De nietigheid van de authentieke akte

A. Het gebruik van een stroman

B. Het laten optreden van een klerk

C. De onbevoegdheden ratione personae

D. Het verlijden van bepaalde akten door notarissen die bloed- of aanverwant zijn

(Art. 9 per. 2 Notariswet)

E. De afwezigheid van getuigen of van een tweede notaris voor het verlijden van bepaalde akten

(Art. 10 Notariswet)

F. Het ontbreken van de vermelding van de identiteit van de getuigen, de plaats en/of datum van de akte

(Art. 12 lid 2 Notariswet)

G. Het ontbreken van de handtekening van de partijen, de getuigen of de notaris, en het ontbreken van de vermelding van de ondertekening

(Art. 14 Notariswet)

H. De akte in brevet verleden buiten de gevallen door de wet voorzien

(Art. 20 Notariswet)

I. Akten verleden door notarissen die ratione personae onbevoegd zijn

(Art. 51 par. 7 Notariswet)

J. De akte verleden door een notaris-plaatsvervanger in overtreding van de artikelen 8, 9 en 10

(Art. 65 per. 2 lid 2 Notariswet)

De nietigheid van de notariele akte zoals voorzien in artikel 114 Belgische Notariswet.

Gevallen van nietigheid die niet in de notariswet werden opgenomen.