Circulaire nr. 2/2008 (AFZ 3/2008 - Dos. E.E./L.171 en L17/60bis) dd.
12.02.2008
Vlaanderen - Vlaams Gewest - Verkooprecht - Verkoop - Verlaagd tarief -
Tarief - Bescheiden woning - Onroerend bezit - Kadastraal inkomen -
Nalatenschap van bloedverwant in de opgaande lijn
In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2007, werd het Decreet van
21 december 2007 "houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting
2008" bekendgemaakt.
Dat decreet wijzigt:
a)
in het Vlaams Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en
Griffierechten:
artikel 54, tweede lid en artikel 55, eerste lid,
2°;
Deze wijzigingen betreffen het stelsel van het verminderd
evenredig registratierecht bij aankoop van een bescheiden woning. Ze
brengen mee dat bij de vaststelling van het subjectief K.I. geen
rekening meer moet worden gehouden met het kadastraal inkomen van de
onroerende goederen die de verkrijger en/of zijn echtgenoot al in blote
eigendom bezitten op het ogenblik van de aankoop van de bescheiden
woning, mits ze die goederen hebben verkregen in de nalatenschap van
een bloedverwant in de opgaande lijn van één van
hen. Mits een bepaald maximum kadastraal inkomen niet te boven wordt
gegaan, is dat ook het geval met het kadastraal inkomen van uit
dergelijke nalatenschappen verkregen onroerende goederen die ze op het
ogenblik van de aankoop van de bescheiden woning in volle eigendom
bezitten.
b)
in het Vlaams Wetboek der Successierechten
artikel 60bis, § 5
Deze wijziging vervangt de - door het Europees Hof van
Justitie met het E.G.-recht strijdig bevonden - voorwaarde betreffende
de lokalisatie van de tewerkstelling in het Vlaamse Gewest, zoals
bepaald in § 5 van artikel 60bis van het Vlaams W. Succ. De
toekenning en het behoud van de vrijstelling wordt voortaan
ondergeschikt gemaakt aan de uitbetaling gedurende een bepaalde periode
voor en na het overlijden van een minimum bedrag aan loonlasten binnen
de Europese Economische Ruimte
Bij deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt
bij de gewijzigde bepalingen inzake registratierechten. Voor de
administratieve commentaar bij de wijziging aan artikel 60bis,
§ 5 VL. W. Succ. (waarvan de toepassing wordt verzekerd door
de Vlaamse Administratie), wordt verwezen naar de omzendbrief die de
Vlaamse Administratie zal opmaken.
Een uittreksel uit het decreet van 21 december 2007 gaat in
bijlage 1. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de
gewijzigde artikelen in het Vlaams W. Reg. Voor de
gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen in het
Vlaams W. Succ. wordt verwezen naar Fisconet.
COMMENTAAR BIJ DE WIJZIGINGEN INZAKE REGISTRATIERECHTEN
1. Ratio legis.
De wijzigingen aan het Vlaams W. Reg.
vinden hun oorsprong in een amendement (1) bij het ontwerp van decreet
houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008. De bedoeling
van de indieners van het amendement was om in de toekomst te vermijden
dat men "ongerechtvaardigd" van het voordeel van het verlaagd tarief
voor de aankoop van een bescheiden woning wordt uitgesloten, omwille
van het bezit - op het ogenblik van de aankoop - van de blote (2) of
zelfs de volle (3) eigendom van onroerende goederen verkregen uit de
nalatenschap van bloedverwanten in de opgaande lijn.
[(1) Zie Vlaams Parlement - Stuk 1368 (2007-2008) - Nr. 4.
AMENDEMENTEN, amendement nr. 4, voorgesteld door de heren Ludo Sannen,
Koen Van Den Heuvel en Jan Peumans en mevrouw Hilde Eeckhout.
(2) Zie eerste zin van het nieuwe tweede lid van artikel 54 VL.W. Reg.
(3) Zie tweede zin van het nieuwe tweede lid van artikel 54 VL. W. Reg.
]
2. Ontleding van de wijzigingen aan artikel 54 VL. W. Reg.
Opdat men recht zou hebben op het
verlaagd tarief voor een bescheiden woning is onder meer vereist dat
het kadastraal inkomen van de woning samen met dat van de reeds door de
verkrijger of zijn echtgenoot bezeten onroerende goederen ( =
subjectief K.I.) niet meer bedraagt dan het maximum dat daartoe is
vastgesteld in het K.B. van 11 januari 1940 (4). In principe moet bij
de bepaling van het subjectief K.I. rekening gehouden worden met alle
op het ogenblik van de aankoop door de verkrijger en/of zijn echtgenoot
bezeten onroerende goederen (artikel 54, tweede lid, eerste zin VL. W.
