Boek 3 - Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen

Hoofdstuk I. Voorafgaande bepalingen

Artikel 1101. Een contract is een overeenkomst waarbij een of meer personen zich jegens een of meer andere verbinden iets te geven, te doen, of niet te doen.

Art. 1102. Een contract is wederkerig of tweezijdig, wanneer de contractanten zich over en weder jegens elkaar verbinden.

Art. 1103. Het is eenzijdig, wanneer een of meer personen verbonden zijn jegens een of meer andere, zonder enige verbintenis voor laatstgenoemden.

Art. 1104. Het is vergeldend, wanneer elke partij zich verbindt iets te geven of te doen, dat beschouwd wordt als gelijkwaardig met wat men haar geeft of voor haar doet.

Wanneer het gelijkwaardige gelegen is in de kans van winst of verlies, die voor elke partij afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis, is het contract een kanscontract.

Art. 1105. Het contract uit vrijgevigheid is dat waarbij een partij aan de andere geheel om niet een voordeel verschaft.

Art. 1106. Het contract onder bezwarende titel is dat waarbij aan elke partij de verplichting wordt opgelegd om iets te geven of te doen.

Art. 1107. De contracten, onverschillig of zij al dan niet een eigen benaming hebben, zijn onderworpen aan algemene regels, die het onderwerp van deze titel uitmaken.

De regels die alleen voor bepaalde contracten gelden, worden vastgesteld in de titels die elk van die contracten betreffen; en de regels die alleen voor handelsovereenkomsten gelden, worden bepaald door de wetten op de koophandel.

Hoofdstuk II. Voorwaarden die tot de geldigheid van de overeenkomsten vereist zijn

Hoofdstuk III. Gevolgen van de verbintenissen

Hoofdstuk IV. Verschillende soorten van verbintenissen (art. 1168 - 1233)

Hoofdstuk V. Tenietgaan van de verbintenissen (art. 1234 - 1314)

Hoofdstuk VI. Bewijs van de verbintenissen en bewijs van de betaling (art. 1315 - 1369)

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht