Belgisch Burgerlijk Wetboek

Boek II. - Goederen en verschillende beperkingen van de eigendom - Titel II. Eigendom

Hoofdstuk I. - Recht van natrekking op hetgeen door een zaak wordt voortgebracht.

Art. 547. De natuurlijke vruchten en de vruchten van nijverheid van de grond,
  De burgerlijke vruchten,
  De jongen van de dieren,
  behoren de eigenaar toe door recht van natrekking.

  Art. 548. De door een zaak voortgebrachte vruchten behoren de eigenaar slechts toe onder verplichting om de door derden gemaakte kosten van het beploegen, bewerken en bezaaien te vergoeden.

  Art. 549. Hij die enkel het bezit heeft van een zaak, behoudt de vruchten slechts voor zich, ingeval hij te goeder trouw bezit; in het tegenovergestelde geval is hij gehouden de voortbrengsels, samen met de zaak, terug te geven aan de eigenaar die de zaak opeist.

  Art. 550. De bezitter is te goeder trouw, wanneer hij bezit als eigenaar, krachtens een titel van eigendomsoverdracht waarvan hij de gebreken niet kent.
  Hij houdt op te goeder trouw te zijn, zodra die gebreken hem bekend zijn.


2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht