren van de boekhouding en
van de wettelijke en reglementaire verplichtingen ter zake;
3 na te gaan of de voorgelegde balansen overeenstemmen met de verrichtingen die in de
boekhouding voorkomen;
4 overeenkomstig artikel 21 van dit besluit te onderzoeken in welke mate de werking en
de organisatie van het notariskantoor de boekhoudkundige toestand van het kantoor
be nvloeden en de evolutie ervan in de toekomst kunnen be nvloeden.
3. Leden van de commissie van toezicht op de boekhouding.
Art. 16. Indien zij het nuttig oordeelt, of indien de deskundige of de betrokken notaris
erom verzoekt, wijst de commissie van toezicht n of twee van haar leden aan om de
deskundige bij een controle bij te staan.
Art. 17. De leden van de commissie van toezicht die werden aangewezen overeenkomstig
artikel 16 van dit besluit, mogen noch hun woon- of verblijfplaats, noch hun kantoor
hebben of gehad hebben in de gemeente waar zich de standplaats bevindt van de notaris
wiens boekhouding gecontroleerd wordt, noch in een aanpalende gemeente.
Het vorige lid is niet van toepassing op de controle van de boekhouding van de notarissen
wiens standplaats gelegen is in een van de vredegerechtskantons bedoeld in artikel 38bis,
tweede lid, van de wet op het notarisambt.
Art. 18. De leden van de commissie van toezicht die werden aangewezen overeenkomstig
artikel 16 van dit besluit, hebben tot taak :
1 onverminderd de bevoegdheid van de kamer van notarissen en van de procureur des
Konings, de naleving van de deontologische regels na te gaan in de mate dat ze betrekking
hebben op de boekhouding en de toestand van het kantoor;
2 de deskundige met advies bij te staan ter gelegenheid van een controle.
4. Wraking.
Art. 19. De deskundige en, in voorkomend geval, de leden van de commissie van toezicht die
werden aangewezen overeenkomstig artikel 16 van dit besluit, kunnen elk door de betrokken
notaris worden gewraakt.
Deze laatste richt hiertoe, uiterlijk acht dagen na de mededeling van de aanwijzing van de
deskundige en van de leden van de commissie van toezicht, een gedagtekend en ondertekend
geschrift aan de voorzitter van de commissie van toezicht, waarin hij de naam vermeldt van
de deskundige en van de leden van de commissie van toezicht die hij wil wraken, alsmede de
reden van wraking.
Indien de voorzitter van de commissie van toezicht de reden die voor de wraking ingeroepen
wordt, aanvaardt, wijst hij een andere deskundige en, in voorkomend geval, n of twee
andere leden van de commissie van toezicht aan. Deze kunnen niet worden gewraakt.
Afdeling 2. - Organisatie van de controle.
1. Periodiciteit.
Art. 20. De boekhouding van elke notaris wordt jaarlijks gecontroleerd volgens een door de
commissie van toezicht vastgestelde kalender. Om bijkomende controles kan worden verzocht
door de procureur des Konings, de kamer van notarissen of de commissie van toezicht.
De controles worden uitgevoerd, naar keuze van de commissie van toezicht, op het kantoor
van de notaris wiens boekhouding wordt gecontroleerd of aan de hand van documenten door de
Nationale Kamer van notarissen bepaald in uitvoering van artikel 91, eerste lid, 1 , van
de wet op het notarisambt.
Art. 21. Met het oog op de bescherming van de belangen van de cli nten van de notaris en
van derden onderzoekt de deskundige minstens nmaal om de drie jaar, tijdens de
jaarlijkse controle, in welke mate de werking en de organisatie van het notariskantoor de
boekhoudkundige toestand van het kantoor be nvloeden en de evolutie ervan in de toekomst
kunnen be nvloeden. Hij beoordeelt tevens de overeenstemming van de boekhoudkundige
stukken met deze toestand.
Art. 22. Wanneer overeenkomstig artikel 55, 3, c), van de wet op het notarisambt het
bedrag van de vergoeding voor de overname van een notariskantoor moet worden bepaald,
vindt er een bijkomende controle van de boekhouding van de overdrager plaats, al
naargelang het geval :
1 binnen de maand na het overlijden, de afzetting of de vernietiging van de benoeming
tot notaris;
2 tijdens de tweede maand die voorafgaat aan de datum waarop de notaris als
ontslagnemend beschouwd wordt ingevolge de bepalingen van artikel 2, eerste lid, van de
wet op het notarisambt;
3 binnen de maand nadat de kamer van notarissen in kennis werd gesteld van het voornemen
van de notaris zijn ontslag in te dienen in het geval bedoeld in artikel 2, tweede lid,
van de wet op het notarisambt.
Deze bijkomende controle vindt echter niet plaats indien de jaarlijkse controle voorzien
in artikel 20 van dit besluit, heeft plaatsgevonden :
1 binnen de drie maanden die het overlijden, de afzetting of de vernietiging van de
benoeming van de notaris voorafgaan;
2 In de vijfde, vierde of derde maand voorafgaand aan de datum waarop de notaris als
ontslagnemend wordt beschouwd overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, eerste lid, van
de wet op het notarisambt;
3 binnen de drie maanden die de datum voorafgaan waarop de kamer van notarissen in
kennis werd gesteld van het voornemen van de notaris zijn ontslag in te dienen in het
geval voorzien in artikel 2, tweede lid, van de wet op het notarisambt.
Art. 23. In de gevallen dat een notaris-titularis vervangen wordt, vindt er nog een
bijkomende controle van de boekhouding van de overdrager plaats binnen dertig
kalenderdagen volgend op de eedaflegging van de overnemer.
Deze bijkomende controle vindt echter niet plaats indien de jaarlijkse controle voorzien
in artikel 20 van dit besluit heeft plaatsgevonden binnen de drie maanden voorafgaand aan
de eedaflegging van de overnemer.
2. Boekhoudkundige stukken.
Art. 24. De deskundige en, in voorkomend geval, de leden van de commissie van toezicht die
werden aangewezen overeenkomstig artikel 16 van dit besluit kunnen, ter plaatse waar zij
berusten, inzage nemen van de boeken, registers, effecten, waardepapieren, gelden en
boekhoudkundige stukken van welke aard ook, waarvan zij de overlegging nuttig achten.
De stukken waaruit de boekhoudkundige verrichtingen blijken, worden hun overgelegd in de
volgorde waarin deze werden geboekt.
De deskundige en de voorzitter van de commissie van toezicht kunnen elk verzoeken dat hen
een kopie van de boekhoudkundige stukken, alsook een uittreksel van de financi le
rekeningen, wordt overgelegd.
3. Verslagen.
Art. 25. Bij elke controle vullen de deskundige en, in voorkomend geval, de overeenkomstig
artikel 16 van dit besluit aangewezen leden van de commissie van toezicht, - binnen de
perken van hun respectieve taak - de vragenlijst en de overige documenten in die door de
Nationale Kamer van notarissen worden bepaald in uitvoering van artikel 91, eerste lid,
1 , van de wet op het notarisambt.
Art. 26. Indien de deskundige vaststelt dat de financi le toestand of de boekhouding van
een notaris niet aan de wettelijke of reglementaire verplichtingen voldoet, stelt hij de
syndicus van de kamer van notarissen en de voorzitter van de commissie van toezicht
hiervan onverwijld op de hoogte.
De leden van de commissie van toezicht moeten wanneer zij van oordeel zijn een overtreding
van de deontologische regels te hebben vastgesteld onverwijld de syndicus van de kamer van
notarissen hiervan op de hoogte te brengen.
Art. 27. Na elke controle stelt de deskundige een verslag op van zijn werkzaamheden en
bevindingen. Hij zendt het binnen acht dagen over aan de voorzitter van de commissie van
toezicht. Een kopie van dit verslag wordt tegelijkertijd gezonden aan de notaris wiens
boekhouding gecontroleerd werd en, in voorkomend geval, aan de leden van de commissie van
toezicht die overeenkomstig artikel 16 van dit besluit aangewezen werden.
Art. 28. Binnen de eerste drie maanden van elk jaar maakt de commissie van toezicht een
verslag op van de controles die tijdens het voorbije jaar werden uitgevoerd en doet zij
daarin de door haar dienstig bevonden voorstellen. Dit verslag wordt binnen de kortst
mogelijke tijd aan de kamer van notarissen bezorgd.