Reg. - niet gewijzigd bij dit decreet).
De in de tweede zin van het tweede lid
van artikel 54 VL. W. Reg. neergelegde enige uitzondering (5) op dat
principe, wordt bij dit decreet vervangen door twee uitzonderingen,
respectievelijk neergelegd in de nieuwe tweede en de nieuwe derde zin
van het tweede lid van artikel 54 VL. W. Reg. Hierna worden die
uitzonderingen nader bekeken.
[(4) Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van het Wetboek der
registratie-, hypotheek- en griffierechten (zoals gewijzigd).
(5) Deze luidde "In afwijking van deze bepaling, wordt evenwel geen
rekening gehouden met hetgeen door de verkrijger of door zijn
echtgenoot werd verkregen uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in
de opgaande lijn, mits het desbetreffende kadastraal inkomen 25 pct.
van evenbedoeld maximum niet overschrijdt.".]
Uitzondering neergelegd in artikel 54, tweede lid, nieuwe tweede zin
Bij de berekening van het subjectief
K.I. wordt geen rekening gehouden met wat de verkrijger of zijn
echtgenoot in blote eigendom bezitten op de dag van de verkrijging, op
voorwaarde dat het gaat om blote eigendom verkregen in de nalatenschap
van een bloedverwant in de opgaande lijn van de verkrijger of zijn
echtgenoot.
Bij deze uitzondering wordt er geen
limiet gesteld die meebrengt dat bij overschrijding ervan het K.I. van
die blote eigendom toch integraal moet meegerekend worden voor de
bepaling van het subjectief K.I. (vergelijk met de vroegere tweede zin
van het tweede lid en de nieuwe derde zin van het tweede lid van
artikel 54 VL. W. Reg. - "25%-regel")
Voorbeeld 1:
Aankoop van een bescheiden woning zonder ongebouwde
aanhorigheden, met een K.I. van 625 €.
Bij de aankoop bezeten goederen:
1/3 blote eigendom van een handelspand (aandeel door de verkrijger
verkregen in de nalatenschap van zijn vader); K.I. voor de geheelheid:
480 €
1/3 blote eigendom van gronden (aandeel door de verkrijger verkregen in
de nalatenschap van zijn vader); K.I. voor de geheelheid: 90 €
Het maximum voor het objectief en voor het subjectief K.I. bedraagt
745€.
Anders dan in het verleden zal in dit geval het verlaagd tarief wel
toepasselijk zijn.
Voor de bepaling van het subjectief K.I. dient immers geen rekening
gehouden te worden met het K.I. van de parten in blote eigendom in het
handelspand en in de gronden.
Het subjectief K.I. bedraagt hier dus 625 €, wat maakt dat het
maximum van 745 € niet is overschreden.
Er wordt nogmaals benadrukt dat in het kader van de nieuwe regelgeving
het feit dat het gezamenlijk K.I. van de in blote eigendom bezeten en
uit de nalatenschap van een bloedverwant in de opgaande lijn verkregen
goederen (1/3 van 570 € = 190 €) meer bedraagt dan
25% van het maximum toegelaten K.I. (25% van 745 € = 186,25
€) totaal irrelevant is (6). De zogenaamde "25%-regel" speelt
hier niet meer.
[(6) Onder de oude regelgeving zou het verlaagd recht in deze situatie
niet van toepassing geweest zijn. Onder die regeling moest met het K.I.
van de in blote eigendom bezeten parten wel rekening gehouden worden
bij de bepaling van het subjectief K.I. De som ervan (190 €)
bedraagt immers meer dan 25% van het toegelaten maximum van het
subjectief K.I. (25% x 745 € = 186,25 €). Het
subjectief K.I. bedroeg in de oude regelgeving in casu dus 625
€ + 190 € = 815 €, wat meer is dan het
toegelaten maximum van 745 €.]
Uitzondering neergelegd in artikel 54, tweede lid, nieuwe derde zin
Bij de berekening van het subjectief
K.I. wordt - mits aan bepaalde voorwaarden voldaan is - ook geen
rekening gehouden met de onroerende goederen die de verkrijger of zijn
echtgenoot op het ogenblik van de aankoop van de bescheiden woning in
volle eigendom bezitten.
