Algemeen reglementair kader met betrekking tot de regels van de notariële praktijk
Hoofdstuk III – Regels van toepassing op de betrekkingen tussen notarissen van verschillende genootschappen

Afdeling 1. Taakverdeling



Artikel 16. De notaris houder van de minuut is gelast met het opstellen van de akte. Hij doet de controles die de wet en de gebruiken voorschrijven.
Hij vraagt de afrekening aan de hypothecaire schuldeiser(s) en zal ook instaan voor de (eventuele) terugbetaling ervan.
De akte van opheffing wordt door de notaris van de schuldenaar of op zijn initiatief verleden.
Deze zal dan ook de collega houder van de minuut in kennis stellen van de datum waarop de akte van opheffing getekend werd, en hem na ontvangst onmiddellijk het bewijs van doorhaling bezorgen.

Commentaar : Het eerste lid bevestigt de huidige praktijk, die niet alleen het opstellen van de ontwerpakte ten laste van de minuuthouder legt (het definitief opstellen is natuurlijk het werk van de twee notarissen), maar ook alle formaliteiten en opzoekingen die het gebruik en de wet aan de notarissen opleggen (terwijl er in artikel 15 sprake is van inlichtingen en formaliteiten die aan de cliënt opgelegd worden).

Het tweede lid regelt het belangrijk probleem van de terugbetaling van de hypothecaire schuldeiser, met het oog op de waarborg van hypothecaire vrijheid van het goed. Aangezien de notaris-minuuthouder het voorafgaand hypothecair getuigschrift licht, moet hij zich wenden tot de ingeschreven schuldeiser waarvan het bestaan uit het getuigschrift blijkt, om de terugbetalingsafrekening te vragen. De verkoper daarentegen is verplicht de opheffing van hypothecaire inschrijvingen die het verkochte goed bezwaren te bekomen en de kosten van doorhaling te dragen : het is logisch dat zijn notaris de akte van opheffing verlijdt.