De wet van 7 oktober 1886. - Veldwetboek

Titel 2. - Veldpolitie


Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen.
Art. 48. Eens of zo nodig meer dan eens in het jaar worden ovens en schoorstenen door of vanwege de burgemeester geschouwd.
Deze geeft de nodige bevelen om ze met bekwame spoed, al naar het geval te doen reinigen, herstellen of slopen, onverminderd de in het Strafwetboek bepaalde straffen.
Art. 49. Wanneer een in de landbouw werkzaam persoon wegens een strafbaar feit aangehouden wordt terwijl hij, met behulp van dieren, ploeg of enig ander werk verricht of terwijl hij een kudde hoedt, treft de burgemeester dadelijk voorzieningen voor het onderhoud en de veiligheid van de dieren.
Art. 50. De burgemeester waakt voor de stipte uitvoering van de wetten en verordeningen betreffende :
1° (...), de gemeenteweide, het aren lezen en het naharken; <W 08-04-1969, art. 1>
2° de vermeerdering en verbetering van de rassen van alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw;
3° de bescherming en het behoud van dieren en vogels die nuttig zijn voor de landbouw;
4° de verdelging van dieren die schadelijk en gevaarlijk zijn voor de kudden;
5° de verdelging van dieren en insekten die schadelijk zijn voor de veldvruchten;
6° de uitroeiing van distels en andere gewassen die schadelijk zijn voor de landbouw;
7° de middelen om besmettelijke ziekten te voorkomen en te stuiten bij alle diersoorten die nuttig zijn voor de landbouw.
HOOFDSTUK 2. - Veldwachters.
Art. 51. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 52. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 53. (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
Art. 54. (opgeheven) <W 30-01-1924, art. 5>
Art. 55. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 55bis. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 56. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 57. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 58. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 59. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 59bis. (opgeheven) <W 26-05-1989, art. 2,31°>
Art. 60. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 61. <W 30-01-1924, art. 2> In de (gemeenten) hebben openbare instellingen en bijzondere personen het recht bijzondere (veldwachters) aan te stellen om hun vruchten en gewassen, de vruchten en gewassen van hun pachters of huurders en hun eigendommen van welke aard ook te beschermen, alsmede om hun vis- en jachtterreinen te bewaken. <W 1999-04-19/50, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
(Die wachters zijn bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie in de gevallen waarvoor ze bevoegd zijn om misdrijven op te sporen en vast te stellen.) <W 1998-12-07/31, art. 230, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
De aanstellers zijn gehouden hen door de provinciegouverneur te doen erkennen, de arrondissementscommissaris en de procureur des Konings gehoord, en in de benoemingsakte de aard en de ligging aan te wijzen van de goederen die onder hun bewaking staan.
Art. 62. De bijzondere veldwachters mogen gewapend zijn met geweren met meer dan één schot.
Art. 63. <W 30-01-1924, art. 2> (Zij treden in dienst na in handen van de vrederechter van het kanton van hun verblijfplaats de volgende eed te hebben afgelegd : "Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk.) <W 1999-04-19/50, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
Zij zijn bovendien gehouden hun aanstelling en de akte van hun beëdiging te doen registreren ter griffie van de vredegerechten binnen welker rechtsgebied zij hun ambt moeten waarnemen.
De gouverneur kan de erkenning van de bijzondere (veldwachters) intrekken; zij worden vooraf gehoord. <W 1999-04-19/50, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
Hij die de aanstelling van zijn bijzondere wachter intrekt, is gehouden daarvan onmiddellijk bij aangetekende brief kennis te geven aan de gouverneur. De intrekking van de aanstelling heeft eerst gevolg van de dag waarop de gouverneur er akte van heeft genomen.
Art. 64. <W 1999-04-19/50, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55> De Koning bepaalt de nadere regels inzake de wijze van aanstelling, opleiding, het uniform, de kentekens, legitimatiekaart, bewapening, leeftijdsvoorwaarden, onverenigbaarheden en nationaliteitsvoorwaarde van de bijzondere veldwachters.
Art. 65. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
HOOFDSTUK 3. - Opsporing van wanbedrijven en overtredingen.