Die voorwaarden zijn:
1) dat die goederen in volle of blote eigendom werden verkregen uit de
nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn van
één van hen;
de uitzondering kan dus ook toepassing vinden wanneer het
vruchtgebruik van een onroerend goed niet uit de nalatenschap van een
bloedverwant in opgaande lijn van één van hen
werd verkregen (bvb. verkregen door aankoop); het volstaat dat de blote
eigendom van het betreffende onroerend goed werd verkregen uit een
dergelijke nalatenschap.
2) dat het kadastraal inkomen van die goederen niet meer bedraagt dan
25% van het toegelaten maximum bepaald in het K.B. van 11 januari 1940.
Hier duikt de "25%-regel" dus wel weer op (7).
[(7) Bij overschrijding van de 25%-grens moet, zoals in het verleden,
de totaliteit van de betrokken K.I.'s (en niet enkel het gedeelte va n
de totaliteit dat de 25%-grens te boven gaat) gevoegd worden bij het
K.I. van de aangekochte woning, om na te gaan of het subjectief K.I. de
maximumgrens niet te boven gaat.]
Voorbeeld 2:
Aankoop van een bescheiden woning zonder ongebouwde
aanhorigheden, met een K.I. van 625 €.
Bij de aankoop bezeten goederen:
A. 1/3 blote eigendom van een handelspand (aandeel door de verkrijger
verkregen in de nalatenschap van zijn vader); K.I. voor de geheelheid:
480 €
B. 1/3 volle eigendom van gronden (aandeel in blote eigendom door de
verkrijger verkregen in de nalatenschap van zijn vader; aandeel in
vruchtgebruik later aangekocht van zijn moeder); K.I. voor de
geheelheid: 90 €.
C. 1/1 vruchtgebruik van grond (aangekocht); K.I. grond: 100
€.
D. 1/1 blote eigendom van een grond (aangekocht); K.I. grond: 120
€
Het maximum voor het objectief en voor het subjectief K.I. bedraagt
745€.
Het subjectief K.I. omvat de volgende K.I.'s:
625 € (objectief K.I.)
120 € (zie D. - de blote eigendom werd aangekocht - geen van
de uitzonderingen van artikel 54, tweede lid, is van toepassing)
745 €
Het subjectief K.I. omvat niet de volgende K.I.'s
160 € (zie A. - reden: zie voorbeeld 1 wat het handelspand
betreft)
30 € (zie B. - reden: het betreft een bezit in volle eigendom
- tweede uitzonderingsregel is van toepassing: de blote eigendom werd
verkregen uit de nalatenschap van een bloedverwant in de opgaande lijn
/ 25%-grens niet overschreden - het feit dat het vruchtgebruik werd
aangekocht, belet de toepassing van de tweede uitzonderingsregel niet).
Het subjectief K.I.(745 €) is niet hoger dan de toegelaten
maximumgrens van 745 €. Het verlaagd recht van 5% is dus
toepasselijk.
Opmerking betreffende het bezit van een vruchtgebruik zonder de blote
eigendom (zie C) ; dergelijk bezit blijft, zoals in het verleden, in
ieder geval - d.w.z. ongeacht of het al dan niet verkregen werd uit de
nalatenschap van een bloedverwant in de opgaande lijn van de verkrijger
of zijn echtgenoot - buiten beschouwing voor de berekening van het
subjectief K.I. (8)
[(8) Werdefroy, Registratierechten, nr. 768, 2).]
3) Wijziging van artikel 55 VL.W. Reg.
De wijziging van artikel 55 VL.W.Reg. is
een logisch uitvloeisel van de wijziging van artikel 54 VL. W. Reg. Ze
behoeft geen bijzondere commentaar.
4) Inwerkingtreding
Artikel 63 van het decreet bepaalt dat
het in werking treedt op 1 januari 2008 (9).
[(9) Volgens hetzelfde artikel heeft "afdeling IV - Wetboek der
Successierechten van hoofdstuk III - Fiscaliteit" van het decreet (zie
inleiding van deze circulaire) uitwerking met ingang van 1 november
2007.]
Dit brengt mee dat de in deze circulaire becommentarieerde gewijzigde
bepalingen van het VL. W.Reg. moeten worden toegepast op de vanaf 2
januari 2008 ter registratie aangeboden aankoopakten mits de
overeenkomst dagtekent van nà 31 december 2007.
NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK.
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2007.
VLAAMSE OVERHEID
21 DECEMBER 2007. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de
begroting 2008
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen
hetgeen volgt : DECREET houdende bepalingen tot begeleiding van de
begroting 2008.
