|
![]() |
bron: wetboek inkomstenbelasting Art. 320.
§ 1. Personen die een vrij beroep, een ambt of een post uitoefenen zijn gehouden voor
elke in geld, per check of op andere wijze gedane inning van honoraria, commissielonen,
bezoldigingen, terugbetalingen van kosten of andere beroepsontvangsten, een gedagtekend en
ondertekend ontvangstbewijs af te leveren dat gelijktijdig in origineel en duplo wordt
opgesteld en dat wordt getrokken uit een boekje waarvan het model en de wijze waarop de
bedoelde belastingplichtigen ervan worden voorzien, worden vastgesteld door de Minister
van Financiën; deze kan :
1° onder door hem bepaalde voorwaarden, de verplichting opheffen, of wel voor bepaalde
ontvangsten een ontvangstbewijs af te leveren, of wel op het ontvangstbewijs de naam van
de schuldenaar van de geïnde sommen te vermelden;
2° van zekere categorieën van de bedoelde personen de vermelding op het ontvangstbewijs
van alle gegevens of de inlassing van alle formules voorschrijven die nuttig blijken om de
ontvangsten en de uitgaven van die belastingplichtigen na te zien.
(Onverminderd de bepalingen en de bevoegdheden van de minister, zoals omschreven in het
eerste lid, mogen het ontvangstbewijs en het getuigschrift voor verstrekte hulp die de
personen die medische en paramedische beroepen uitoefenen als bedoeld in het koninklijk
besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de
verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies dienen uit te
reiken aan de gerechtigden om deze laatsten in staat te stellen te genieten van de
tussenkomst voorzien in de Z.I.V.-reglementering, niet van elkaar worden gescheiden.)
§ 2. De in § 1 vermelde personen houden daarenboven een dagboek dat dag voor dag het
bedrag aanwijst, eensdeels van de uit hun ontvangstbewijsboekje overgebrachte ontvangsten
en anderdeels van alle andere ontvangsten of voordelen waarvoor zij ervan ontslagen zijn
een ontvangstbewijs af te leveren, zomede de uiteenzetting van hun behoorlijk verantwoorde
beroepsuitgaven.
Het model van het dagboek wordt vastgesteld door de Minister van Financiën die de
inschrijving van voor sommige gevallen nuttig geoordeelde aanvullende gegevens oplegt en
die zekere categorieën van de hiervoor bedoelde personen van de dagelijkse inschrijving
in het dagboek van hun ontvangsten en uitgaven kan ontslaan en die inschrijving op een
ander tijdstip kan bepalen.
Het dagboek wordt, voor het wordt gebruikt, genummerd en geparafeerd door de controleur
der belastingen van het gebied.