Hoofdstuk IV. - Bepaalde verkopingen van onroerende goederen

 Art. 1186 Ger.W. :  Wanneer moet worden overgegaan tot vervreemding van onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk aan minderjarigen, aan onbekwaamverklaarden of aan personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd krachtens de artikelen 488bis, a) tot k), van het Burgerlijk Wetboek toebehoren, moeten hun wettelijke vertegenwoordigers daartoe aan de vrederechter machtiging vragen.

  Indien de vrederechter de verkoop toestaat, wijst hij tegelijk een notaris aan door wiens ambtelijke tussenkomst de openbare verkoping geschiedt.

  De verkoop geschiedt in aanwezigheid van de wettelijke vertegenwoordigers en, in voorkomend geval, van de toeziende voogden, ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar de goederen gelegen zijn.

Wetsgeschiedenis