HOOFDSTUK I. - Algemeen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
…
HOOFDSTUK III. - Fiscaliteit
…
Afdeling III. - Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten
Art. 18. In artikel 54, tweede lid, van
het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, gewijzigd
bij de wet van 19 juli 1979, wordt de tweede zin vervangen door wat
volgt :
« In afwijking van deze
bepaling wordt geen rekening gehouden met hetgeen de verkrijger of zijn
echtgenoot in blote eigendom bezit en dat door hen of door
één van hen uit de nalatenschap van een
bloedverwant in opgaande lijn werd verkregen. Er wordt evenmin rekening
gehouden met de onroerende goederen die de verkrijger of zijn
echtgenoot in volle eigendom bezitten, op voorwaarde dat die goederen
in volle of blote eigendom werden verkregen uit de nalatenschap van een
bloedverwant in opgaande lijn van één van hen, en
op voorwaarde dat het kadastraal inkomen van die in volle eigendom
bezeten goederen niet meer bedraagt dan 25 percent van het bedoelde
maximum. »
Art. 19. In artikel 55, eerste lid,
2°, van hetzelfde wetboek wordt a) vervangen door wat volgt:
« a) dat de verkrijger en zijn
echtgenoot geen andere onroerende goederen bezitten of dat zij, voor
het geheel of in onverdeeldheid niet één of meer
onroerende goederen bezitten waarvan het kadastraal inkomen, voor het
geheel of voor het onverdeelde deel, samen met dat van het verkregen
onroerend goed, meer dan het krachtens artikel 53 vastgestelde maximum
bedraagt, afgezien van wat ze in blote eigendom bezitten en hebben
verkregen uit de nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn van
één van hen en afgezien van wat ze in volle
eigendom bezitten en uit de nalatenschap van een bloedverwant in
opgaande lijn van één van hen in volle of blote
eigendom hebben verkregen, en op voorwaarde dat het kadastraal inkomen
van die in volle eigendom bezeten goederen niet meer bedraagt dan 25
percent van het bedoelde maximum. »
Afdeling IV. - Wetboek der Successierechten
Art. 20. In artikel 60bis van het
Wetboek der Successierechten wordt § 5 vervangen door wat
volgt :
« § 5. De
vrijstelling wordt slechts toegestaan op voorwaarde dat de onderneming
of de vennootschap in de twaalf kwartalen voorafgaand aan het
overlijden, minstens 500.000 euro aan loonlasten heeft uitbetaald aan
werknemers die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld zijn.
In afwijking van het eerste lid, wordt,
indien de onderneming of de vennootschap in de drie jaren voorafgaand
aan het overlijden minder dan 500.000 euro aan loonlasten heeft
uitbetaald aan werknemers die in de Europese Economische Ruimte
tewerkgesteld zijn, de vrijstelling slechts proportioneel toegepast.
De uitbetaalde loonlasten worden
beoordeeld op basis van de aangiften vereist voor de sociale wetgeving,
of bij ontstentenis aan dergelijke aangiften, voor de fiscale
wetgeving. Onder loonlasten wordt verstaan : het gewone basis- of
minimumloon of -salaris en alle overige voordelen in geld of in natura
die de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking direct of
indirect van de werkgever ontvangt, alsmede alle sociale
zekerheidsbijdragen die op dit loon drukken.
De vrijstelling wordt slechts behouden indien de onderneming in de
twintig kwartalen na het overlijden een bedrag minstens gelijk aan 5/3e
van de loonlasten, betaald in de twaalf kwartalen
vóór het overlijden, heeft uitbetaald. Indien en
in de mate dat deze loonlasten, betaald na het overlijden, lager zouden
zijn, is de belasting tegen het normale tarief evenredig verschuldigd.
Komen niet in aanmerking loonlasten in verband met werknemers die in
hoofdzaak huishoudelijke handarbeid verrichten in verband met de
huishouding van de werkgever of van zijn gezin of van een bestuurder,
zaakvoerder, vereffenaar of van een persoon met een gelijkaardige
functie van de vennootschap.
Komen evenmin in aanmerking loonlasten
betaald ten voordele van de erflater zelf, diens echtgenoot, en zijn
verwanten in rechte lijn, in de mate waarin deze loonlasten 300.000
euro overtreffen voor wat betreft de periode vóór
het overlijden, en 500.000 euro voor wat betreft de periode na het
overlijden.
