Getuigen

Meestal zijn er geen getuigen voor de notariële akte vereist. Alleen bij   testamenten of wanneer iemand niet kan ondertekenen, blind of doofstom is, moeten twee getuigen aanwezig zijn. De notaris werkt meestal met vaste getuigen.

 

bron: Art. 10 Notariswet
De notaris die alleen optreedt, moet worden bijgestaan door twee getuigen :
1.    bij het verlijden van openbare testamenten en van akten die een herroeping van die testamenten inhouden;
2.    wanneer één van de partijen niet in staat is te ondertekenen of niet kan ondertekenen, blind of doofstom is.

Het internationaal testament wordt altijd verleden voor een of meer notarissen, bijgestaan door twee getuigen.

De getuigen moeten de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en kunnen ondertekenen.

Mogen geen getuigen zijn, de notaris met wie de instrumenterende notaris geassocieerd is, noch de echtgenoot, de bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, de klerken en de personeelsleden, hetzij van de instrumenterende notaris, hetzij van een notaris met wie deze geassocieerd is, hetzij van één van de partijen. Echtgenoten mogen geen getuige zijn bij eenzelfde akte.

Daarenboven mogen de legatarissen, ten welken titel ook, hun echtgenoot, hun bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, noch hun personeelsleden, bij een openbaar testament of een akte die een herroeping van dergelijk testament inhoudt, als getuige optreden.

Art. 8
De notarissen mogen geen akten verlijden waarin zij zelf, hun echtgenoot of hun bloed- of aanverwanten, in de rechte lijn zonder onderscheid van graad,en in de zijlijn tot en met de derde graad, partij zijn of waarin enige bepaling te hunnen voordele voorkomt