Art. 66. (Opgeheven) <W 1998-12-07/31, art. 231, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 67. (De politieambtenaren van de lokale politie) zijn, (...) belast met het opsporen en vaststellen van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- en bospolitie, alsmede van jacht- en visserijmisdrijven, op het grondgebied waarvoor zij beëdigd zijn. <W 1998-12-07/31, art. 232, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <WX1999-04-19/50, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
De boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen zijn eveneens bevoegd om die verschillende wanbedrijven en overtredingen in het veld vast te stellen.
Art. 68. Zij zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee of pluimgedierte, alsook de werktuigen, voertuigen en gespannen van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij mogen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen, niet betreden dan in aanwezigheid (...) (van een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings). <W 11-02-1986, art. 5> <W 1999-04-19/50, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
Art. 69. <W 11-02-1986, art. 5> (In de gevallen bedoeld in artikel 68 mogen de boswachters van de Staat, de gemeenten en de openbare instellingen, niet weigeren, op straffe van een geldboete van 25 frank, de leden van de lokale politie of van de federale politie, die hun aanwezigheid vorderen, te vergezellen.) <W 1998-12-07/31, art. 233, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Ze zijn bovendien gehouden de in hun aanwezigheid opgemaakte processen-verbaal te ondertekenen; in geval zij weigeren, wordt hiervan melding gemaakt in deze processen-verbaal.
Art. 70. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 71. <W 1999-04-19/50, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55> Wanneer hun middelen ontoereikend blijken, hebben de bijzondere veldwachters het recht om de bijstand van de politieambtenaren van de lokale politie te vragen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- of bospolitie alsook tot opsporing en inbeslagneming van de voortbrengselen van de bodem die gestolen of wederrechtelijk afgesneden dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht zijn.emeentepolitie, als officier van gerechtelijke politie, en de bijzondere veldwachters, het recht om de rijkswacht rechtstreeks te vorderen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen inzake veld- of bospolitie, alsook tot opsporing en inbeslagneming van de voortbrengselen van de bodem die gestolen of wederrechtelijk afgesneden dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht zijn.
Art. 72. <W 30-01-1924, art. 4> Zij dagtekenen en ondertekenen hun proces-verbaal, op straffe van nietigheid.
Art. 73. Wanneer het proces-verbaal een inbeslagneming inhoudt, wordt binnen vierentwintig uren een uitgifte ervan neergelegd ter griffie van (de politierechtbank) om meegedeeld te kunnen worden aan hen die de in beslag genomen voorwerpen terugvorderen. <W 10-10-1967, art. 3>
Art. 74. De (rechters in de politierechtbank) kunnen voorlopige opheffing van het beslag verlenen, onder verplichting om de kosten van inbewaringstelling te betalen en borg te stellen. Indien de gegoedheid van de borg betwist wordt, beslist de (rechter in de politierechtbank). <W 10-10-1967, art. 3>
Art. 75. Indien het in beslag genomen vee binnen tien dagen na de inbewaringstelling niet wordt teruggevorderd of indien geen borg gesteld wordt, beveelt de (politierechtbank) de veiling op de naastbijgelegen markt. Die veiling geschiedt door de zorg van de ontvanger der domeinen, die ze vierentwintig uren tevoren bekendmaakt. <W 10-10-1967, art. 3>
De kosten van de inbewaringstelling en van de veiling worden begroot door de (politierechtbank) en afgehouden van de opbrengst; het overschot dient tot betaling van het bedrag van veroordelingen, waarvan de invordering gedaan wordt door het bestuur van registratie en domeinen; wat overblijft wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas. <W 10-10-1967, art. 3>
Indien de terugvordering van het in beslag genomen vee verworpen wordt bij gebreke van borgstelling of indien het vee eerst na de veiling teruggevorderd wordt, heeft de eigenaar alleen recht op teruggave van de netto-opbrengst van de verkoop, na aftrek van alle kosten, ingeval het vonnis die teruggave beveelt. Van die prijs houdt de ontvanger het bedrag af van de veroordelingen tot geldboete, uitgesproken wegens het misdrijf dat tot het beslag aanleiding heeft gegeven.
Art. 76. De (bijzondere) veldwachters van (...) openbare instellingen en bijzondere personen zijn aansprakelijk voor elke nalatigheid of overtreding in de uitoefening van hun bediening. Zij kunnen worden veroordeeld tot betaling van de vergoedingen verbonden aan de misdrijven die zij niet behoorlijk hebben vastgesteld. <W 11-02-1986, art. 5> <W 1999-04-19/50, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
Art. 77. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
Art. 78. (opgeheven) <W 11-02-1986, art. 7>
HOOFDSTUK 4. - Vervolging van wanbedrijven en overtredingen.
