De beschrijving van onroerende goederen

 

Volgens de Hypotheekwet

De notaris zal in alle akten die ter in- of overschrijving op het hypotheekkantoor worden aangeboden, de onroerende goederen beschijven aan de hand van een uittreksel van de kadastrale legger.

 

bron: Hypotheekwet

Art. 141. De vermelding van de onroerende goederen waarvoor een openbaar te maken akte of stuk is opgemaakt, bevat de volgende gegevens : geografische ligging (gemeente, straat of gehucht, politienummer), kadastrale beschrijving, zoals blijkt uit een uittreksel, minder dan een jaar oud, uit de kadastrale legger, aard en oppervlakte. Indien sedert de overschrijving van de laatste titel de gegevens betreffende de geografische ligging en de kadastrale beschrijving gewijzigd zijn, moeten die gegevens zoals ze blijken uit die titel eveneens worden vermeld.
Betreft het verdiepingen of gedeelten van verdiepingen van een onroerend goed bedoeld in artikel 577bis, 11, van het Burgerlijk Wetboek, dan moet de vermelding tevens conform de gegevens zijn van de overgeschreven basisakte en van de overgeschreven akten die de basisakte hebben gewijzigd.
In de akte of het stuk waarvan de openbaarmaking vereist is, wordt de eigendomstitel van de desbetreffende onroerende goederen vermeld en de laatst overgeschreven titel indien hij minder dan dertig jaar oud is.
De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen.

Beslagexploot

bron: Gerechtelijk Wetboek

Art. 1568. Het exploot waarbij de schuldeiser aan de schuldenaar het beslag op diens onroerende goederen betekent, bevat behalve de gewone vermeldingen:

2 (de vermelding van de in beslag genomen onroerende goederen op de wijze voorgeschreven bij artikel 141 van de hypotheekwet van 16 december 1851). Heeft het beslag plaats bij uitvoering van een authentieke akte waarbij een hypotheek wordt gesteld, dan worden de in beslag genomen goederen aangeduid overeenkomstig de beschrijving in de akte.