Belgisch Gerechtelijk Wetboek - Deel V : Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling:  Titel III. Gedwongen tenuitvoerlegging

Hoofdstuk. - Uitvoerend beslag op onroerend goed

...
Art. 1568. Het exploot waarbij de schuldeiser aan de schuldenaar het beslag op diens onroerende goederen betekent, bevat behalve de gewone vermeldingen:

  1° aangifte van de uitvoerbare titel krachtens welke het beslag wordt gelegd:

  2° de vermelding van de in beslag genomen onroerende goederen op de wijze voorgeschreven bij artikel 141 van de hypotheekwet van 16 december 1851.

  Heeft het beslag plaats bij uitvoering van een authentieke akte waarbij een hypotheek wordt gesteld, dan worden de in beslag genomen goederen aangeduid overeenkomstig de beschrijving in de akte.

  3° vermelding van de rechter die op het in artikel 1580 bedoelde verzoekschrift zal beschikken.

  4° de vermelding van de mogelijkheid die de schuldenaar geboden wordt, om binnen de acht dagen die volgen op het betekenen van het exploot van beslaglegging, op straffe van onontvankelijkheid, aan de rechter elk aankoopbod uit de hand van zijn onroerend goed over te maken.

Wetsgeschiedenis