Wetboek Registratierechten (W. Reg.) Titel I : Registratierecht
9. Verplichtingen met het oog op het verzekeren van het heffen van de rechten

Afdeling IV : Verplichtingen van inzageverlening

Artikel 181/1

Notarissen en gerechtsdeurwaarders zijn er toe gehouden, op verbeurte van een boete van 25 EUR per overtreding, op elk verzoek van de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen , van hun repertoriums en de akten waarvan zij bewaarders zijn, zonder verplaatsing inzage te verlenen en deze agenten de inlichtingen, afschriften en uittreksels te laten nemen die zij nodig hebben met het oog op 's Rijks belangen.

Deze verplichting is echter, bij 't leven van de erflaters, niet toepasselijk op de bij notarissen berustende testamenten.

Wetsgeschiedenis

Artikel 181/2

De griffiers der hoven en rechtbanken zijn er toe gehouden op straf van een boete van 25 EUR per overtreding, aan de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen inzage te verlenen van de door hen of vóór hen verleden akten, alsmede van de minuten van de vonnissen, arresten, bevelschriften en alle andere akten waarvan zij bewaarders zijn.

De modaliteiten waaronder deze inzage moet verleend worden en de termijn waarbinnen dit moet geschieden, worden bij koninklijk besluit bepaald. Inbreuken op de voorschriften van dit koninklijk besluit kunnen beteugeld worden met boeten waarvan het bedrag 25 EUR per inbreuk niet zal te boven gaan.

--------------------
Ingevoegd bij art. 21, § 2 W. 12 juli 1960 (B.S., 9 november 1960),
met ingang van 1 januari 1961 (art. 39), gewijzigd bij
art. 240 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989), met ingang van
1 januari 1990 (art. 244) en bij art. 2, 11 K.B. 20 juli 2000
(B.S., 30 augustus 2000 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002
(art. 7), zelf gewijzigd bij art. 42, 5°  K.B. 13 juli 2001
(B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002
(art. 45, § 1).

Artikel 182


De personen die de in artikel 631 bedoelde beroepsaangifte ondertekenen, zijn er toe gehouden van hun registers, repertoria, boeken, akten en alle andere bescheiden betreffende hun handels-, beroeps- of statutaire bedrijvigheid, bij iedere vordering van de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen , zonder verplaatsing inzage te verlenen, ten einde bedoelde agenten te laten nagaan of de door hen of door derden verschuldigde registratierechten wel richtig werden geheven.

Elke weigering van inzageverlening wordt bij proces-verbaal vastgesteld en gestraft met een geldboete van 250 EUR tot 2500 EUR , waarvan het bedrag door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen wordt bepaald.

--------------------
Gewijzigd bij art. 179 en 240 W. 22 december 1989 (B.S.,
29 december 1989), met ingang van 1 januari 1990 (art. 244),
bij art. 76 W. 22 juli 1993 (B.S., 24 juli 1993), van
toepassing op de vanaf 26 juli 1993 begane overtredingen
(art. 85) en bij art. 2, 11 K.B. 20 juli 2000 (B.S.,
30 augustus 2000 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002
(art. 7), zelf gewijzigd bij art. 42, 5° K.B. 13 juli 2001
(B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)), met ingang van
1 januari 2002 (art. 45, § 1).

Artikel 182bis


De personen die de toepassing van artikel 140bis vragen, zijn er toe gehouden, zonder verplaatsing, van alle boeken en bescheiden betreffende hun activiteit bij iedere vordering van de ambtenaren van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen inzage te verlenen teneinde bedoelde ambtenaren toe te laten zich te vergewissen van de juiste heffing van de door de verzoekers of derden verschuldigde rechten.

Elke weigering van inzageverlening wordt bij proces-verbaal vastgesteld en wordt gestraft met een geldboete van 1250 EUR .

--------------------
Ingevoegd bij art. 71 W. 22 december 1998 (B.S., 15 januari 1999) en
gewijzigd bij art. 2, 11 K.B. 20 juli 2000 (B.S., 30 augustus 2000
(eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002 (art. 7), zelf gewijzigd
bij art. 42, 5° K.B. 13 juli 2001 (B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)),
met ingang van 1 januari 2002 (art. 45, § 1).

Artikel 183
Openbare instellingen, stichtingen van openbaar nut en private stichtingen, alle verenigingen en vennootschappen die in België hun hoofdinrichting, en filiale of enigerlei zetel van verrichtingen hebben, bankiers, wisselagenten en wisselagentencorrespondenten, zaakwaarnemers en aannemers, openbare of ministeriële officieren .....

Artikel 184


Wanneer de som te betalen door de eigenaar van een muur om deze gemeen te maken, door tussenkomst van een deskundige, bouwkundige, aannemer, landmeter of landmeetkundige werd bepaald, is deze er toe gehouden, op verbeurte van een boete van 25 EUR , de bevoegde ambtenaar van het bestuur der registratie en domeinen daarvan bericht te geven binnen de drie maanden na de voltooiing van zijn werk.

Een koninklijk besluit bepaalt de wijze waarop dit bericht dient gegeven en duidt de ambtenaar aan er toe bevoegd hetzelfde te ontvangen.

--------------------
Gewijzigd bij art. 2, 11 K.B. 20 juli 2000 (B.S., 30 augustus 2000
(eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002 (art. 7), zelf gewijzigd
bij art. 42, 5° K.B. 13 juli 2001 (B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)),
met ingang van 1 januari 2002 (art. 45, § 1).

Gewijzigd bij art. 1 W. 14 augustus 1947 (B.S., 17 september 1947).