Belgisch Burgerlijk Wetboek
Boek III - Titel III : Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen

Hoofdstuk V : Tenietgaan van de verbintenissen (art. 1234 - 1314)

Afdeling III. - Kwijtschelding van schuld

Art. 1282. Vrijwillige teruggave van de oorspronkelijke onderhandse titel door de schuldeiser aan de schuldenaar, bewijst de bevrijding van de schuldenaar.

  Art. 1283. Vrijwillige teruggave van de grosse van een titel doet kwijtschelding of betaling van de schuld vermoeden, behoudens tegenbewijs.

  Art. 1284. Teruggave van de oorspronkelijke onderhandse titel of van de grosse van de titel aan een van de hoofdelijke schuldenaars, heeft hetzelfde gevolg ten voordele van zijn medeschuldenaars.

  Art. 1285. Kwijtschelding of ontslag bij overeenkomst ten voordele van een van de hoofdelijke medeschuldenaars, bevrijdt al de overigen, tenzij de schuldeiser zich uitdrukkelijk zijn rechten tegen hen heeft voorbehouden.
  In dit laatste geval kan hij de schuld niet invorderen dan na aftrek van het aandeel van degene aan wie hij kwijtschelding verleend heeft.

  Art. 1286. Teruggave van de in pand gegeven zaak is niet voldoende om kwijtschelding van de schuld te doen vermoeden.

  Art. 1287. Kwijtschelding of ontslag, bij overeenkomst aan de hoofdschuldenaar verleend, bevrijdt de borgen;
  Aan de borg verleend, bevrijdt zij de hoofdschuldenaar niet;
  Aan een van de borgen verleend, bevrijdt zij de overigen niet.

  Art. 1288. Hetgeen de schuldeiser ontvangen heeft van een borg, om deze van zijn borgstelling te ontslaan, moet in mindering gebracht worden van de schuld en moet strekken tot ontlasting van de hoofdschuldenaar en van de overige borgen.