Belgische Notariswet : Titel III. - Beroepsorganisatie : Afdeling II. - Kamers van notarissen

Onderafdeling 1. - Bevoegdheden


Art. 76. Naast de bevoegdheden waarover de kamer van notarissen op grond van andere bepalingen van deze wet beschikt, heeft zij tot taak :

de tucht onder de leden van het genootschap te handhaven en tuchtstraffen van eigen rechtsmacht uit te spreken; 

2° in voorkomend geval, de in artikel 112, § 2, bepaalde bewarende maatregel te vorderen; 

3° beroepsgeschillen tussen de leden van het genootschap te voorkomen of door minnelijke schikking te regelen, onder meer die met betrekking tot de mededeling, afgifte, bewaring en terughouding van stukken, gelden en andere zaken en met betrekking tot de bewaring van minuten, tot de samenwerking of tussenkomst bij akten of beroepsverrichtingen, tot het recht op ereloon en tot de verdeling ervan. Indien het geschil niet kan worden bijgelegd, kan de kamer van notarissen, op verzoek van één van de betrokken leden, de belanghebbenden horen en haar advies uitbrengen, behalve wat de burgerlijke rechten betreft;

4° alle klachten en bezwaren van derden tegen leden van het genootschap in verband met de uitoefening van hun beroep te voorkomen of door minnelijke schikking te regelen;

5° toezicht te houden op de boekhouding van de notarissen, zulks onverminderd het recht van de procureur des Konings om zich daarvan door de notarissen inzage te doen geven;

6° als derde haar advies te geven over moeilijkheden in verband met de vereffening van het honorarium van haar leden en met hun optreden; 

7° de staten van de minuten van opgeheven notarisplaatsen in bewaring te nemen; alsook de regels te bepalen voor de overdracht aan de belanghebbende notarissen van alle lichamelijke en onlichamelijke roerende bestanddelen van een opgeheven plaats; 

8° het genootschap te vertegenwoordigen voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op de gemeenschappelijke rechten en belangen van de leden ten aanzien van alle overheden en instellingen, zulks zowel in rechte als in alle openbare en private akten; 

9° het bestuur van het genootschap waar te nemen en haar vermogen te beheren; 

10° de beslissingen van de algemene vergadering van het genootschap uit te voeren en haar op de hoogte te houden van de vervulling van haar taken.

Artikel 77