De notaris en het witwassen van gelden

Identificatie van de klant van de notaris anno 2005

Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

HOOFDSTUK II. - Identificatie van de cliŽnten en interne organisatie op het niveau van de (in de artikelen 2, 2bis en 2ter) beoogde ondernemingen en personen.
Art. 4. ß 1. De in de artikelen 2, 2bis, 1į tot 4į, en 2ter bedoelde ondernemingen en personen dienen hun cliŽnten en de lasthebbers van hun cliŽnten te identificeren en hun identiteit te controleren, aan de hand van een bewijsstuk, waarvan een afschrift wordt genomen op papier of op elektronische drager wanneer :
1į ze een zakenrelatie aanknopen waardoor de betrokkenen gewone cliŽnten worden;
2į de cliŽnt wenst over te gaan tot het uitvoeren van :
a) een verrichting voor een bedrag van 10 000 EUR of meer, ongeacht of zij wordt uitgevoerd in ťťn of in verscheidene verrichtingen waartussen een verband blijkt te bestaan; of
b) een verrichting, zelfs wanneer het bedrag lager is dan 10 000 EUR, zodra wordt vermoed dat het gaat om witwassen van geld of om financiering van terrorisme; of
c) een geldoverdracht waarvan sprake in artikel 139bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;
3į ze twijfelen aan de waarachtigheid of aan de juistheid van de identificatiegegevens over een bestaande cliŽnt.
De identificatie en de controle betreffen de naam, de voornaam en het adres voor natuurlijke personen. Niettegenstaande artikel 5, ß 1, betreffen ze voor rechtspersonen en trusts de naam en de zetel van de rechtspersoon, de bestuurders en de kennis van de bepalingen omtrent de bevoegdheid verbintenissen aan te gaan voor de rechtspersoon of de trust. De vereenzelviging slaat ook op het voorwerp en de verwachte aard van de zakenrelatie.
ß 2. De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1į tot 4į, en 2ter, moeten een bestendige waakzaamheid aan de dag leggen ten opzichte van de zakenrelatie en een aandachtig onderzoek verzekeren van de uitgevoerde verrichtingen om zich ervan te vergewissen dat deze stroken met de kennis die ze hebben van hun cliŽnt, van zijn commerciŽle activiteiten, van zijn risicoprofiel en, indien nodig, van de herkomst van de fondsen.