verdeling
Belgisch Gerechtelijk Wetboek: Burgerlijke rechtsplegingBijzondere rechtsplegingen
Hoofdstuk II. Boedelbeschrijving

Artikel 1183

Behalve de formaliteiten die gemeen zijn aan alle notariële akten, bevat de boedelbeschrijving ook:

    1° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoekers, de verschenen en niet verschenen personen, degenen die zich tegen de ontzegeling hebben verzet, de aangewezen notarissen en de particuliere deskundigen;

    2° de aanwijzing van de beschikking waarbij een notaris wordt benoemd als vertegenwoordiger van niet tegenwoordige personen, van de belanghebbenden die buiten het Rijk wonen, van de personen die de vrederechter weert krachtens artikel 1165;

    3° de aangifte van de gebeurtenis die de reden is van de boedelbeschrijving, alsmede van de plaats waar deze verricht wordt en van de personen die de voorwerpen vertonen;

    4° de schatting van de roerende goederen. Tenzij de partijen het eens zijn over die schatting, geschiedt deze door de optredende notaris, die zich kan doen bijstaan door een particulier deskundige;

    5° de opgave van de gelden, de openbare effecten, de aandelen en obligaties. De bij loting terugbetaalbare effecten worden aangeduid met hun nummer en hun reeks;

    6° de staat van de rekeningen bij derden, overeenkomstig de verklaring van de partijen;

    7° de korte beschrijving van de boekhouding, de ontleding van de titels, papieren en stukken betreffende de baten en lasten van het vermogen; of van de onverdeelde massa; De beschreven stukken, titels en papieren worden genummerd en geparafeerd door de notaris, die bovendien de geschriften in de boeken afsluit;

    8° de verklaringen door de belanghebbenden gedaan ten laste of ten bate van de boedel, de aan partijen gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden;

    9° de aanwijzing van de persoon aan wie de beschreven voorwerpen worden toevertrouwd;

    10° de waarschuwing door de notaris dat de wet straffen uitvaardigt tegen hen die zich schuldig maken aan het wegmaken of helen van voorwerpen of aan meineed;

    11° de eed van degenen die in het bezit geweest zijn van de voorwerpen of die de plaatsen bewoond hebben, dat zij niets hebben verduisterd, en dat zij van zodanige verduistering geen kennis dragen.