Directe belastingen >> Wetgeving >> Wetboek van de inkomstenbelastingen 92 >> WIB 92 - aanslagjaar 2008 (inkomsten 2007)

Afdeling IV : Aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en andere personen

Artikel 433 WIB 

 § 1. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij niet op de hoogte stellen :

   1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;

   2° de ontvanger van de belastingen van het ambtsgebied waarin de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft en daarenboven zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger van de belastingen van het ambtsgebied waarin dat goed gelegen is, wanneer het bericht niet meegedeeld wordt overeenkomstig 1°. In dat geval moet het bericht in tweevoud worden opgemaakt en bij ter post aangetekende brief worden verzonden.

   § 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.

   Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig § 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid is aangewezen.

   § 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, 1°.

   § 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde, of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.