law - notary - marriage
wet van 18 JULI 2008 tot wijziging van de wetgeving wat betreft de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel zonder tussenkomst van de rechtbank en tot wijziging van artikel 9 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt
Publicatie in het belgisch staatsblad op 14 augustus 2008  

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Art. 2. Artikel 1394 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 1998 en 22 april 2003, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1394. § 1. De echtgenoten kunnen tijdens het huwelijk hun huwelijksvermogensstelsel wijzigen naar goeddunken en zelfs een ander stelsel aannemen.
§ 2. Indien één van de echtgenoten hierom verzoekt, wordt de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel voorafgegaan door een boedelbeschrijving van alle roerende en onroerende goederen en van de schulden van de echtgenoten.
Een boedelbeschrijving is vereist indien de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel de vereffening van het vorige stelsel tot gevolg heeft.
Behoudens het in het tweede lid bedoelde geval, kan de boedelbeschrijving worden opgemaakt op grond van verklaringen, voor zover beide echtgenoten hiermee akkoord gaan.
De boedelbeschrijving wordt vastgesteld bij notariële akte ».
Art. 3. Artikel 1395 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 1998 en 16 juli 2004, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1395. § 1. Binnen een maand na de wijzigingsakte deelt de notaris een uittreksel van de wijzigingsakte mee aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het huwelijk voltrokken is. Deze vermeldt op de kant van de huwelijksakte de datum van de wijzigingsakte en de notaris die ze heeft opgemaakt.
Indien het huwelijk niet in België is voltrokken, wordt het uittreksel gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eerste district Brussel, die het overschrijft in het register van de huwelijksakten.
Binnen dezelfde termijn deelt de notaris die de wijzigingsakte heeft opgemaakt een uittreksel van deze akte mee aan de notaris die de minuut van het gewijzigde huwelijkscontract onder zich houdt. Deze maakt er melding van onderaan op de minuut en is verplicht die vermelding over te nemen op de uitgiften en grossen van het oorspronkelijke contract.
§ 2. De notaris voert de in paragraaf 1 bedoelde bekendmakingen uit op straffe van geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, van ontzetting uit zijn ambt en van aansprakelijkheid jegens de schuldeisers wanneer bewezen is dat het verzuim het gevolg is van heimelijke verstandhouding.
§ 3. Een buitenlandse akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel kan, indien zij voldoet aan de voorwaarden die nodig zijn voor de erkenning ervan in België, worden vermeld op de kant van een akte die door een Belgische notaris is opgesteld en bij die akte worden gevoegd. Deze formaliteit wordt verricht met het oog op de bekendmaking van de wijziging en heeft niet tot gevolg dat deze aan derden kan worden tegengeworpen.
Art. 4. Artikel 1396 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1396. § 1. Binnen de maand na de opmaak van de wijzigingsakte maakt de notaris het uittreksel van de bedongen wijzigingen van het huwelijksvermogenstelsel bekend in het Belgisch Staatsblad. Deze bekendmaking is niet vereist voor de wijzigingen die betrekking hebben op een beschikking houdende wijziging van de overeenkomstig de artikelen 1457 tot 1464 aangenomen regels van vereffening van het gemeenschappelijk vermogen of op de contractuele erfstellingen.
§ 2. Tussen echtgenoten hebben de bedongen wijzigingen gevolg vanaf de datum van de wijzigingsakte.
Zij hebben slechts gevolg ten aanzien van derden vanaf de in paragraaf 1 bedoelde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien de echtgenoten in hun overeenkomsten met derden deze van de wijziging op de hoogte hebben gebracht. »
Art. 5. In artikel 1397, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 1990, worden de woorden « Deze bijstand is niet vereist voor de homologatieaanvraag. » opgeheven.

HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 6. In deel IV, boek IV, van het Gerechtelijk Wetboek wordt hoofdstuk XIbis, dat de artikelen 1319 en 1319bis bevat, ingevoegd bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 9 juli 1998, opgeheven.
Art. 7. Artikel 1182, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
« Tenzij de wet anders bepaalt, is boedelbeschrijving op grond van verklaringen alleen dan geoorloofd wanneer zij niet anders kan worden opgemaakt. »

HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het Wetboek van koophandel
Art. 8. Artikel 12, tweede lid, van het Wetboek van koophandel, vervangen bij de wet van 3 juli 1956 en gewijzigd bij de wetten van 14 juli 1976, 19 mei 1982 en 9 juli 1998, wordt vervangen als volgt :
« Hetzelfde geldt voor de akten houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten binnen de maand na het opstellen van deze akte. »

HOOFDSTUK V. - Wijziging van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt
Art. 9. Artikel 9, § 1, tweede lid, van de wet van 16 maart 1803, vervangen bij de wet van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
« Wanneer een notaris tegenstrijdige belangen of de aanwezigheid van onevenwichtige bedingen vaststelt, vestigt hij hierop de aandacht van de partijen en deelt hen mee dat elke partij de vrije keuze heeft om een andere notaris aan te wijzen of zich te laten bijstaan door een raadsman. De notaris maakt hiervan melding in de notariële akte. »

HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepaling
Art. 10. De wijzigingsakten die werden opgemaakt en de verzoeken tot homologatie die werden ingeleid voor de inwerkingtreding van deze wet, worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen die op het ogenblik van de opmaak of inleiding ervan van toepassing waren.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding
Art. 11. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.