De in het tweede en zesde lid vermelde
bedragen worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt,
die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van hetzij
de drie kalenderjaren voorafgaand aan dat waarin het overlijden
plaatsheeft, hetzij de vijf kalenderjaren te beginnen met het jaar
waarin het overlijden plaatsheeft, te delen door het indexcijfer van de
maand december 2007. »
BIJLAGE 2
Artikel 54 VL.W.Reg.
De in voorgaand artikel voorziene
verlaging is niet toepasselijk op de verkoop van een onverdeeld deel,
tenzij dit deel verbonden is aan een verdieping of aan een gedeelte van
verdieping van een gebouw.
Zij is evenmin van toepassing, zo de
verkrijger of zijn echtgenoot de algeheelheid of een onverdeeld deel,
in volle of blote eigendom, bezit van één of meer
onroerende goederen, waarvan het kadastraal inkomen voor de geheelheid
of voor het onverdeeld deel, met dit van het verkregen onroerend goed,
meer bedraagt dan het krachtens het vorig artikel vast te stellen
maximum. In afwijking van deze bepaling wordt geen rekening gehouden
met hetgeen de verkrijger of zijn echtgenoot in blote eigendom bezit en
dat door hen of door één van hen uit de
nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn werd verkregen. Er
wordt evenmin rekening gehouden met de onroerende goederen die de
verkrijger of zijn echtgenoot in volle eigendom bezitten, op voorwaarde
dat die goederen in volle of blote eigendom werden verkregen uit de
nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn van
één van hen, en op voorwaarde dat het kadastraal
inkomen van die in volle eigendom bezeten goederen niet meer bedraagt
dan 25 percent van het bedoelde maximum.
De onder 2° van het voorgaande
artikel bepaalde vermindering is eveneens niet toepasselijk indien de
verkrijger of zijn echtgenoot reeds, voor het geheel in volle of in
blote eigendom, een onroerend goed bezitten dat geheel of gedeeltelijk
tot bewoning is bestemd en dat door hen of door een van hen anders dan
uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn is
verkregen.
Artikel 55 VL. W. Reg.
De in artikel 53 voorziene verlaging is
bovendien aan volgende voorwaarden verbonden:
1° Een uittreksel uit de kadastrale legger betreffende het
verkregen onroerend goed moet aan de akte gehecht worden;
2° De akte, of een door de verkrijger gewaarmerkte en
ondertekende verklaring onderaan op de akte moet, uitdrukkelijk
vermelden:
a) dat de verkrijger en zijn echtgenoot geen andere onroerende goederen
bezitten of dat zij, voor het geheel of in onverdeeldheid niet
één of meer onroerende goederen bezitten waarvan
het kadastraal inkomen, voor het geheel of voor het onverdeelde deel,
samen met dat van het verkregen onroerend goed, meer dan het krachtens
artikel 53 vastgestelde maximum bedraagt, afgezien van wat ze in blote
eigendom bezitten en hebben verkregen uit de nalatenschap van een
bloedverwant in opgaande lijn van één van hen en
afgezien van wat ze in volle eigendom bezitten en uit de nalatenschap
van een bloedverwant in opgaande lijn van één van
hen in volle of blote eigendom hebben verkregen, en op voorwaarde dat
het kadastraal inkomen van die in volle eigendom bezeten goederen niet
meer bedraagt dan 25 percent van het bedoelde maximum.
b) in geval van toepassing van artikel 53, 1°, dat de
landeigendom uitgebaat zal worden door de verkrijger, zijn echtgenoot
of zijn afstammelingen;
c) in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de
verkrijger of zijn echtgenoot voor het geheel in volle of in blote
eigendom geen onroerend goed bezitten dat geheel of gedeeltelijk tot
bewoning is bestemd en door hen of door één van
hen anders dan uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de
opgaande lijn werd verkregen.
d) in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de
verkrijger of zijn echtgenoot zijn inschrijving in het
bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het
verkregen onroerend goed zal bekomen.
In geval van niet-nakoming van een van bovenstaande voorwaarden
uiterlijk wanneer de akte ter formaliteit wordt aangeboden, wordt deze
akte tegen het gewoon recht geregistreerd; hetgeen boven het verlaagd
recht geheven werd is vatbaar voor teruggaaf, tot beloop van de acht
tienden, mits overlegging van een uittreksel uit de kadastrale legger
en een verklaring ondertekend door de verkrijger, waarin de door
voorgaand 2° beoogde vermeldingen voorkomen.