Boek 3 - Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen

Hoofdstuk VI. - Bewijs van de verbintenissen en bewijs van de betaling

Afdeling I. - Schriftelijk bewijs

§ V. Akten van erkenning en van bevestiging

Art. 1337 - 1340

Art. 1338. Een akte van bevestiging of bekrachtiging van een verbintenis waartegen de wet een vordering tot nietigverklaring of tot vernietiging toelaat, is slechts geldig, indien in de akte wordt melding gemaakt van de hoofdinhoud van de verbintenis, van de reden waarom de vernietiging kan worden gevorderd en van de bedoeling om het gebrek, waarop die vordering berust, te verbeteren.
  Bij gebrek van een akte van bevestiging of bekrachtiging, is het voldoende dat de verbintenis vrijwillig is uitgevoerd na de tijd, waarop zij op geldige wijze bevestigd of bekrachtigd kon worden.
  Uit de bevestiging, bekrachtiging of vrijwillige uitvoering in de vorm en op het tijdstip door de wet bepaald, volgt de afstand van de middelen en excepties die men tegen die akte kon inroepen, onverminderd nochtans de rechten van derden.

Art. 1339.