Belgisch Gerechtelijk Wetboek : Burgerlijke rechtspleging :  Bijzondere rechtsplegingen
Hoofdstuk I. Verzegeling en ontzegeling

Eerste afdeling.  Verzegeling

  Art. 1148. Telkens als een ernstig belang aanwezig is kan de verzegeling van de voorwerpen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, een nalatenschap of een onverdeeldheid behoren, worden gevorderd :
  1° door degenen die aanspraak maken op een recht daarin en door hun persoonlijke schuldeisers;
  2° door alle schuldeisers van de nalatenschap, het gemeenschappelijk vermogen of de onverdeeldheid;
  3° door de personen die bij de overledene woonden of in dienst waren in zijn huishouding, indien de echtgenoot, de erfgenamen of een van hen niet tegenwoordig zijn;
  4° door de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking.

  Art. 1149. De verzegeling wordt van de vrederechter gevorderd, hetzij bij verzoekschrift, hetzij bij een mondelinge verklaring, waarvan de griffier akte opmaakt.
  De vordering wordt gedaan op de griffie. Wanneer deze gesloten is, kan de vordering, indien de zaak uiterst spoedeisend is, worden aangeboden aan de rechter in zijn woning. In voorkomend geval maakt deze daarvan akte op.
  Het verzoekschrift mag ondertekend zijn door de verzoekende partij, door haar gemachtigde die de rechter heeft aangenomen, door haar advocaat of door haar notaris.
  Zaakwaarnemers kunnen niet als gemachtigde worden aangenomen.

  Art. 1150. Indien de verzoeker een ontvoogde minderjarige is of hem een gerechtelijk raadsman is toegevoegd, kan hij het verzoekschrift indienen zonder bijstand van zijn curator.
  Indien de verzoeker een niet-ontvoogde minderjarige of een onbekwaamverklaarde is, wordt het verzoekschrift ingediend door zijn wettelijke vertegenwoordiger.
  Is de eiser een persoon aan wie krachtens de artikelen 488bis, a) tot k), van het Burgerlijk Wetboek, een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd, dan wordt het verzoekschrift door deze laatste ingediend.
  Heeft hij geen voogd of geen voorlopig bewindvoerder of is hij niet aanwezig, dan mag het verzoekschrift ingediend worden door een van zijn bloedverwanten. 
  In geval van hoogdringendheid mag de niet ontvoogde minderjarige het verzoekschrift zelf indienen.

  Art. 1151. Verzegeling geschiedt ook ambtshalve of op verzoek van de procureur des Konings, van de burgemeester of van een schepen :
  1° indien zich onder de belanghebbenden iemand bevindt die onbekwaam is en geen wettelijk vertegenwoordiger heeft, en de verzegeling niet door een bloedverwant wordt gevorderd.
  2° indien de echtgenoot, de erfgenamen of een van hen afwezig is of niet tegenwoordig is;
  3° indien de overledene openbaar bewaarder was, in welk geval de verzegeling slechts plaats heeft wegens die bewaring en op de daarin begrepen voorwerpen.

  Art. 1152. De verzegeling kan worden bevolen niettegenstaande elke hiermee strijdige bepaling.
  Zij geschiedt door de vrederechter van het kanton waarin zich de te verzegelen voorwerpen bevinden.
  De vrederechter bedient zich van een bijzonder zegel, dat in zijn handen blijft en waarvan het merk ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg wordt neergelegd.
  Alle betrokken partijen mogen bij de verrichtingen tegenwoordig zijn. Zij dienen er nochtans niet nadrukkelijk toe opgeroepen te worden.

  Art. 1153. Indien er handelsboeken zijn, kan de vrederechter ze doen overleggen om ze te viseren en af te sluiten.
  Het is de partijen toegelaten, op hun kosten, de plaatsen of de voorwerpen waarmee deze zijn toegerust te fotograferen.

