BW - Boek 3 - Titel VI. : Koop

juridische adviesverlening

Hoofdstuk VIII. - Overdracht van schuldvorderingen en andere onlichamelijke rechten

Art. 1689. Bij de overdracht van een schuldvordering, van een recht of van een rechtsvordering tegen een derde, geschiedt de levering tussen overdrager en overnemer door afgifte van de titel.

Art. 1690. § 1. De overdracht van schuldvordering kan worden ingeroepen tegen andere derden dan de gecedeerde schuldenaar door het sluiten van de overeenkomst van overdracht.
  De overdracht kan slechts tegen de gecedeerde schuldenaar worden ingeroepen vanaf het ogenblik dat zij aan de gecedeerde schuldenaar ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend.
  Indien de overdrager dezelfde rechten aan verscheidene overnemers overdraagt, krijgt hij die er zich te goeder trouw op kan beroepen als eerste de overdracht van schuldvordering aan de schuldenaar ter kennis te hebben gebracht of als eerste de erkenning van de overdracht door de schuldenaar te hebben bekomen, de voorkeur.
  De overdracht kan niet worden ingeroepen tegen de te goeder trouw zijnde schuldeiser van de overdrager aan wie de schuldenaar te goeder trouw en voordat de overdracht hem ter kennis werd gebracht, bevrijdend heeft betaald.
  § 2. Onverminderd de toepassing van de artikelen 27 tot 35 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers geeft de overdracht die slaat op inkomsten bedoeld in artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, op straffe van procedurele nietigheid, op het ogenblik dat zij kan worden ingeroepen tegen de gecedeerde schuldenaar aanleiding tot een aan de overdrager gerichte kennisgeving, die het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie bevat. In dat geval is artikel 34bis van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers van toepassing.

Art. 1691. De schuldenaar die te goeder trouw heeft betaald alvorens de overdracht hem ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend, wordt bevrijd.
  De te goeder trouw zijnde schuldenaar kan de gevolgen van elke rechtshandeling die ten opzichte van de overdrager is gesteld, inroepen ten opzichte van de overnemer, voordat de overdracht aan hem ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend.

Art. 1692. De verkoop of overdracht van een schuldvordering omvat haar toebehoren, zoals borgtochten, voorrechten en hypotheken.

Art. 1693. Hij die een schuldvordering of enig ander onlichamelijk recht verkoopt, moet instaan voor het bestaan daarvan ten tijde van de overdracht, zelfs wanneer deze zonder vrijwaring is geschied.

Art. 1694. Voor de gegoedheid van de schuldenaar moet hij niet instaan tenzij hij zich daartoe heeft verbonden, en slechts ten belope van de prijs die hij voor de schuldvordering ontvangen heeft.

Art. 1695. Wanneer hij beloofd heeft voor de gegoedheid van de schuldenaar te zullen instaan, geldt die belofte slechts voor de gegoedheid op het ogenblik zelf en strekt zij zich niet uit tot de toekomst, tenzij de overdrager zulks uitdrukkelijk heeft bedongen.

Art. 1696. Hij die een nalatenschap verkoopt zonder de voorwerpen waaruit zij bestaat, stuk voor stuk op te geven, moet slechts voor zijn hoedanigheid van erfgenaam instaan.

Art. 1697. Wanneer hij reeds de vruchten van enig erf had genoten, of het bedrag van enige tot die erfenis behorende schuldvordering had ontvangen, of enig voorwerp van de nalatenschap had verkocht, is hij verplicht die aan de koper te vergoeden, behalve indien hij ze uitdrukkelijk voor zich behouden had bij het aangaan van de koop.

Art. 1698. De koper is zijnerzijds verplicht aan de verkoper te vergoeden hetgeen deze wegens schulden en lasten van de nalatenschap betaald heeft, en hem te voldoen al hetgeen hij als schuldeiser te vorderen had, tenzij het tegendeel is bedongen.

Art. 1699. Hij tegen wie een betwist recht is overgedragen, kan zich daarvan door de overnemer doen bevrijden, mits hij hem de werkelijke prijs van de overdracht en de wettig gemaakte kosten vergoedt, samen met de interest te rekenen van de dag waarop de overnemer de prijs voor de hem gedane overdracht betaald heeft.

Art. 1700. Een zaak wordt voor betwist gehouden, zodra er proces is en betwisting van het recht zelf.

Art. 1701. De bepaling van artikel 1699 is niet van toepassing :
  1° Wanneer de overdracht gedaan is aan een medeërfgenaam of medeëigenaar van het overgedragen recht;
  2° Wanneer zij gedaan is aan een schuldeiser tot betaling van hetgeen hem verschuldigd is;
  3° Wanneer zij gedaan is aan de bezitter van het erf waarop het betwiste recht betrekking heeft.

Art. 1702 BW

juridische adviesverlening