Belgisch Burgerlijk Wetboek

Boek II. - Goederen en verschillende beperkingen van de eigendom

Titel IV. Erfdienstbaarheden of grondlasten

Hoofdstuk II. Erfdienstbaarheden die door de wet gevestigd zijn

Art. 649 De erfdienstbaarheden die door de wet gevestigd zijn, beogen het algemeen of het gemeentelijk nut, of het nut van bijzondere personen.

Art. 650 Die welke gevestigd zijn tot algemeen of tot gemeentelijk nut, betreffen de voetpaden langs bevaarbare of vlotbare rivieren, het aanleggen of herstellen van de wegen en andere openbare of gemeentelijke werken.

Alles wat deze soort van erfdienstbaarheid betreft, wordt door bijzondere wetten of verordeningen geregeld.

Art. 651 De wet legt de eigenaars verscheidene verplichtingen jegens elkaar op, onafhankelijk van iedere overeenkomst.

Art. 652 Enkele van deze verplichtingen worden geregeld door de wetten op de veldpolitie;

De overige betreffen de gemene muur en de gemene gracht, het geval dat een tegenmuur nodig is, de uitzichten op het eigendom van de nabuur, de dakdrop, het recht van uitweg.

Afdeling I. Gemene muur en gemene gracht

Art. 653 In de steden en op het platteland wordt iedere muur vermoed gemeen te zijn, wanneer hij tot scheiding dient tussen gebouwen, en dan tot aan het minst verheven dak, of nog wanneer hij tot scheiding dient tussen binnenplaatsen en tuinen, en zelfs tussen omheinde erven in de velden; een en ander indien er titel noch teken is van het tegendeel.

Afdeling II. Afstand en tussenwerken vereist bij bepaalde bouwwerken

Art. 674 : Hij die nabij een al dan niet gemene muur, een put of een gemakput laat graven, Hij die daartegen een schoorsteen of stookplaats, een smidse, oven of fornuis wil oprichten, Daartegen een stal wil aanbouwen, Of tegen die muur een bewaarplaats van zout of een opslag van bijtende stoffen wil aanleggen, is verplicht de afstand te laten die is voorgeschreven door de bijzondere verordeningen en gebruiken op dat stuk, of zodanige werken aan te leggen als deze verordeningen en gebruiken voorschrijven ten einde schade voor de nabuur te voorkomen.

Afdeling III. Uitzichten op het eigendom van de nabuur

Art. 675 : Geen van de naburen mag, zonder toestemming van de andere, in een gemene muur een venster of opening maken, hoe dan ook, zelfs niet met vaststaand glasraam.

Afdeling IV. Dakdrop

Art. 681 Ieder eigenaar moet zijn daken zodanig aanleggen dat het regenwater op zijn grond of op de openbare weg afloopt; hij mag het niet doen neerkomen op het erf van zijn nabuur.

Afdeling V. Recht van uitweg

Art. 682 § 1. De eigenaar wiens erf ingesloten ligt omdat dit geen voldoende toegang heeft tot de openbare weg en deze toegang niet kan inrichten zonder overdreven onkosten of ongemakken, kan, voor het normale gebruik van zijn eigendom naar de bestemming ervan, een uitweg vorderen over de erven van zijn naburen, tegen betaling van een vergoeding in verhouding tot de schade die hij mocht veroorzaken.

....

Art. 686 BW
2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht