De pauliaanse vordering kan in beginsel geen afbreuk doen aan de rechten van derden te goeder trouw verkregen op het door die vordering geviseerde onroerend goed


De Pauliaanse vordering
: artikel 1167 BW
- De vordering strekt niet tot nietigheid
- Niet-tegenwerpelijkheid als sanctie
- De kwade trouw van de schuldenaar en van de derde-medeplichtige
- De bescherming van de bonafide 'onderverkrijger'
- De verjaring van de vordering

De relevantie van artikel 3 en 4 Hypotheekwet
Hof van Cassatie 25 oktober 2001: de pauliaanse vordering moet worden gekantmeld
De kantmelding moet verkrijgers van het onroerend goed waarschuwen.

De hypothecaire schuldeiser in het web van de pauliaanse vordering
Welke is de rechtspositie van de hypothecaire schuldeiser die te goeder trouw is?
- Indien de hypotheek te goeder trouw werd gevestigd voor de aangevochten handeling
- Indien de hypotheek te goeder trouw werd gevestigd naar aanleiding van de aangevochten handeling. Bijvoorbeeld: de hypotheek te goeder trouw gevestigd tot waarborg van de terugbetaling van de lening waarmee de derde-medeplichtige het onroerend goed aankoopt.
- Indien de hypotheek te goeder trouw werd verkregen na de aangevochten handeling

Een pauliaanse vordering kan in beginsel geen afbreuk doen aan zakelijke rechten, zoals een hypotheek, die te goeder trouw werden verkregen.

De hypothecaire schuldeiser kan verzoeken tot opheffing van de kantmelding. Dit weigeren kan rechtsmisbruik uitmaken, waardoor men de schade moet vergoeden.

Een pauliaanse vordering in natura tegen de verkoop van een onroerend goed kan vastlopen op een hypotheek op dat onroerend goed die te goede trouw werd verkregen door een 'bevriend' (rechts)persoon. Professionele kredietverleners worden zonder verdenking geacht te goeder trouw te zijn.