Belgisch Gerechtelijk Wetboek : Burgerlijke rechtspleging :  Bijzondere rechtsplegingen
Hoofdstuk I. Verzegeling en ontzegeling

Afdeling III.  Ontzegeling


  Art. 1167. De ontzegeling kan aan de vrederechter worden gevraagd door degenen die aanspraak maken op een recht in het gemeenschappelijk vermogen, in de nalatenschap of de onverdeeldheid, door degenen die de zegels hebben doen leggen of door de schuldeisers die een uitvoerbare titel bezitten of wier titel door de vrederechter wordt erkend, onverminderd de rechten in de zaak zelve.

  Art. 1168. De ontzegeling wordt gevorderd bij een aan de vrederechter gericht verzoekschrift, ondertekend door de partij, haar gemachtigde die door de rechter is erkend, haar notaris of haar advocaat.
  De rechter bepaalt bij beschikking onderaan op het verzoekschrift, dag en uur van de verrichtingen.
  Een aanmaning om bij de ontzegeling tegenwoordig te zijn en, in voorkomend geval, bij de daarop volgende boedelbeschrijving, wordt gedaan :
  a) in het geval van een verzegeling na het openvallen van een nalatenschap, aan de overlevende echtgenoot, de vermoedelijke erfgenamen, de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikking, de algemene legatarissen of legatarissen onder algemene titel zo zij bekend zijn, aan de schuldeisers die de verzegeling hebben gevorderd en degenen die zich tegen de ontzegeling hebben verzet of aan de notaris die gelast is hen te vertegenwoordigen;
  b) in de andere gevallen, aan degenen die aanspraak maken op een recht in de gemeenschap of de onverdeeldheid, aan de schuldeisers die de verzegeling hebben gevorderd en degenen die zich hebben verzet of aan de notaris die gelast is hen te vertegenwoordigen.
  De betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers worden opgeroepen om te verschijnen bij deurwaardersexploot. Wanneer de betrokkenen evenwel (...) buiten het Rijk verblijven, geschiedt de oproeping voor de ontzegeling en voor de boedelbeschrijving aan de daartoe aangestelde gemachtigde, hetzij, indien er geen is aangesteld, aan de notaris die de vrederechter ambtshalve benoemt. De vrijwillige verschijning is evenwel geoorloofd.
  Degenen die zich tegen de ontzegeling hebben verzet, worden aan hun gekozen woonplaats aangemaand.

  Art. 1169. Wanneer er onbekwamen zijn, moeten voor hen wettelijke vertegenwoordigers worden aangesteld, voordat de ontzegeling kan doorgaan.

  Art. 1170. Tussen het tijdstip van de verzegeling en dat van de ontzegeling moeten ten minste drie dagen verlopen.

  Art. 1171. Ingeval van volstrekte noodzakelijkheid kan de vrederechter, in afwijking van artikel 1168, op verzoekschrift de tijdelijke ontzegeling bevelen, onder verplichting om ambtshalve opnieuw te verzegelen zodra de reden waarom de ontzegeling is toegestaan, een einde heeft genomen. De vrederechter bepaalt in voorkomend geval welke maatregelen zullen worden getroffen om de rechten van de belanghebbenden te beschermen gedurende de tijd dat de zegels gelicht zijn.
  In hetzelfde geval kan de definitieve ontzegeling geheel of ten dele worden bevolen, onder verplichting om terstond de boedelbeschrijving te doen.
  In zijn beschikking vermeldt de vrederechter de omstandigheden die de maatregel wettigen; hij benoemt een notaris om de niet tegenwoordige personen te vertegenwoordigen en een notaris om de boedelbeschrijving op te maken en voor de bewaring van de voorwerpen te zorgen.

  Art. 1172. De ontzegeling is zuiver en onvoorwaardelijk, indien de reden van de verzegeling vervallen is en niemand zich tegen de ontzegeling verzet. Daarvan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.
  Indien zulks niet het geval is, wordt de ontzegeling gevolgd door een boedelbeschrijving, op te maken overeenkomstig de voorschriften van hoofdstuk II van dit boek, tenzij de notaris daarvan regelmatig is vrijgesteld.

  Art. 1173. Het proces-verbaal van ontzegeling bevat :
  1° melding van de dag en het uur;
  2° De naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoekers en hun keuze van woonplaats in het arrondissement:
  3° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de tegenwoordige, vertegenwoordigde of behoorlijk aangemaande partijen;
  4° de uiteenzetting van het onderzoek en van de beschikking waarbij de ontzegeling wordt toegestaan;
  5° de vaststelling dat de vormen in acht zijn genomen;
  6° de beweringen en opmerkingen van de verzoekende en de verschijnende personen;
  7° de vermelding van de notaris die de boedelbeschrijving zal opmaken, indien er een plaatsvindt;
  8° de erkenning dat de zegels gaaf en ongeschonden zijn; indien dat niet het geval is, de staat van de beschadiging, met dien verstande dat voorziening openstaat zoals het behoort wegens de gezegde beschadiging;
  9° de vorderingen tot opsporing, de uitkomsten van die opsporingen en alle andere vorderingen waarover moet worden beslist.

Wetsgeschiedenis