Art. 79. De vervolging van wanbedrijven en overtredingen geschiedt overeenkomstig de regels van het Wetboek van Strafvordering, behoudens de door het tegenwoordige wetboek ingevoerde wijzigingen.
Art. 80. (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
Art. 81. <W 30-01-1924, art. 2> Een proces-verbaal, opgemaakt en behoorlijk ondertekend door een der in hoofdstuk III van deze titel vermelde ambtenaren, agenten of aangestelden, geldt als bewijs van de daarin vastgestelde materiële feiten, zolang het tegendeel niet is bewezen.
Art. 82. <W 08-04-1969, art. 1> Het proces-verbaal wordt binnen drie dagen gezonden aan (de procureur des Konings). <W 1991-07-18/36, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992>
Art. 83. De rechtsvorderingen tot herstel van de in dit wetboek omschreven wanbedrijven en overtredingen verjaren, zowel ten aanzien van de strafoplegging als van de teruggave en schadevergoeding, door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop het wanbedrijf of de overtreding is gepleegd.
Art. 84. De bepalingen van het vorige artikel zijn niet van toepassing op de misdrijven, (door (de politieambtenaren van de lokale politie) en door de veldwachters van openbare instellingen of bijzondere personen) begaan in de uitoefening van hun bediening. Te hunnen opzichte gelden de verjaringstermijnen van de gewone wetten van strafvordering. <W 11-02-1986, art. 5> <W 1999-04-19/50, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
De rechtsvordering tot schadevergoeding die krachtens artikel 76 wordt ingesteld, is echter niet meer ontvankelijk een jaar nadat de strafvordering tegen de schuldige zelf door verjaring vervallen is.
Art. 85. De rechtbank waarbij een wanbedrijf of een overtreding aanhangig is, kan schadevergoeding toekennen, op klacht van de eigenaar der vruchten of gewassen, voor gezien getekend door de burgemeester of een schepen en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.
HOOFDSTUK 5. - Misdrijven en straffen.
Art. 86. De in dit wetboek niet omschreven wanbedrijven en overtredingen waardoor landelijke eigendommen van welke aard ook worden geschonden, zijn strafbaar met de straffen daarop gesteld door het Strafwetboek en de andere geldende wetten.
Art. 87. Met geldboete van een frank tot tien frank worden gestraft :
1° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning, waar tak- of wortelvaste vruchten staan;
2° Zij die, zonder dat er een andere door de wet bepaalde omstandigheid bijkomt, aan een ander toebehorende vruchten plukken of ter plaatse eten.
Het feit gepleegd in een besloten erf of in een aanhorigheid van een woning wordt gestraft met geldboete van tien frank en gevangenisstraf van eén dag tot zeven dagen;
3° Zij die hun vee hun trek-, last of rijdieren laten lopen over andermans weiden in groei of over andermans grond voordat de oogst is weggehaald;
4° Zij die anders dan met de hand aren lezen of die naharken met behulp van een hark met ijzeren tanden;
5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
6° (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
7° Zij wier geiten of woldieren (...) worden aangetroffen, grazend op andermans grond zonder verlof van de eigenaar of knabbelend aan hagen of bomen langs een openbare weg of langs een erf; de overtreders worden bovendien gestraft met geldboete van één frank per dier; <W 08-04-1969, art. 1>
8° Zij die, zonder noodzaak en ondanks het verbod van de eigenaar, gebruik maken van een weg die aan een bijzondere persoon toebehoort.
Art. 88. Met geldboete van vijf tot vijftien frank worden gestraft :
1° (opgeheven) <W 02-04-1971, art. 10>
2° Geleiders die, op weg met hun vee van de ene plaats naar de andere, (...) het laten grazen op gronden van bijzondere personen of van gemeenten. <W 08-04-1969, art. 1>
Het misdrijf gepleegd op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld of binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen.
3° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, waarvan zij eigenaar of houder zijn, op andermans eigendom in het open veld laten loslopen.
Het misdrijf gepleegd binnen de omheining van een woning, hetzij op bezaaid land of op land waarvan de oogst niet is ingezameld, hetzij binnen een besloten landelijk erf, wordt gestraft met geldboete van tien frank tot vijftien frank en eventueel met gevangenisstraf van één dag tot twee dagen.