Art. 29. Na kennisname en bespreking van het verslag van de commissie van toezicht, stelt
de kamer van notarissen een syntheseverslag op. Dit verslag wordt aan de Nationale Kamer
van notarissen bezorgd. Aan de procureur des Konings wordt een uittreksel uit dat verslag
meegedeeld met betrekking tot de controles die in zijn ambtsgebied werden uitgevoerd.
4. Secretariaat en kosten.
Art. 30. Elk genootschap van notarissen staat in voor het secretariaat van de commissie
van toezicht.
De kosten van de jaarlijkse controles komen voor rekening van het genootschap van
notarissen.
De kosten van de bijkomende controles die op verzoek van de commissie van toezicht of op
verzoek van de kamer van notarissen of van de procureur des Konings worden uitgevoerd,
komen voor rekening van de notaris wiens boekhouding wordt gecontroleerd.
De kosten van de bijkomende controles die worden uitgevoerd in toepassing van de artikelen
22 en 23 van dit besluit komen voor rekening van de overdrager.
De leden van de commissie van toezicht hebben enkel recht op de terugbetaling van hun
kosten.
5. Beroepsgeheim.
Art. 31. De deskundigen en de leden van de commissies van toezicht zijn tot het
beroepsgeheim gehouden.
HOOFDSTUK IV. - Professionele vennootschappen van notarissen.
Art. 32. Alle voorgaande bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de
professionele vennootschappen zoals geregeld in artikel 50 van de wet op het notarisambt.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
Art. 33. In afwijking van de bepalingen van artikel 12, eerste en tweede lid, van dit
besluit wordt de lijst van deskundigen die in 2002 met de controle van de boekhoudingen
kunnen worden belast, opgesteld en naar elke commissie van toezicht verzonden door de
Nationale kamer van notarissen binnen de maand na de bekendmaking van dit besluit.
Art. 34. Het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de
controle van de boekhouding van notarissen en het ministerieel besluit van 14 december
1935 tot vaststelling van het model der vragenlijst die door de verificateuren van de
notariskantoren moet ingevuld worden, worden opgeheven.
Art. 35. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt
bekendgemaakt.
Art. 36. Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financi n zijn, ieder wat hem
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 januari 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
Voor de Minister van Justitie, afwezig :
De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met
Middenstand,
R. DAEMS
De Minister van Financi n,
D. REYNDERS.
Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 25 <vent se> jaar XI op het notarisambt, inzonderheid op
artikel 33, vervangen door artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 213 van 13 december
1935 tot wijziging van de wet van 25 <vent se> jaar XI tot regeling van het
notarisambt en tot aanvulling van het besluit van 2 niv se jaar XII, gewijzigd door
artikel 81 van het besluit van de Regent van 26 juni 1947 houdende het Wetboek der
Zegelrechten en door artikel 16 van de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van de wet van 25
<vent se> jaar XI op het notarisambt, op artikel 34, vervangen door artikel 2 van
het koninklijk besluit nr. 213 van 13 december 1935 en gewijzigd door artikel 17 van de
wet van 4 mei 1999 tot wijziging van de wet van 25 <vent se> jaar XI op het
notarisambt, en op artikel 34bis, ingevoegd bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr.
213 van 13 december 1935;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de
controle van de boekhouding van notarissen;
Gelet op het ministerieel besluit van 14 december 1935 tot vaststelling van het model der
vragenlijst die door de verificateuren van de notariskantoren moet ingevuld worden;
Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financi n, gegeven op 16 november 1999 en 26
oktober 2001;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 28 november 2001;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de regels
betreffende het toezicht op de boekhouding van de notarissen, zoals voorzien in het
koninklijk besluit van 1935 betreffende de organisatie en de controle van de boekhouding
van notarissen, niet meer geheel in overeenstemming zijn met de nieuwe beroepsorganisatie
voor notarissen die werd ingevoerd door sommige bepalingen van de wetten van 4 mei 1999 en
dat dit in de praktijk de continu teit en uniformiteit van dit toezicht in het gedrang
brengt. De organisatie van het toezicht op de boekhouding vindt bovendien plaats bij de
aanvang van elk boekjaar, waardoor deze regels zo snel mogelijk dienen te worden aangepast
zodat het vernieuwde en versterkte toezicht al kan worden toegepast vanaf het volgende
boekjaar, dus vanaf 1 januari 2002.
Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 17 december 2001, met toepassing van
artikel 84, eerste lid, 2 , van de geco rdineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister van Financi n,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :