Wetboek Registratierechten (W. Reg.) Titel I : Registratierecht
9. Verplichtingen met het oog op het verzekeren van het heffen van de rechten

Afdeling IV : Verplichtingen van inzageverlening

Artikel 181/1

Notarissen en gerechtsdeurwaarders zijn er toe gehouden, op verbeurte van een boete van 25 EUR per overtreding, op elk verzoek van de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen , van hun repertoriums en de akten waarvan zij bewaarders zijn, zonder verplaatsing inzage te verlenen en deze agenten de inlichtingen, afschriften en uittreksels te laten nemen die zij nodig hebben met het oog op 's Rijks belangen.

Deze verplichting is echter, bij 't leven van de erflaters, niet toepasselijk op de bij notarissen berustende testamenten.

--------------------
Vernummerd bij art. 21, § 1-2 W. 12 juli 1960 (B.S., 9 november 1960),
met ingang van 1 januari 1961 (art. 39), gewijzigd bij
art. 48, § 4 W. 5 juli 1963 (B.S., 17 juli 1963) en bij
art. 2, 11 K.B. 20 juli 2000 (B.S., 30 augustus 2000 (eerste uitg.)),
met ingang van 1 januari 2002 (art. 7), zelf gewijzigd bij
art. 42, 5°  K.B. 13 juli 2001 (B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)),
met ingang van 1 januari 2002 (art. 45, § 1).
Vernummerd bij art. 1 W. 13 augustus 1947 (B.S., 17 september 1947) en
gewijzigd bij art. 240 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989),
met ingang van 1 januari 1990 (art. 244).



Artikel 181/2

De griffiers der hoven en rechtbanken zijn er toe gehouden op straf van een boete van 25 EUR per overtreding, aan de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen inzage te verlenen van de door hen of vóór hen verleden akten, alsmede van de minuten van de vonnissen, arresten, bevelschriften en alle andere akten waarvan zij bewaarders zijn.

De modaliteiten waaronder deze inzage moet verleend worden en de termijn waarbinnen dit moet geschieden, worden bij koninklijk besluit bepaald. Inbreuken op de voorschriften van dit koninklijk besluit kunnen beteugeld worden met boeten waarvan het bedrag 25 EUR per inbreuk niet zal te boven gaan.

--------------------
Ingevoegd bij art. 21, § 2 W. 12 juli 1960 (B.S., 9 november 1960),
met ingang van 1 januari 1961 (art. 39), gewijzigd bij
art. 240 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989), met ingang van
1 januari 1990 (art. 244) en bij art. 2, 11 K.B. 20 juli 2000
(B.S., 30 augustus 2000 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002
(art. 7), zelf gewijzigd bij art. 42, 5°  K.B. 13 juli 2001
(B.S., 11 augustus 2001 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2002
(art. 45, § 1).