Belgisch Burgerlijk Wetboek : Boek II. - Goederen en verschillende beperkingen van de eigendom
Titel IV. Erfdienstbaarheden of grondlasten :  Hoofdstuk III. Erfdienstbaarheden die door 's mensen toedoen gevestigd worden

Afdeling I. Onderscheiden soorten van erfdienstbaarheden die op goederen kunnen worden gevestigd

Art. 686. Eigenaars mogen op hun eigendommen of ten voordele van hun eigendommen zodanige erfdienstbaarheden vestigen als zij goedvinden, mits echter de gevestigde dienstbaarheden noch aan een persoon, noch ten voordele van een persoon, maar slechts aan een erf en ten behoeve van een erf worden opgelegd, en mits deze dienstbaarheden overigens niet met de openbare orde strijdig zijn.
  Gebruik en omvang van de aldus gevestigde erfdienstbaarheden worden geregeld door de titel die deze vestigt; bij gebreke van een titel, door de hierna volgende bepalingen.

Art. 687. Erfdienstbaarheden worden gevestigd ofwel voor het gebruik van gebouwen, ofwel voor het gebruik van gronderven.
  Die van de eerste soort worden stedelijke erfdienstbaarheden genoemd, onverschillig of de gebouwen waaraan zij verschuldigd zijn, in de stad dan wel op het platteland gelegen zijn;
  Die van de tweede soort worden landelijke erfdienstbaarheden genoemd.

Art. 688. Erfdienstbaarheden zijn of voortdurend of niet voortdurend.
  Voortdurende erfdienstbaarheden zijn die waarvan het gebruik voortdurend is of zijn kan zonder dat daartoe telkens een daad van de mens vereist is : zodanige zijn waterlopen, goten, uitzichten en andere van dien aard.
  Niet voortdurende erfdienstbaarheden zijn die welke, om te worden uitgeoefend, telkens een daad van de mens vereisen : zodanige zijn het recht van overgang, het recht om water te putten, het weiderecht en andere soortgelijke rechten.

  Art. 689. Erfdienstbaarheden zijn zichtbaar of niet zichtbaar.
  Zichtbare erfdienstbaarheden zijn die waarvan blijkt door uitwendige werken, zoals een deur, een venster, een waterleiding.
  Niet zichtbare erfdienstbaarheden zijn die welke geen uitwendig teken van hun bestaan vertonen, zoals, bij voorbeeld, het verbod om op een erf te bouwen, of om niet dan tot een bepaalde hoogte te bouwen.