Jaarlijkse belasting van vastgoed

Onroerende voorheffing

Wie eigenaar is van een eigendom op 1 januari dient voor heel het jaar de onroerende voorheffing te betalen. Indien er een splitsing is van naakte eigendom en vruchtgebruik, dient de vruchtgebruiker de belasting te betalen daar hij ook van de vruchten geniet.

Ingeval van wisseling van eigenaar, zal men bijvoorbeeld in de koop-verkoop overeenkomst meestal een verrekening van de onroerende voorheffing voorzien.

Kadastraal inkomsten

Alle KI's worden sinds het inkomstenjaar 1991 op fiscaal vlak geindexeerd met een bepaalde coefficient (die wordt vastgesteld op basis van de evolutie van de index van de consumptieprijzen). Inkomstenjaar 2000 = 1,2538

Inkomstenbelasting

De onroerende voorheffing kan niet meer verrekend worden in de personenbelasting.

In de personenbelasting wordt het inkomen uit vastgoed belast. Evenwel wordt uitzondering gemaakt voor de woning die de belastingplichtige tot hoofdverblijfplaats dient.

Onderafdeling IV. - Woningaftrek. Art. 16. <W 2001-08-10/63, art. 5, 097; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

§ 1. Wanneer de belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, wordt het kadastraal inkomen van die woning verminderd met een woningaftrek. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het kadastraal inkomen van de woning verstaan, het deel dat daarvan per belastingplichtige overblijft na de toepassing van artikel 14.

§ 2. Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de woningaftrek toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze. De woningaftrek wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken. De woningaftrek wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.

§ 3. Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de woningaftrek slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De aftrek mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken.

§ 4. De woningaftrek bedraagt 3 000 EUR. De woningaftrek wordt verhoogd met 250 EUR voor iedere persoon die, overeenkomstig artikel 136, op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, ten laste is van de belastingplichtige. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woning eigendom is van beide echtgenoten samen, wordt die verhoging over hen verdeeld in verhouding tot hun deel in het kadastraal inkomen van de woning. Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek komt het hoogste aantal kinderen dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar ten laste heeft gehad in aanmerking, voor zover hij nog dezelfde woning betrekt en die berekening een hogere aftrek oplevert dan uit de toepassing van het tweede lid volgt.

§ 5. Wanneer het totale netto-inkomen van de belastingplichtige niet hoger is dan 23 500 EUR wordt de overeenkomstig § 4 bepaalde woningaftrek verhoogd met de helft van het verschil tussen het kadastraal inkomen van de woning en de woningaftrek. Het overschrijden van de grens van 23 500 EUR mag er niet toe leiden dat de verhoging ingevolge het eerste lid wordt verminderd met meer dan de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen en die grens.

§ 6. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woningaftrek voor een van de echtgenoten groter is dan het deel dat hij heeft in het kadastraal inkomen van de woning, wordt het saldo aangerekend op het deel van het kadastraal inkomen van de andere echtgenoot, zonder dat dit deel mag worden overschreden.