Hof van Cassatie 15 april 2005

Overwegende dat, krachtens de artikelen 1589, eerste lid  en 1592, vijfde lid van het Gerechtelijk Wetboek, de notaris het bod respectievelijk het hoger bod kan weigeren van personen die hij niet kent of van wie de identiteit of de gegoedheid hem niet bewezen lijkt;

Dat de notaris die personen kan weigeren, niet noodzakelijk meteen nadat zij een bod respectievelijk een hoger bod doen, maar wel bij de uiteindelijke toewijzing;

Dat de notaris, wanneer hij het hoogste bod weigert omdat de bieder niet voldoet aan de verkoopsvoorwaarde in het bezit te zijn van een bankcheque van een bepaald bedrag, kan toewijzen aan de op een na hoogste bieder die wel in het bezit is van de vereiste cheque;

Dat het feit dat de geweigerde hoogste bieder op de bedoelde zitdag eerdere biedingen heeft gedaan waarop de uiteindelijk op een na hoogste bieder telkenmale een hoger bod heeft gedaan, hieraan geen afbreuk doet;
....
Dat het onderdeel dat volledig erop steunt dat de toewijzing van het geveilde goed aan eiser onregelmatig is omdat alle biedingen van het hoogste bieder, waarop eiser telkens hoger heeft geboden, onregelmatig waren, niet kan worden aangenomen;