Zie ook: de notaris en het drijven van handel
| Het ambt van notaris is onverenigbaar met: - gerechtelijke ambten (uitgezonderd Plaatsvervangend Vrederechter) - gerechtsdeurwaarder - advocaat - ontvanger van de belastingen - politiecommissaris |
Het is de notaris verboden :
1° zijn bediening uit te oefenen buiten zijn ambtsgebied, behalve in de in artikel 5, §
2, bedoelde gevallen;
2° een kantoor of een bijkantoor te hebben buiten zijn standplaats, behoudens het geval
bedoeld in artikel 52, § 1;
3° zich van een stroman te bedienen voor handelingen die hij niet zelf mag verrichten;
4° in de akten die hij verlijdt, zijn klerken te laten optreden anders dan om zich sterk
te maken voor een bepaald persoon of ingevolge een algemene of bijzondere schriftelijke
lastgeving;
5° in enigerlei hoedanigheid in te staan of zich borg te stellen voor de leningen die hij
gelast is vast te stellen;
6° zelf of door een tussenpersoon handel te drijven;
7° zelf of door een tussenpersoon zaakvoerder, gemachtigd
bestuurder of vereffenaar te zijn van een handelsvennootschap of
van een nijverheids- of handelsinrichting;
8° zelf of door een tussenpersoon bestuurder te zijn van een
handelsvennootschap of van een nijverheids- of handelsonderneming, tenzij hij daartoe
vergunning heeft gekregen van de minister van Justitie.
9° op eigen naam of door een tussenpersoon fondsen die hij in bewaring ontvangen heeft,
te eigen bate te beleggen;
10° biljetten of schuldbekentenissen te laten ondertekenen, waarin de naam van de
schuldeiser oningevuld is gebleven.
De in 7° en 8° vermelde verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op de mandaten in
verenigingen of instellingen in verband met zijn beroep.
Het ambt van notaris is, behoudens de onverenigbaarheden als bedoeld
in het Gerechtelijk Wetboek, de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973 en de bijzondere wetten, onverenigbaar met het ambt van ontvanger
der directe of indirecte belastingen en het ambt van commissaris
van politie.