Gerechtelijk wetboek: Burgerlijke rechtspleging : Bijzondere rechtsplegingen
Hoofdstuk VI. - Verdeling en veiling van onverdeelde goederen

Eerste afdeling. - Minnelijke verdeling

Art. 1206. Indien er onder de medeëigenaars een minderjarige is, geschiedt de verdeling door een notaris, onder voorzitterschap en met goedkeuring van de vrederechter.

Alle medeëigenaars moeten erbij tegenwoordig zijn in persoon, bij gemachtigde of in voorkomend geval door hun wettelijke vertegenwoordiger. De curator van de ontvoogde minderjarige en de toeziende voogd zijn eveneens tegenwoordig, zonder dat de strijdigheid van belangen tussen hen en de minderjarigen grond oplevert tot vervanging.

Wanneer de rechter het nodig acht, kan hij een of meer deskundigen benoemen, die op gezamenlijk verzoek van de partijen advies zullen geven over het vormen van de kavels. De kavels van de minderjarigen kunnen ten dele en zelfs voor het geheel worden samengesteld uit wat eenvoudig opgelegd wordt.

De aldus gevormde kavels worden aan de deelgenoten toegewezen, hetzij rechtstreeks, hetzij bij loting; in de akte van verdeling wordt daarvan melding gemaakt.

De vrederechter waakt voor de bescherming van de belangen der minderjarigen en voor de belegging, overeenkomstig de wet, van de sommen en waarden die hun zullen worden toegekend.

Indien de rechter op een verzoekschrift dat de partijen hem voorleggen, zijn goedkeuring weigert stelt hij dit vast bij een met redenen omklede beschikking, waartegen voor alle partijen gezamenlijk hoger beroep openstaat. Bij gebreke van goedkeuring kan de verdeling niet worden voortgezet dan in de vorm van de gerechtelijke verdeling.

Commentaar - Notariskennis