Algemeen reglementair kader met betrekking tot de regels van de notariële praktijk
(Tekst aangepast aan de beslissingen van de algemene vergadering van de nationale kamer van notarissen: - van 24 oktober 2000 en - van 26 april 2005)

Hoofdstuk III – Regels van toepassing op de betrekkingen tussen notarissen van verschillende genootschappen - Afdeling 3. - Verdeling van het ereloon

Onderafdeling 2. Gerechtelijke aanstelling

Artikel 26. Alleen de notaris die krachtens rechterlijke beslissing is aangesteld, heeft recht op het ereloon van de authentieke akten waarvoor hij aangewezen is, behoudens de uizondering (verkoop uit de hand bevolen door de rechter) bedoeld in artikel 5, eerste lid, en de gevallen bedoeld in hetzelfde artikel, tweede lid.
In het geval meerdere notarissen aangesteld werden, wordt het ereloon verdeeld overeenkomstig de regels bepaald in de artikelen 24 en 25, onverminderd de bepalingen van artikel 5, tweede lid.

Commentaar