De eigenaar kan een uitzettingsbeding in de huurovereenkomst bedingen, maar soms wordt de werking van deze clausule teniet gedaan door de wet

Indien de verhuurder het verhuurde goed verkoopt, kan de pachter of de huurder, die een authentieke huur of een huur met vaste dagtekening heeft, niet uit het gehuurde gezet worden door de koper, tenzij de verhuurder zich dit recht bij het huurcontract heeft voorbehouden.
(Bron: artikel 1743 Burgerlijk Wetboek)

Bij de handelshuurovereenkomst heeft een uitzettingsbeding slechts beperkte werking

"Zelfs wanneer het huurcontract het recht voorbehoudt om de huurder uit het goed te zetten in geval van vervreemding, mag hij die het verhuurde goed om niet of onder bezwarende titel verkrijgt, de huurder slechts eruit zetten in de gevallen vermeld onder 1°, 2°, 3° en 4° van artikel 16, en mits hij de huur opzegt, één jaar vooraf, en binnen drie maanden na de verkrijging, met duidelijke opgave van de reden waarop de opzegging gegrond is, alles op straffe van verval." (Bron: artikel 12 Handelshuurwet)