  Art. 1154. In de gevallen van artikel 1151, 2° , staat het de vrederechter vrij niet te verzegelen, wanneer de waarde van het huisraad der nalatenschap dat gevonden is ter plaatse waar hij optreedt, naar zijn schatting niet meer bedraagt dan 1.240 EUR. Dit bedrag kan worden gewijzigd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  Indien de vrederechter niet verzegelt, maakt hij een beschrijving van dat huisraad, alsmede van het geld en de roerende waarden gevonden ter plaatse waar hij optreedt, en vertrouwt ze toe aan een curator, die hij onderaan op zijn proces-verbaal aanwijst.
  De curator heeft de bevoegdheden en verplichtingen die in artikel 813 van het Burgerlijk Wetboek zijn opgesomd, maar alleen ten aanzien van het geld, het huisraad en de roerende waarden gevonden in de verblijfplaats van de overledene waar de vrederechter is opgetreden.
  Hij is evenwel niet gehouden een boedelbeschrijving te doen opmaken en hij kan de hem toevertrouwde voorwerpen geheel of ten dele te gelde maken, hetzij in openbare verkoping, hetzij uit de hand, na een termijn van veertig dagen te rekenen van zijn aanwijzing. Die termijn kan door de vrederechter worden verkort.
  De bevoegdheden van de curator nemen een einde, wanneer erfgenamen of algemene legatarissen of legatarissen onder algemene titel die de nalatenschap aanvaarden, zich hebben bekend gemaakt.

  Art. 1155. De verzegeling geschiedt binnen vierentwintig uren na de vordering; in geval van dringende noodzakelijkheid kan de verzegeling zelfs op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag geschieden.

  Art. 1156. De verzegeling kan niet meer geschieden wanneer de boedelbeschrijving afgesloten is, tenzij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zulks beveelt ingeval de boedelbeschrijving betwist wordt.

  Art. 1157. Indien de verzegeling gevorderd wordt tijdens de boedelbeschrijving, kunnen alleen de voorwerpen die in de inventaris nog niet zijn beschreven, worden verzegeld.

  Art. 1158. Het proces-verbaal van verzegeling bevat :
  1° de vermelding van de dag en het uur;
  2° de beweegredenen van de verzegeling en in voorkomend geval de verklaring dat de rechter handelt, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de procureur des Konings, van de burgemeester of van een schepen;
  3° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker en zijn keuze van woonplaats in de gemeente waar de verzegeling gedaan is, indien hij daar niet verblijft;
  4° de beschikking waarbij de verzegeling wordt toegestaan;
  5° de verschijning en de beweringen van de partijen;
  6° de opgave van de plaatsen, kantoren, koffers, kasten en voorwerpen waarop het zegel gelegd is;
  7° een korte beschrijving van de buiten verzegeling gebleven voorwerpen;
  8° de eed van degenen die de plaats bewonen, dat zij niets verduisterd hebben, middellijk of onmiddellijk, en dat zij van zodanige verduistering geen kennis dragen;
  9° de vermelding dat de sleutels van de verzegelde sloten aan de griffier van het vredegerecht zijn overhandigd met opdracht ze te bewaren totdat de zegels worden gelicht.

  Art. 1159. Telkens wanneer de vrederechter het dienstig acht, kan hij nagaan of de zegels voorhanden zijn en in welke staat zij zich bevinden.

  Art. 1160. De betrokken partijen kunnen vó6r de verzegeling vorderen dat de vrederechter het testament of enig ander door hen aangeduid stuk opspoort.

  Art. 1161. Indien een verzegeld omslag of pakket gevonden wordt dat betrekking schijnt te hebben op de nalatenschap of de onverdeeldheid, opent de vrederechter het, na de uitwendige toestand, het zegel en de superscriptie ervan te hebben vastgesteld; hij parafeert, samen met de partijen, de omslag en het stuk.
  Indien het omslag of het pakket een testament schijnt te bevatten, opent de vrederechter het niet, maar beveelt dat het in bewaring zal worden gegeven bij een notaris die hij aanwijst. De notaris wendt zich tot de vrederechter die het hem overhandigt.
  Indien het stuk aan een derde blijkt toe te behoren, stelt de vrederechter de uitwendige toestand, het zegel en de superscriptie ervan vast, parafeert, samen met de partijen, de omslag en beveelt het stuk te overhandigen aan wie het zal behoren.

  Art. 1162. Indien een testament open gevonden wordt, stelt de vrederechter de toestand er van vast en handelt zoals bepaald is in artikel 1161, tweede lid.

  Art. 1163. Indien de deuren gesloten zijn of indien geweigerd wordt die te openen, kan de vrederechter om de bijstand van de burgemeester of van de politiecommissaris verzoeken en in hun tegenwoordigheid de deuren en het huisraad doen openen.
  Hij stelt zo nodig bewaarders binnen en zelfs buiten het huis.
  De vrederechter beslist over de moeilijkheden indien er zich voordoen. Zijn beschikking is uitvoerbaar niettegenstaande voorziening en brengt geen nadeel toe aan de zaak zelf.

  Art. 1164. Indien er geen roerende goederen zijn, doet de vrederechter daarvan blijken bij een op te maken akte.

Wetsgeschiedenis