Boek 3 - Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen
Hoofdstuk VI. - Bewijs van de verbintenissen en bewijs van de betaling
Afdeling I. - Schriftelijk bewijs
...

§ IV. Afschriften van titels

...
Art. 1335. Wanneer de oorspronkelijke titel niet meer bestaat, leveren de afschriften bewijs op naar de volgende onderscheidingen :

  1° De grossen of eerste uitgiften hebben dezelfde bewijskracht als het origineel; hetzelfde geldt voor afschriften die gemaakt zijn op rechterlijk gezag, in tegenwoordigheid van de partijen of deze behoorlijk opgeroepen zijnde, of voor afschriften die gemaakt zijn in tegenwoordigheid van de partijen en met hun wederzijdse toestemming;

  2° De afschriften die niet op rechterlijk gezag, of zonder toestemming van de partijen, en sinds het afgeven van de grossen of eerste uitgiften, volgens de minuut van de akte gemaakt zijn door de notaris voor wie de akte is verleden, of door een van zijn opvolgers, of door openbare ambtenaren die, als zodanig, de minuten in bewaring hebben, kunnen, ingeval het origineel is verloren gegaan, bewijs opleveren, wanneer het oude afschriften zijn;
  Zij worden als oude afschriften beschouwd, wanneer zij meer dan dertig jaar oud zijn;
  Indien zij minder dan dertig jaar oud zijn, kunnen zij slechts dienen tot begin van bewijs door geschrift;

  3° Wanneer de afschriften van de minuut van een akte gemaakt zijn door anderen dan de notaris voor wie de akte is verleden, of een van zijn opvolgers, of openbare ambtenaren die, als zodanig, de minuten in bewaring hebben, kunnen die afschriften, hoe oud zij ook zijn, slechts dienen tot begin van bewijs door geschrift;

  4° Afschriften van afschriften kunnen, naar gelang van de omstandigheden worden beschouwd als eenvoudige inlichtingen.