Betreft het een kudde, dan wordt de geldboete gebracht op vijftien tot vijfentwintig frank en de eventuele gevangenisstraf op één dag tot zeven dagen.
4° Zij die aren lezen of naharken zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 11, en zij die aren lezen of naharken op velden waarvan de oogst niet geheel is ingezameld en weggehaald is, op omheinde velden of voor zonsopgang en na zonsondergang.
5° (opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1>
6° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
7° Zij die bijenkorven plaatsen op minder dan twintig meter afstand van een woning of van de openbare weg.
(Die afstand wordt verminderd tot tien meter, wanneer er tussen de bijenkorven en de woning of de openbare weg een volledig dichte beschutting van ten minste twee meter hoogte aanwezig is.) <W 13-06-1911, enig artikel>
8° Zij die de afsluiting van een veld openen om zich een doorgang te verschaffen, tenzij de rechter beslist dat de openbare weg onbruikbaar was, in welk geval de gemeente de schadevergoeding moet betalen.
9° Zij die op enigerlei wijze openbare wegen van welke aard ook beschadigen of zich een strook ervan toeëigenen.
Indien daartoe grond bestaat, spreekt de rechter behalve de straf ook het herstel van de overtreding uit, overeenkomstig de wetten betreffende de wegen.
10° Zij die bij het bewerken van het land zich grond van een ander toeëigenen.
11° Zij die zonder wettige reden binnentreden in een besloten erf waar zich vee bevindt.
12° Zij die stenen of andere harde lichamen of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, in tuinen, besloten erven, natuur- en kunstweiden of bomen werpen.
13° Zij die door gebrek aan voorzorg enten van bomen geheel of gedeeltelijk vernielen en zij wier dieren dit doen.
14° Zij die, buiten de gevallen van artikel 549 van het Strafwetboek, andermans grond onder water zetten of er opzettelijk het water op schadelijke wijze op doen lopen.
15° Veldwachters die, in strijd met artikel 59, niet geoorloofde wapens dragen.
Het wapen wordt bovendien verbeurd verklaard.
16° Gemeenteveldwachters die het bij artikel 78 voorgeschreven boekje niet regelmatig bijhouden.
Art. 89. Met geldboete van tien frank tot twintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
1° (Zij die eigenaar of houder zijn van dood pluimgedierte, ander gedierte of vee, dat voor niets nuttigs te gebruiken is, en nalaten buiten de gevallen waarin zulks verboden is, het binnen vierentwintig uren, anderhalve meter diep in de grond te delven op hun terrein of op de plaats die door het gemeentebestuur is aangewezen.) <W 08-04-1969, art. 1>
In dat geval zorgt het gemeentebestuur voor de bedelving op kosten van de overtreder, die krachtens het veroordelend vonnis kan worden verplicht tot terugbetaling van de uitgave, op vertoon van een eenvoudige staat van kosten opgemaakt door het college van burgemeester en schepenen.
2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950, op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) een dood dier op de openbare weg, op een daaraan palend eigendom of in een waterloop, vijver of vaart werpen. <W 08-04-1969, art. 1>
3° Zij die zonder rechtstitel bezit nemen van enig gedeelte van de gemeentegrond.
4° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
5° (opgeheven) <W 04-12-1961, art. 1>
6° Zij die zich het water van een bevloeiingskanaal onrechtmatig toeëigenen, of die er gebruik van maken op andere dagen of uren of in ruimere mate dan geoorloofd is door verordeningen of bijzondere overeenkomsten.
7° Zij die onder enig voorwendsel, zonder verlof van de eigenaar of exploitant, op andermans veld graven met een hak, spade, hark of enig ander werktuig.
De geldboete wordt verdubbeld, indien graafwerk, als bedoeld in artikel 1, verricht wordt zonder dat de eigenaar vooraf gewaarschuwd is.
8° Zij die op het veld vuur aansteken op minder dan honderd meter afstand van huizen, bossen, heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.
Art. 90. Met geldboete van vijftien tot vijfentwintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
1° Zij die vee of pluimgedierte, van welke soort ook, op enigerlei tijdstip drijven of hoeden in andermans veldvruchten, in natuur- of kunstweiden, in wijngaarden, griendwaarden, hopakkers, in door mensenhand aangelegde aanplantingen of kwekerijen van fruit- en andere bomen.
2° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) opzettelijk in een openbare of private waterput, drinkplaats of fontein organische lichamen of andere stoffen werpen of doen werpen die het water kunnen bederven of voor huishoudelijk gebruik ongeschikt maken. <W 08-04-1969, art. 1>
3° Zij die, (buiten de gevallen bedoeld in de wet van 11 maart 1950 op de bescherming van de wateren tegen verontreiniging) in een vaart, een vijver, een visvijver of een viskom stoffen werpen die de vis kunnen vernielen. <W 08-04-1969, art. 1>
4° Zij die, onverschillig voor welk gebruik, krengen of resten van dieren of vee geheel of gedeeltelijk ontgraven.
De gevangenisstraf wordt altijd uitgesproken, indien het dier op last van de overheid in de grond is gedolven.
5° Zij die, opzettelijk en op welke wijze ook, bijenkorven vernielen, omstoten, toestoppen of openbreken, of die andermans bijen doen omkomen of pogen te doen omkomen.
6° Zij die een bijenzwerm, komend uit andermans bijenstal, op hun goed lokken, indien zij hem niet hebben teruggegeven binnen vierentwintig uren nadat hij van hen is teruggevorderd.
7° Zij die stenen, graszoden, aarde, zand, kalk, mergel, dierlijke of enige andere meststof op andermans grond wegnemen.
8° Zij die draineerbuizen opzettelijk vernielen of beschadigen, toestoppen of verplaatsen.
9° Zij die andermans bomen geheel of gedeeltelijk ontschorsen of snijden, zonder dat deze vergaan.
10° Zij die het hout van hagen of van boomaanplantingen wegnemen.
11° (opgeheven) < W 04-12-1961, art. 1>
12° (Zij die bomen planten met overtreding van de artikelen 35bis en 35ter.) <W 08-04-1969, art. 1>
(Op vordering van een burgerlijke partij wordt artikel 36bis van dit Wetboek toegepast.) <W 12-07-1976, art. 2>
Art. 91. De straffen op de overtredingen, omschreven in de artikelen 87 en 90, worden verhoogd tot het maximum en de rechtbank spreekt bovendien gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen uit :
1° Indien er herhaling is binnen een jaar, te rekenen van het eerste vonnis tegen de schuldige gewezen wegens dezelfde overtreding en door dezelfde rechtbank;
2° Indien de overtredingen bij nacht zijn gepleegd;
3° Indien de feiten in bende of in vereniging zijn gepleegd.
Art. 92. In alle gevallen van de vorige artikelen kan, indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, van gevangenisstraf afgezien worden en kan de geldboete verminderd worden , maar nooit tot minder dan één frank.
HOOFDSTUK 6. - Teruggave en schadevergoeding.
Art. 93. In geen geval mag de aan de burgerlijke partij verschuldigde schadevergoeding, met inbegrip van de waarde van de in natura teruggegeven voorwerpen, minder bedragen dan de enkele geldboete bij het vonnis opgelegd.
Art. 94. De (...), de ouders, de voogden, de meesters en zij die anderen aanstellen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten die voortvloeien uit de veroordelingen, uitgesproken tegen (...), hun minderjarige kinderen en hun pupillen, die ongehuwd zijn en bij hen inwonen, hun werklieden, voerlieden en andere ondergeschikten, behoudens verhaal als naar recht. <W 08-04-1969, art. 1>
Art. 95. De gebruiksgerechtigden zijn aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten, waartoe hun hoeders en bewakers veroordeeld zijn wegens wanbedrijven of overtredingen inzake veldpolitie, gepleegd gedurende de tijd en de uitoefening van de dienst.
HOOFDSTUK 7. - Tenuitvoerlegging van vonnissen.
Art. 96. Vonnissen, bij verstek gewezen op verzoek van de burgerlijke partij of op vervolging van het openbare ministerie, worden betekend bij een eenvoudig uittreksel, dat de naam van de partijen en het beschikkende gedeelte van het vonnis inhoudt.
Die betekening doet de termijnen van verzet en van hoger beroep ingaan.
Art. 97. Vonnissen houdende veroordeling tot geldboete, teruggave, schadevergoeding en kosten worden ten uitvoer gelegd zoals in correctionele zaken of zoals in politiezaken, naar gelang van het geval.
Art. 98. <W 08-04-1969, art. 1> Door dit wetboek wordt niet afgeweken van de wetten of reglementen betreffende polders en wateringen.