De korte verkrijgende verjaring

Artikel 2265 e.v. Burgerlijk Wetboek
Een klassieke casus
Een perceel wordt verkocht op basis van de kadastrale aanduidingen zonder tot opmeting van het perceel over te gaan. Na verloop van tijd blijkt dat de koper een groter stuk ingepalmd heeft dan de opgegeven kadastrale oppervlakte van het verkochte perceel.
De werkelijke eigenaar vordert de in bezit genomen oppervlakte terug.
De koper beroept zich op de korte verkrijgende verjaring.

Verkrijgende verjaring
Het uitgangspunt is de dertigjarige verjaring. Slechts in bepaalde gevallen wordt de dertigjarige termijn ingekort: - inzake onroerend goed: artikel 2265 e.v. Burgerlijk Wetboek.
Als gevolg van het afwijkend karakter worden deze voorschriften restrictief geinterpreteerd.

Wettige titel
De meeste vorderingen op basis van de korte verjaringstermijn lopen vast op de vereiste van een wettige titel.

Men bedoelt met wettige titel de rechtshandeling (negotium). De titel moet van die aard zijn dat er rechten worden overgedragen.

De bezitter moet het bewijs leveren van het werkelijk bestaan van een wettige titel.

In bezit genomen oppervakte
In navloging van de rechtspraak gaat het Hof van Cassatie er vanuit dat de oppervlakte in de wettige titel moet overeenstemmen met deze waarop de bezitter de korte verjaring vordert.

Waneer het perceel verworven werd op basis van de kadastrale gegevens en de in bezit genomen oppervlakte niet overeenstemt met de kadastrale aanduidingen opgenomen in de authentieke akte van de bezitter, kan deze akte voor de in bezit genomen oppervlakte geen wettige titel uitmaken.

In deze klassieke casus mist de korte verkrijgende verjaring iedere wettelijke grondslag.
Noot onder cassatie 7 september 2001

Notarieel contractenrecht