Belgisch Burgerlijk Wetboek

Boek 3 - Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen
Hoofdstuk VI. - Bewijs van de verbintenissen en bewijs van de betaling

Afdeling I. - Schriftelijk bewijs

Art. 1315. Hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, moet het bestaan daarvan bewijzen.

  Omgekeerd moet hij die beweert bevrijd te zijn, het bewijs leveren van de betaling of van het feit dat het tenietgaan van zijn verbintenis heeft teweeggebracht.

Art. 1316. De regels betreffende het schriftelijk bewijs, het bewijs door getuigen, de vermoedens, de bekentenis van partijen en de eed, worden in de volgende afdelingen bepaald.

§ I. De authentieke titel. Art. 1317-1321

§ II. De onderhandse akte. Art. 1322-1332

§ III. Kerven. Art. 1333

§ IV. Afschriften van titels. Art. 1334-1336

§ V. Akten van erkenning en van bevestiging. Art. 1337 - 1340