Stookolietanks in Vlaanderen: alle stookolietanks moeten periodiek worden nagezien op lekken

Volgens de VLAREM-reglementering moeten alle ondergrondse stookolietanks van minder dan 5.000 liter vr 1/8/2000 uitgerust zijn met een overvulbeveiliging en moet er een visuele controle op uitgevoerd worden. Deze reglementering is al in voege is sedert 1/8/1995 - maar weinig eigenaars van een stookolietank hiermee in regel zijn. Het aantal ondergrondse tanks in Vlaanderen bedraagt ongeveer 450.000. Het aantal technici dat erkend is om de controle uit te voeren, is evenwel beperkt. Hierdoor werd het eind vorig jaar voor de minister duidelijk dat de door de VLAREM-reglementering vooropgestelde timing in de praktijk zeer moeilijk haalbaar zou zijn. Het kabinet van minister Dua nam meteen het initiatief om samen met de betrokken federaties uit de petroleumsector tot een oplossing voor dit probleem te komen. Er werden verschillende pistes onderzocht, waarbij voor het kabinet steeds centraal stond dat de opgelegde con- trole geen 'papieren controle' kon zijn en dat de sector zijn verantwoordelijkheid voor deze controles zou opne- men. Hierbij was het van belang dat de lasten die de burger op zich moet nemen, tot een minimum beperkt bleven. Deze onderhandelingen hebben uiteindelijk geleid tot de voorliggende milieubeleidsovereenkomst. De nieuwe reglementering In de eerste plaats wordt deze oude VLAREM-reglementering uitgebreid tot alle bestaande gasolietanks tot 20.000 liter voor het verwarmen van gebouwen. Dit houdt in dat ook een aantal bedrijven en vrije beroepen voortaan specifiek onder deze controleplicht vallen. Onder bestaande tanks wordt verstaan: tanks die in gebruik genomen werden vr 1/8/1995. En deel van de oude reglementering blijft behouden, namelijk vr 1/8/2000 moet op elke tank een overvul- beveiliging aangebracht zijn. De sector heeft aan het kabinet verzekerd dat deze timing een haalbare kaart is aangezien het aanbrengen van de beveiliging door de vak- deskundige of leverancier van stookolie kan gebeuren. Een tank die na 1/8/2000 niet voorzien is van een over- vulbeveiliging, mag niet meer gevuld of bijgevuld worden. Indien het niet mogelijk is om een overvulbeveiliging op een tank aan te brengen, mag de tank met ingang van 1 augustus enkel gevuld worden in aanwezigheid van de exploitant. Deze tanks moeten tegen 1/8/2002 zo zijn aangepast dat de controle wel mogelijk is. De visuele controle, voorzien in de VLAREM-reglemente- ring, wordt vervangen door een lekdichtheidsonderzoek. Voor het uitvoeren van deze controle wordt aan de sector een duidelijke planning opgelegd: * Prioritair moeten alle tanks gecontroleerd worden die gelegen zijn in waterwingebieden en beschermingszones zoals afgebakend volgens de bepalingen van het grondwa- terdecreet * Vr 1/8/2002 moeten alle ondergrondse tanks gecontro- leerd zijn. * Vr 1/8/2003 moeten alle bovengrondse tanks gecontro- leerd zijn. Tanks die na controle goedgekeurd zijn, worden uitgerust met de zogenaamde 'groene dop'. De afdeling Milieuvergun- ningen van de Vlaamse overheid evalueert jaarlijks of de sector de vooropgestelde doelstelling heeft behaald. Op basis van de resultaten van de onderzoeken gedaan door PREMAZ kan de Technische Begeleidingsgroep (samengesteld uit vertegenwoordigers van de overheid en de betrokken federaties) bij consensus de lekdichtheidstest vervangen door andere onderzoekstechnieken die meer zekerheid bie- den op de vaststelling van het risico op bodemverontrei- niging. Op basis van de resultaten van PREMAZ kan ook een soort- gelijke regeling uitgewerkt en ingevoerd worden voor onder meer : * nieuwe tanks, zijnde tanks voor het eerst gevuld na 31/7/1995; * gasolietanks met een inhoud van 20.000 liter of meer n gebruikt voor het verwarmen van gebouwen; * gasolietanks andere dan gebruikt voor het verwarmen van gebouwen, ongeacht hun inhoud. Wanneer na controle blijkt dat de gasolietank een bodem- verontreiniging heeft veroorzaakt, dan kan de exploitant van de tank voor de dekking van de kosten voor de sane- ring een beroep doen op een Fonds, gefinancierd door de petroleumsector. Aan dit mechanisme zijn minimaal drie voorwaarden verbonden: - beperking in tijd; - de tussenkomst geldt enkel voor de schade die niet werd gedekt door de verzekering; - de exploitant verbindt er zich toe dat de installatie na de sanering op gasolie blijft verderwerken. De sector moet zelf instaan voor een informatie- en con- tactpunt over het financieringsmechanisme. Zij zorgen zelf voor de verwerking van aanvragen tot terugbetaling van saneringskosten. In het kader van het financieringsmechanisme zal de sec- tor op vraag van de overheid een databank oprichten die volgende gegevens zal bevatten: - een overzicht van de in Vlaanderen gecontroleerde tanks - het tijdstip van de eerste en latere periodieke onder- zoeken, - het resultaat van het onderzoek en de te nemen maatre- gelen, - de na het onderzoek genomen maatregelen. Om te vermijden dat wordt geleverd aan tanks die een lek vertonen, wordt de nodige informatie ter beschikking gesteld van de leveranciers. De Technische Begeleidings- groep volgt de uitbouw van deze databank via tussentijdse rapporten op. Voortbouwend op deze milieubeleidsovereenkomst werkt de verzekeringssector aan voorstellen waardoor de eigenaar van een goedgekeurde tank zich zal kunnen verzekeren tegen mogelijke bodemverontreinigingen in de toekomst. Deze nieuwe verzekering zal op vrijwillige basis aangebo- den worden. Het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst wordt nu voor advies voorgelegd aan de MiNa-Raad en de SERV. Daarna wordt het ontwerp ingediend bij het Vlaams Parlement. Tegerlijkertijd met de MBO wordt een sectorale afwijking van de VLAREM-reglementering afgehandeld.

Contacteer de auteur van deze pagina.

2747.com / 2747 / law / marriage / separate property