Belgisch Burgerlijk Wetboek Boek 3 - Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen : Hoofdstuk VI. - Bewijs van de verbintenissen en bewijs van de betaling

Afdeling II. - Bewijs door getuigen

Artikel 1348 anno 2007:

Die regels lijden eveneens uitzondering in alle gevallen waarin het de schuldeiser niet mogelijk geweest is zich een schriftelijk bewijs te verschaffen van de verbintenis die jegens hem is aangegaan.

  Deze tweede uitzondering is van toepassing :

  1° Op verbintenissen die ontstaan uit oneigenlijke contracten en uit misdrijven of oneigenlijke misdrijven;

  2° Op bewaargevingen uit noodzaak in geval van brand, instorting, wanordelijkheden of schipbreuk, en op bewaargevingen door reizigers die hun intrek nemen in een hotel, alles naar gelang van de hoedanigheid van de personen en de omstandigheden van het feit;

  3° Op verbintenissen die aangegaan worden bij onvoorziene voorvallen, waarbij men geen schriftelijke akten heeft kunnen opmaken;

  4° Ingeval de schuldeiser de titel die hem tot schriftelijk bewijs diende, verloren heeft ten gevolge van een onvoorzien en door overmacht veroorzaakt toeval.