Belgisch Gerechtelijk Wetboek - Deel V : Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling:  Titel III. Gedwongen tenuitvoerlegging

Hoofdstuk. - Uitvoerend beslag op onroerend goed

...
Art. 1592. Een ieder heeft gedurende vijftien dagen na de toewijzing het recht een hoger bod te doen.

Het meer gebodene mag niet lager zijn dan één tiende van de hoofdprijs van de toewijzing; het mag evenwel niet lager zijn dan 250 EUR en het moet niet hoger zijn dan 6.200 EUR.

Dit bedrag moet op het kantoor van de notaris in consignatie worden gegeven op het tijdstip van het hoger bod, dat bij deurwaardersexploot aan de notaris moet worden betekend; dit exploot wordt de koper aangezegd.

De toewijzing ten gevolge van een hoger bod wordt gehouden door dezelfde notaris en op dezelfde wijze als de eerste toewijzing. Deze toewijzing, die voor een ieder openstaat, is definitief.

De notaris kan het hoger bod weigeren van personen die hij niet kent of van wie de identiteit of de gegoedheid hem niet bewezen lijkt. Hij kan in alle gevallen van de opbieder een borg eisen. Weigert de notaris het hoger bod, dan maakt hij van die weigering terstond een met redenen omkleed proces-verbaal op.

Wetsgeschiedenis