Voorwaardelijke verbintenissen : 3. Indeling van de voorwaarden
Men kan voorwaardelijke verbintenissen indelen volgens de afhankelijkheid van de voorwaarde van de wil van de partijen: De klassieke opvatting

De moderne opvatting

Om het begrip "louter potestatieve voorwaarde" te verduidelijken, kunnen de volgende indicien nuttig en vruchtbaar zijn.

1. Objectiviteit van de criteria
Zijn de criteria op basis waarvan de schuldenaar kan beslissen de voorwaarde al den niet in vervulling te laten gaan objectief en verfieerbaar, dan is er een echte verbintenis.
Indien deze criteria subjectief zijn, is de schuldenaar in feite niet verbonden.


2. Noopt het vervullen van de opschortende voorwaarde de schuldenaar tot een offer?
Wanneer een wederkerige overeenkomst de ene partij niet tot een reeel offer verplicht maar haar wederpartij wel, zal een minimale maar reele binding van de schuldenaar volstaan om de nietigheid van de verbintenis onder potestatieve voorwaarde te voorkomen. Liberale vrijheid dult benadeling niet als algemene nietigheidsgrond van overeenkomsten.


3. Het niet-vervullen van de voorwaarde is geen optie
De schuldenaar wiens verbintenis afhankelijk is van een toekomstige en onzekere gebeurtenis moet redelijke stappen ondernemen opdat die gebeurtenis zou kunnen plaatsvinden.
Hij mag de vervulling van de voorwaarde zeker niet verhinderen (art. 1178 BW).

Voorbeeld: de koper die koopt onder opschortende voorwaarde van het verkrijgen van een lening de nodige stappen ondernemen om de voorwaarde al dan niet in vervulling te laten gaan.