Overwegende dat luidens
artikel 1569 tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek
de overschrijving van het beslagexploot slechts voor drie jaar geldt,
behalve indien zij wordt vernieuwd, en dat het beslag van rechtswege
ophoudt enig gevolg te hebben en niet meer wordt vermeld in de
hypothecaire getuigschriften, indien de in beslag genomen goederen niet
verkocht zijn binnen drie jaar na de overschrijving of na de
vernieuwing ervan en indien de formaliteiten, voorgeschreven in
artikel 1598 laatste lid van dat wetboek niet vervuld zijn;
Dat genoemd artikel 1598 laatste lid bepaalt dat de hypotheekbewaarder
beknopt melding maakt van de toewijzing op de kant van de
overschrijving van het beslag;
Overwegende dat uit die bepalingen volgt, enerzijds, dat het beslag
effect blijft sorteren en in de hypothecaire getuigschriften vermeld
wordt, indien de in beslag genomen goederen verkocht worden binnen de
drie jaar te rekenen van de overschrijving of van de vernieuwing ervan,
op voorwaarde dat op de kant van de overschrijving beknopt melding is
gemaakt van de toewijzing, anderzijds, dat laatstgenoemde vormvereiste,
waarvan de vervulling ten laste valt van de hypotheekbewaarder en niet
van de beslaglegger afhangt, zelf niet aan een termijn is onderworpen;
Dat bijgevolg het arrest van 10 april 1997 terecht beslit dat de
nietigheid van de toewijzing niet hierop kan worden gegerond dat de
toewijzing, hoewel ze is gebeurd binnen de drie jaar na de
overschrijving van het beslag of na de hernieuwing ervan, pas na het
verstrijken van die termijn op de kant van de overschrijving is vermeld;
Dat het middel niet kan worden aangenomen.